De TU Delft heeft banden met allerlei Chinese onderzoekinstellingen, ook militaire. Hoe is dat zo gekomen? “It’s all happening in China, was het idee. Daar moest je bij zijn.”
Onder zowel Dirk Jan van den Berg als Tim van der Hagen tekende de TU samenwerkingsovereenkomsten. (lllustratie: Liam van Dijk)

De TU heeft banden met allerlei Chinese onderzoeksinstellingen, ook militaire. Hoe is dat zo gekomen? “It’s all happening in China, was het idee. Daar moest je bij zijn.”

Read in English

Wat ga je lezen?

  • De TU Delft en andere Nederlandse universiteiten zetten vanaf 2007 vol in op wetenschappelijke samenwerking met China. 
  • Delft tekende de ene samenwerkingsovereenkomst na de andere, maar deed nauwelijks onderzoek naar de achtergrond van universiteiten.
  • Een Chinese universiteit die banden heeft met het Chinese leger schoof tijdens een ontmoeting met TU Delft-bestuurders ook militairen in burger naar voren.
  • Sinds 2018 is de TU Delft beter op de hoogte van de risico’s van samenwerken met China. Toch bleven concrete stappen uit.

Beijing Institute of Technology, gebouw 2, vergaderruimte 233. Aan een lange houten tafel zitten elf Chinese en Nederlandse universitaire vertegenwoordigers. Laptops opengeklapt, A4-tjes voor hun neus. Een Chinees vlaggetje markeert de delegatie van het Beijing Institute of Technology (BIT), terwijl vertegenwoordigers van de TU Delft daar recht tegenover zitten achter een Nederlands vlaggetje. Op het programma: gesprekken over onderzoekssamenwerking. Pro Vice Rector Peter Wieringa spreekt de hoop uit dat de universiteiten hun gezamenlijke onderzoeksactiviteiten op het gebied van onder meer informatica en elektrotechniek kunnen uitbreiden naar gebieden als intelligente robots en elektrische voertuigen. Daarna is het tijd voor een officieel fotomoment.       

Deze bijeenkomst op 17 november 2014 is slechts één van de vele gesprekken die de TU de afgelopen vijftien jaar heeft gevoerd met Chinese universiteiten. Wetenschappelijke samenwerking tussen China en de TU Delft gaat al tientallen jaren terug, maar intensiveert vanaf 2007. China is een sterk opkomende economie en geldt als hét beloofde land. In wetenschappelijk opzicht willen ‘de Chinezen’ snelle stappen maken en Beijing is niet te beroerd om grote sommen geld neer te tellen voor wetenschappelijke samenwerking met het buitenland. Die boot willen Nederlandse universiteiten niet missen.

“Zo’n tien, vijftien jaar geleden hing er een sfeer van: jongens, samenwerking met China is de toekomst”, vertelt onderzoeker Ingrid d’Hooghe. Zij heeft voor onder meer het Leiden Asia Centre (LAC) de wetenschappelijke samenwerking tussen China en Europa in kaart gebracht. Mede onder aanvoering van de Nederlandse overheid buitelen universiteiten over elkaar heen om handen te schudden met Chinese universiteitsbestuurders en ontmoetingen om te zetten in knisperende contracten. Met resultaat. De wetenschappelijke samenwerking tussen Nederland en China belandt in een stroomversnelling. Vanaf 2010 laat het aantal gezamenlijke publicaties een sterke toename zien.

Ook de TU Delft is enthousiast en stort zich vol overtuiging in de race met andere universiteiten. Rector magnificus Tim van der Hagen: “Toen klonk het nog: ‘China, the place to be’. Daar moet je je bij aansluiten, was het idee.” In 2008 weet de universiteit Dirk Jan van den Berg te strikken als voorzitter van het college van bestuur (cvb). Hij komt dan vers uit China, waar hij in de jaren 2005-2008 ambassadeur was. Aan Van den Berg de taak om zich een weg te banen door het soms onoverzichtelijke Chinese academische veld en connecties om te zetten in vruchtbare samenwerkingen. Hij omschrijft die beginjaren nu als een tijd van ‘optimistische nieuwsgierigheid’. China wilde van de wereld leren en zocht een weg naar een nieuwe toekomst, terwijl andere landen nieuwsgierig waren naar de razendsnel opgeklommen grootmacht.

