Wetenschappelijke samenwerking met China staat ter discussie nu het land zulk onderzoek expliciet voor zijn leger gebruikt. Hoezeer speelt dat aan de TU? Dat zochten we uit.
Welke lijntjes lopen er tussen China en de TU Delft? (Illustratie: Liam van Dijk)

Wetenschappelijke samenwerking met China staat ter discussie nu het land zulk onderzoek expliciet voor zijn leger gebruikt. Hoezeer speelt dat aan de TU? Dat zochten we uit.

Read in English

  • Dit is de journalistieke verantwoording die hoort bij een serie van vier onderzoeksartikelen van Annebelle de Bruijn en Tomas van Dijk.
  • In deze artikelen leggen ze bloot dat de TU Delft samenwerkt met vijf universiteiten die nauwe banden hebben met het Chinese leger.
  • Experts waarschuwen voor ongewenste kennisoverdracht.
  • In de serie schetsen we hoe de TU Delft steeds meer banden met China kreeg, maar daarvan geen volledig overzicht bijhield.
  • We geven ruim baan aan de dilemma’s van bestuurders en wetenschappers.

Deskundigen waarschuwen universiteiten wereldwijd om scherper te zijn op misbruik van wetenschappelijke kennis door China. Dat speelt al vele jaren - zo waarschuwde de inlichtingendienst AIVD al in 2011 voor technisch-wetenschappelijke spionage - maar dat wordt sterker sinds de toekomstplannen van president Xi Jinping duidelijker worden. Sinds 2016 speelt het begrip military-civil fusion een belangrijkere rol in zijn beleid: China moet in 2049 het sterkste leger ter wereld hebben en Chinese universiteiten en bedrijven krijgen daarin een grote rol.

Simpel gezegd komt military-civil fusion erop neer dat in de civiele wereld ontwikkelde en toegepaste technologieën ook militair worden gebruikt. China is niet het enige land dat met dit idee werkt, maar gaat er wel verder in dan andere landen.

De binnenlandse en internationale waarschuwingen gaan niet onopgemerkt voorbij aan politiek Den Haag. Politici stellen kritische Kamervragen en Nederlandse media schrijven erop los: houd China in de gaten. Na de jaren van relatieve openheid en hoop onder Xi’s voorganger Hu Jintao, is dit een heel ander China, een land waarmee Nederland en het Westen zich opnieuw moeten verhouden, zo wordt steeds meer het discours.

Geen overzicht
Ook de TU Delft moet zich in dit krachtenveld bewegen. In juni 2019, een maand nadat het kabinet-Rutte zijn waarschuwende China-nota gepubliceerde, verwoordt college van bestuurslid Rob Mudde in Delta het dilemma: samenwerken met China is wetenschappelijk interessant en financieel nodig met achterblijvende nationale onderzoeksfinanciering, maar risico’s zijn er ook. “We moeten met elkaar vaststellen welke vakgebieden een risico vormen. Als je dat niet voldoende inkadert, krijg je er last van dat allerlei interessante samenwerkingsverbanden niet meer mogelijk zijn.”

Interessante samenwerkingsverbanden. Welke zijn dat bijvoorbeeld? Daarop hadden we tijdens dat interview als redactie weinig zicht. En wij niet alleen. Ondanks alle aandacht voor China is er veel onduidelijk over de wetenschappelijke lijnen tussen dat land en Nederland. Als universiteiten hier al een sluitend overzicht van hebben, dan lijken ze dat liever niet aan de grote klok te willen hangen. Zo heeft Ingrid d’Hooghe van het Leiden Asia Centre tijdens haar onderzoek naar de kansen en risico’s van samenwerken met China gemerkt dat de meeste universiteiten weinig inzicht geven in hun samenwerkingsverbanden met het land. De TU Delft is daarin geen uitzondering. Zo kon of wilde de universiteit tot eind vorig jaar geen samenwerkingsoverzicht geven aan het Financieele Dagblad (link alleen met login beschikbaar).

Feiten op een rij
Dat maakt het lastig om hierover een genuanceerde discussie te voeren en weg te blijven van vijanddenken, waarvan onderzoekers - Nederlandse en vooral Chinese - onnodig last kunnen hebben.

Momenteel zit de TU Delft met andere universiteiten met de overheid om tafel om tot een gezamenlijk China-beleid te komen en werkt het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan een ‘toetsingskader’ voor personen. Tegelijk wijzen deskundigen steeds vaker op de naïviteit van universiteiten. Daarom achten we het zinvol om te pogen zelf de feiten op een rij te zetten.

We hopen bij te dragen aan een afgewogen debat

De meeste voorbeelden die we daarbij zullen noemen, zijn van een aantal jaren geleden. We zijn ons ervan bewust dat het onderwerp sindsdien meer aandacht krijgt. Tegelijk geven deze voorbeelden zicht op samenwerkingsverbanden die deels nog steeds bestaan. Het is ook een suggestie die is gedaan door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in het rapport ‘Verkenning wetenschappelijke samenwerking Nederlandse en Chinese kennisinstellingen’: pas een bibliografische analyse toe op universiteiten met de meeste samenwerkingen met China: Wageningen University en de Technische Universiteit Delft.

