TU opent drie centra voor onderzoek in China

De TU Delft opent komende week op proef drie onderzoekscentra in China; in Wuhan, Guangzhou en Nanjing. De verwachting is dat de TU op deze manier nieuwe financieringsbronnen kan aanboren voor belangrijk onderzoek.

Wuhan University
Het eerste centrum dat zijn deuren opent is het TU Delft Research Centre on Spatial Information in Wuhan, op 12 november. Wetenschappelijk directeur is hoogleraar geo-informatiesystemen Peter van Oosterom. Hij vertelt dat Delft en Wuhan al sinds het jaar 2000 regelmatig contact hebben. Onderzoekers werden uitgewisseld en promovendi gedeeld.

Wuhan is voor Delft zeker de aangewezen partner op het gebied van geo-informatie, vertelt Van Oosterom. “Tot 2000 had China maar één universiteit die op dit gebied werkte en dat was Wuhan. Het is de grootste universiteit ter wereld op ons vakgebied.”

Van Oosterom is enthousiast over de mogelijkheden in China. “De maatschappij staat zeer open voor technologische vernieuwing. Zo is 3D-eigendomsregistratie in kadasters nu actueel. Dat is steeds meer nodig, doordat er dicht bij en op elkaar gebouwd wordt. Eind oktober hebben we daar samen een internationale workshop over georganiseerd. In China merk je dat deze technologie meteen wordt opgepakt, dat is heel prettig voor onderzoekers.”

Daar komt bij dat de financiering van onderzoek volgens Van Oosterom er ‘een stuk gunstiger’ uitziet in China. “In Nederlandse en Europese subsidieaanvragen moet je heel veel energie steken en de kans dat dat vele werk beloond wordt is gering. In China is de verwachting dat onze inspanningen meer beloond zullen worden. Maar Chinezen houden hun geld liever wel in eigen land, vandaar dat we daarheen gaan.”

De TU Delft heeft voor de komende drie jaar 252 duizend euro ter beschikking gesteld voor het onderzoekscentrum in Wuhan. De lokale universiteit investeert eenzelfde bedrag. “Tegen die tijd moeten we zoveel projecten gestart zijn dat dat genoeg zou moeten zijn.”

Tien Delftse hoogleraren werken maandag 12 en dinsdag 13 november samen met Chinese wetenschappers aan de uitwerking van verschillende onderzoeksvoorstellen. Dat onderzoek moet mede worden uitgevoerd door nog aan te stellen promovendi en postdocs. Hoeveel dat er uiteindelijk, hangt volgens Van Oosterom af van hoe succesvol de voorstellen zijn.

De samenwerking met Wuhan kan het volgens Van Oosterom gemakkelijker maken om samen een ‘double degree’-masteropleiding te beginnen, als dat qua regelgeving haalbaar is. Dat zou een driejarige opleiding kunnen worden, waarbij studenten eerst twee jaar aan hun eigen instelling studeren en dan nog eens een jaar bij de partnerinstelling. “Voor ons is dat heel gunstig, want wij hebben altijd te weinig studenten, terwijl de beroepspraktijk alleen maar meer mensen vraagt. Onbegrijpelijk, want het is heel leuk werk en de innovaties gaan sneller dan ooit tevoren.”

Van Oosterom vertelt dat het contact met Wuhan goed is. “We kennen en vertrouwen elkaar. De banden zullen met de komst van het onderzoekscentrum alleen maar inniger worden.”

SCUT Guangzhou
Op 17 november volgt de opening van het SCUT-TU Delft Research Centre for Urban Systems and Environment in Guangzhou. Vicedirecteur Martin de Jong, initiatiefnemer van dit onderzoekscentrum, legt uit: “Er wordt waanzinnig gebouwd in China aan gebouwen en infrastructuren. Alle seinen staan op rood qua milieubelasting. Alleen, gezagsdragers worden afgerekend op economische groei. Wij kunnen erbij helpen om te komen tot een duurzame stedelijke ontwikkeling waarbij groei mogelijk blijft.”

De TU werkt in Guangzhou samen met de South China University of Technology (SCUT), volgens De Jong de beste technische universiteit in de provincie Guangdong. “Voor hen is het statusverhogend om met de TU Delft samen te werken. Wij krijgen de kans onderzoek te doen in de Pearl River Delta. Architecten en stedenbouwers zeggen: Europa is uitgebouwd. Dus kijken ze allemaal naar Azië. Daar zitten grote architecten als Rem Koolhaas en Winy Maas niet voor niets.”

Net als bij de andere TU Delft onderzoekscentra in China is het de bedoeling daar meerdere promovendi aan te stellen. De TU investeert drie jaar lang jaarlijks 125 duizend euro in Guangzhou. SCUT stelt voor die drie jaar 3 miljoen yuan beschikbaar, ongeveer evenveel. Het is de bedoeling dat de promovendi in de toekomst een veelvoud van die bedragen gaan binnenhalen in de vorm van subsidies van lokale Chinese overheden. De Jong: “Het geld in Nederland raakt op, maar in China wordt er juist gigantisch in wetenschap geïnvesteerd. Daar haken we op in.”

Na de openingsceremonie op 17 november bepaalt een wetenschappelijke raad van vier Nederlandse en vier Chinese hoogleraren de richtlijnen voor onderzoeksvoorstellen. Promovendi wiens voorstellen worden gehonoreerd kunnen dan vanaf 1 januari aangesteld worden. Eerst zullen zij ruimtes betrekken van verschillende afdelingen op de campus van de Chinese universiteit, in een later stadium volgt wellicht een eigen faciliteit.

Nanjing Universiteit
Het derde onderzoekscentrum wordt op 19 november geopend in Nanjing. Hoogleraar waterveiligheid en waterbouwkundige constructies Han Vrijling is wetenschappelijk directeur van het Hohai-TU Delft Research Centre on Water.

Hans de Boer, die namens de afdeling instellingsbeleid betrokken is bij de oprichting legt uit waarom dit centrum er moest komen. “De TU Delft en Hohai University werken al meer dan tien jaar samen. Hohai is vooraanstaand op het gebied van coastal engineering en hydraulic engineering. De wens om een TU Delft-onderzoekscentrum te beginnen in Nanjing was aanvankelijk de wens van Hohai. Die universiteit heeft de TU hoog zitten op watergebied.”

Daar komt de historische band tussen Hohai en Delft bij, blijkt uit De Boers verhaal. Yan Kai, een belangrijke wetenschapper in de geschiedenis van Hohai University, studeerde namelijk civiele techniek in Delft in de jaren dertig van de vorige eeuw. 

In de regio spelen vergelijkbare vraagstukken als in Nederland, maar op een veel grotere schaal. “Denk aan havenontwikkeling, verzilting, dijken.” Waar in Nederland het beleid ten aanzien van waterbouwkunde is vastgelegd in het Deltaprogramma, moet er in China nog een programma en een kennisagenda ontwikkeld worden. Interessant, dus, voor de TU Delft.

De universiteit investeert drie jaar lang jaarlijks 48 duizend euro in het onderzoekscentrum, de Hohai University matcht dat bedrag. Ook hier is het de verwachting dat er voor de aangestelde promovendi straks genoeg subsidies te vinden zullen zijn.

Hans de Boer wil benadrukken dat het bij alle drie de nieuwe onderzoekscentra gaat om pilots, die onderdeel zijn van het internationaliseringsbeleid van de TU. In mei 2011 opende de TU al een centrum in Beijing. Daar wordt onderzoek gedaan naar betere led-verlichting.