TU-collegevoorzitter Van den Berg krijgt aanvankelijk de taak bestaande contacten in China verder uit te bouwen, vertelt hij wanneer we hem spreken. “We hebben nadrukkelijk niet gekozen voor een campus zoals Yantai, (de campus waar de Rijksuniversiteit Groningen aanvankelijk wel heil in zag, red.). We zijn aan de slag gegaan met dedicated areas, onderzoeksgebieden waar de TU goed in is, met universiteiten en partners waarmee we al contacten hadden”, zegt Van den Berg. Chinese delegaties vliegen naar Delft en Delftse decanen, business managers, strategisch adviseurs, hoogleraren en professoren worden op hun beurt met alle egards ontvangen op Chinese universiteiten. Ze praten, schudden handen en laten voorzichtig woorden vallen als ‘nauwere samenwerking’. Uit deze contacten komen onder meer de pronkstukken van de TU voort: vier joint research centres op het gebied van wateronderzoek, geo-informatie, led-verlichting en infrastructuur. Sinds 2012 werken Chinese en Delftse wetenschappers binnen deze structuren met elkaar samen.

Seven sons
In deze tijd zetten TU-bestuurders ook hun handtekeningen onder de eerste overeenkomsten met de universiteiten die bekendstaan onder de parapluterm Seven Sons of National Defense. Zij zijn aantrekkelijke partners voor Delft omdat ze behoren tot de wetenschappelijke top van China. Maar ze hebben ook een ander gezicht: volgens Amerikaanse en Australische onderzoekers hebben deze onderwijsinstellingen óók diepe wortels in de Chinese defensie-industrie. Hun wetenschappelijke onderzoeksactiviteiten leveren een belangrijke bijdrage aan zowel het Chinese leger als de defensie-industrie.

De contacten met de Seven Sons zijn — net als bij de joint research centres — soms al vóór 2008 gelegd. Zo brengt een delegatie van de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek al in de zomer van 2006 een oriënterend bezoek aan Beihang University, en zoekt Northwestern Polytechnical University uit Xi’an in 2007 contact met de TU Delft.Toenmalig 3mE-decaan Marco Waas en een TU-business manager brengen in april 2007 samen met de gemeente Delft een werkbezoek aan Xi’an, het kloppend hart van de Chinese luchtvaartindustrie. De Delftse wethouder Ronald Vuijk doet enthousiast verslag van het ‘geslaagde werkbezoek’. Hij merkt terloops op hoe de TU Delft met vertegenwoordigers van het AVIC First Aircraft Institute — dat zowel militaire als civiele vliegtuigen ontwikkelt — plannen smeedt voor gezamenlijk onderzoek op het vlak van luchtvaart en ruimtevaart. Op dat moment heeft de universiteit volgens het werkverslag al een overeenkomst getekend met China Aviation Industrial Base, de geboortegrond van zeker dertig civiele en militaire vliegtuigen.

De Flying Leopard, een van het type gevechtsvliegtuigen dat is ontwikkeld op de China Aviation Industrial Base. (Foto: Door Alert5, CC BY-SA 4.0)

Onder leiding van Van den Berg bouwt de TU de contacten met de Seven Sons verder uit. “Het was een kwestie van aansluiten op bestaande samenwerking en van daaruit dingen aankleden en formaliseren.” Dat formaliseren gebeurt bij voorkeur in de vorm van plechtige ceremonies waarin bestuurders — onder het toeziend oog van lokale en nationale overheden — hun handtekening zetten onder memorandums van overeenstemming, een soort herenakkoord. “Chinezen zijn tuk op dat soort plechtigheden”, zegt Van den Berg.

‘We hebben geen rapport laten opmaken met de insteek of iedereen die daar werkte acceptabel was’

De twee andere Seven Sons waarmee TU Delft documenten heeft getekend — Beijing Institute of Technology (BIT) en Harbin Institute of Technology (HIT) — leggen respectievelijk in 2009 en 2010 voor het eerst contact met Delft. Op dat moment screent de TU de mensen met wie ze om de tafel zit niet. “We hebben geen rapport laten opmaken met de insteek of iedereen die daar werkte wel even acceptabel was in onze politieke ogen”, zegt Van den Berg over de Seven Sons.