Hoogste risicoprofiel
Hoewel Delftse wetenschappers die met ons spraken menen dat vrijwel alle Chinese samenwerkingspartners potentiële risico’s met zich mee brengen, richt Delta zich specifiek op vijf universiteiten: Beihang University, Beijing Institute of Technology, Harbin Institute of Technology, Northwestern Polytechnical University en de National University of Defense Technology (NUDT).

Bij deze eerste vier universiteiten, samen met drie andere aangeduid als de Seven Sons of National Defense, zien onderzoekers van de denktank Australian Strategic Policy Institute (ASPI) namelijk de grootste haken en ogen als het gaat om wetenschappelijke samenwerking. Zo worden ze allemaal ingedeeld op het hoogste risicoprofiel in de China Defense University Tracker, een tool waarin ASPI universiteiten evalueert op basis van hun verhouding tot de Chinese overheid en het Volksbevrijdingsleger. De Nederlandse overheid gebruikt deze tool om in te schatten hoe risicovol samenwerking met Chinese universiteiten is. De NUDT is een universiteit van het Volksbevrijdingsleger en heeft volgens ASPI expliciet beleid om wetenschappers naar buitenlandse universiteiten te sturen om daar militair inzetbare kennis op te doen. De TU Delft heeft van alle Nederlandse universiteiten de afgelopen jaren de meeste NUDT’ers in dienst gehad, blijkt uit een ASPI-analyse van wetenschappelijke literatuur.

ASPI wordt onder meer gefinancierd door het Australische leger, het Amerikaanse bedrijfsleven en door buitenlandse ambassades zoals de Nederlandse ambassade in Canberra. Wij zijn ons daarvan bewust. We hebben informatie uit de China Defense University Tracker van ASPI zo goed mogelijk gecontroleerd en aangevuld. Uiteindelijk is maar een klein deel van ons onderzoek gebaseerd op de Tracker.

Maandenlang onderzoek
Om de samenwerkingsovereenkomsten van de TU Delft met Chinese universiteiten in kaart te brengen, hebben we de afgelopen maanden uitgebreid onderzoek gedaan in onder meer Chinees-, Engels- en Nederlandstalige beleidsdocumenten, universitaire websites, onderzoeksrapporten en krantenartikelen. Voor het onderzoek naar wetenschappelijke publicaties heeft Delta zowel Westerse als Chinese wetenschappelijke databases gebruikt. Ook heeft de redactie contact gehad met Delftse wetenschappers die samen met Chinese collega’s van de Seven Sons-universiteiten hebben gepubliceerd. Naast feiten uit heden en verleden geven we ruim baan aan hun afwegingen en dilemma’s. Omdat we niet willen oordelen, maar juist hopen bij te dragen aan een afgewogen debat, gebaseerd op zo veel mogelijk feiten en omstandigheden.

In de verhalenreeks die we nu publiceren, noemen we sommige Chinese en Delftse wetenschappers bewust niet bij naam om hun wetenschappelijke carrière niet in gevaar te brengen. Een aantal wetenschappers heeft ondanks herhaaldelijke contactpogingen niet gereageerd op onze vragen. Omdat hun voorbeelden eveneens illustreren hoe nauw onderzoek soms is verbonden met het Volksbevrijdingsleger heeft de redactie ervoor gekozen om deze wel op te nemen. In deze gevallen hebben we wederhoor gehaald bij de begeleiders of onderzoeksgroepen van de wetenschappers in kwestie.

Als laatste onderkennen we uiteraard dat de meeste Chinese studenten en promovendi naar Delft komen zoals ieder ander, aangetrokken door het goede academische klimaat, het hoge niveau van het Engels of de goede luchtkwaliteit. Ze doen onderzoek, dragen bij aan de wetenschap en vinden na enkele jaren een baan in Nederland of keren terug naar China. “Ze willen vooral naar het buitenland om ervaring op te doen en hun baankansen te vergroten”, zegt Ingrid d’Hooghe van het Leiden Asia Centre. Met het nieuwe China-beleid dat overheid en universiteiten in de maak hebben, kan dat hopelijk zo blijven.

Door Saskia Bonger en Annebelle de Bruijn

Lees onze serie onderzoeksverhalen:

  • De Zonen: over hoe de TU Delft het Chinese leger onbedoeld helpt. 
  • De militairen: over Chinese militaire wetenschappers die in Delft kennis komen opdoen voor het Volksbevrijdingsleger.
  • De weegschaal: drie wetenschappers van de TU Delft vertellen welke afwegingen zij maken in hun samenwerking met Chinese vakgenoten.
  • De geschiedenis: over hoe de kijk op samenwerken met China de afgelopen jaren is veranderd.