Alarmbellen
Kort nadat de BIT en HIT hun banden met de TU Delft aanhalen, worden in Nederland de eerste kanttekeningen geplaatst bij de interesse van China in bepaalde technologieën. Zo waarschuwt de AIVD in het jaarverslag van 2011 voor het eerst expliciet voor technisch-wetenschappelijke spionage. Ook schrijft de inlichtingendienst dat China actief Chinese wetenschappers met werkervaring aan buitenlandse kennisinstellingen werft. ‘Op deze wijze worden deze personen ertoe aangezet, met gebruikmaking van bij Nederlandse bedrijven en instituten verworven kennis, de betreffende sector in China te verrijken’, aldus de AIVD. Ondertussen gaan de reizen tussen de TU Delft en de Chinese universiteiten door.

Opvallend is gezamenlijke workshop van vertegenwoordigers van de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek met de Northwestern Polytechnical University (NPU) in 2011. Voor de workshop nodigt de NPU op verzoek van de TU Chinese luchtvaartbedrijven uit, waaronder het China Aerodynamics Research and Development Center. Medewerkers van dit centrum zijn militairen, aldus de denktank Australian Strategic Policy Instute (ASPI). Maar volgens de denktank verhullen ze die militaire identiteit.

Terwijl de TU de samenwerking met Chinese universiteiten contract voor contract uitbouwt en er zelfs een Chinese onderzoeksinstelling neerstrijkt in Delft, verandert het gezicht van China. De kleurloze president Hu Jintao maakt in 2013 plaats voor de ambitieuze Xi Jinping. Het wordt snel duidelijk dat hij niet zo’n ruimdenkende hervormer zal zijn als zijn vader — de in ongenade geraakt en later gerehabiliteerde communistische leider Xi Zhongxun. Xi haalt ongekend hard uit naar burgerrechtenactivisten, advocaten, journalisten, bloggers, academici en andere vrijheidsdenkers. Ook binnen de Communistische Partij trekt hij de macht naar zich toe. Wie niet loyaal is aan Xi, verstomt of verdwijnt van het toneel. Onder zijn leiding start de partij ook een nieuwe persoonlijkheidscultus. Aan het Chinese volk presenteert de president zich als Xi Dada ofwel ‘Vader Xi’: een strenge maar rechtvaardige vader die het beste voor heeft met zijn bevolking.

Dit liedje is onderdeel van de cultus rondom Xi Dada. 

Delftse en Chinese faculteiten weten elkaar ook te vinden in het China van Xi. Zo tekent de faculteit Techniek, Bestuur en Management in 2014 een overeenkomst voor gezamenlijk onderzoek met Beihang University, een van de Seven Sons. Een jaar later zet ook de toenmalige decaan van de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek haar handtekening onder een vergelijkbare afspraak met dezelfde universiteit.

Ook nadat de huidige rector magnificus Tim van der Hagen in 2016 het stokje overneemt van Van den Berg, worden nieuwe contacten gelegd, bestaande relaties aangehaald en contracten vernieuwd: in 2016 en 2017 gaat het om zeker elf overeenkomsten, getekend door onder meer de faculteiten EWI en L&R en op centraal universitair niveau. Soms gaat dit gepaard met ceremonies vol vlagvertoon, toespraken van hoogwaardigheidsbekleders, blinkende plaquettes, protserige bloemstukken en flitsende camera’s. Een andere keer blijft het bij een kleinschalige bijeenkomst in een achterafkamertje van een Chinese faculteit.

Xi heeft de communistische partij ondertussen voldoende naar zijn hand gezet en heeft genoeg controle over de maatschappij om nieuwe beloftes te doen: China moet in 2049, wanneer de Volksrepubliek 100 jaar bestaat, een voorbeeldland zijn. Oppermachtig, met een grotere middenklasse, een ijzersterke economie, een kenniseconomie om jaloers op te zijn en met het sterkste leger ter wereld. Om dit laatste doel te bereiken, pompt Beijing niet alleen jaarlijks miljarden euro’s extra in het leger, maar stoft Xi ook een oude term af: military-civil fusion. Dat begrip zal vooral vanaf 2016 een belangrijke rol spelen in de strategische beleidsplannen van de Communistische Partij, wat zijn weerslag heeft op Chinese universiteiten en bedrijven. Hun rol in de ontwikkeling van het leger en defensie-industrie krijgt meer nadruk dan ooit.

Datadiefstal
In 2017 stelt het cvb voor het eerst een China-ambassadeur aan: Rob Fastenau. d'Hooghe: “Fastenau was zich wel bewust van sommige risico’s, maar in het begin was het zijn taak vooral in te spelen op de kansen die een samenwerking zou brengen”, vertelt zij. Dat verandert na 2018, wanneer ook in de academische wereld alarmbellen gaan rinkelen. Dat jaar schrijven Nederlandse onderzoekers dat universiteiten te weinig oog hebben voor de risico’s van samenwerken met China, zoals datadiefstal of misbruik van onderzoek voor Chinese strategische doeleinden. In datzelfde jaar waarschuwen Australische onderzoekers van ASPI dat een deel van de Chinese promovendi doelgericht naar buitenlandse universiteiten komt om kennis op te doen voor het Chinese leger.

Ook na de eerste bezorgde rapporten gaat de TU door met het smeden van nieuwe allianties. Zo tekent de universiteit in 2018 een overeenkomst met Huawei over onderzoek naar praktische toepassingen gericht op 5G-technologie. In datzelfde jaar tekent de faculteit EWI een overeenkomst over een duale doctoraatsopleiding met Seven Sons-universiteit Beijing Institute of Technology.

Het ASPI brengt in 2019 opnieuw een rapport uit, waarin onderzoekers vooral wijzen op de banden die Chinese universiteiten hebben met het leger. De rapporten uit 2018 en 2019 worden breed uitgemeten in de Nederlandse media. Kritische Kamervragen volgen en journalisten bonzen herhaaldelijk op de poorten van de TU Delft. En stukje bij beetje maakt het aanvankelijke enthousiasme in Delft plaats voor alertheid.

Omslagpunt
Het omslagpunt in Delft ligt in 2019. “In dat jaar zijn de eerste stappen ondernomen rondom meer bewustwording wat betreft samenwerkingen met China”, laat een TU-woordvoerder weten. “Zo stemt het cvb in mei 2019 in met het voorstel om een organisatie op te zetten voor relaties met landen als Brazilië, China en India en is het belang van benoemen van risico’s en opstellen van beheersmaatregelen aangestipt.” In november dat jaar neemt de TU voor het eerst een Senior Policy Advisor China aan: Peter Gill. Hij gaat werken als de rechterhand van de China-ambassadeur. D’Hooghe: “Ik denk dat de ASPI-rapporten een grote stimulans in die bewustwording zijn geweest.”

‘Het is ingewikkeld om dit op een proportionele manier aan te pakken zonder te discrimineren’ 

Toch blijven de stappen beperkt. Zo stelt de TU in juni 2019 in Nieuwsuur dat het aan de Nederlandse overheid is om actie te ondernemen, terwijl de overheid op haar beurt in beleidsdocumenten naar universiteiten wijst. Weinig partijen lijken hun vingers aan dit dossier te willen branden. Dat is niet zo gek, volgens d’Hooghe. “Het is ingewikkeld om dit op een proportionele manier aan te pakken zonder te discrimineren.” Sinds eind 2020 trekken drie Nederlandse ministeries en alle Nederlandse universiteiten wél met elkaar op. Het is uiteindelijk de overheid die hierbij het voortouw neemt. “Het is positief dat de eerste stap is gezet”, zegt d’Hooghe. Samen werken de universiteiten en ministeries aan een landelijke richtsnoer voor samenwerken met China.

Net als wetenschappers en het huidige cvb, vindt oud-collegevoorzitter Van den Berg het onverstandig om alle wetenschappelijke banden met China te verbreken. “We staan voor grote, wereldwijde uitdagingen die geen enkel land alleen kan oplossen. Het is in ieders belang dat academische gemeenschappen met elkaar in contact staan. Zorg dat je ook je zorgen bespreekbaar maakt, maar blijf in ieder geval met elkaar in gesprek.”

Annebelle de Bruijn

Dit artikel is onderdeel van een verhalenreeks over wetenschappelijke samenwerking met China. Lees ook onze andere verhalen:

  • De Zonen: over hoe de TU Delft het Chinese leger onbedoeld helpt. 
  • De militairen: over Chinese militaire wetenschappers die in Delft kennis komen opdoen voor het Volksbevrijdingsleger.
  • De weegschaal: drie wetenschappers van de TU Delft vertellen welke afwegingen zij maken in hun samenwerking met Chinese vakgenoten.
  • Onze journalistieke verantwoordinghet hoe en waarom van ons China-onderzoek.