De TU Delft scoort goed in de nationale studenten enquete. Kan de universiteit er toch iets van leren?
(Foto: Thomas Zwart)

Studenten zijn over het algemeen behoorlijk tevreden met hun studie aan de TU Delft en geven de universiteit nagenoeg hetzelfde rapportcijfer als vorig jaar. Mooi, maar hoe kan de TU toch iets leren van de op 28 juni gepubliceerde Nederlandse Studenten Enquête?

Het cijfer dat Delftse studenten dit jaar gegeven hebben aan hun ‘studie in het algemeen’ in de jaarlijkse Nederlandse Studenten Enquête (NSE) is precies gelijk aan het landelijk gemiddelde: een 4,05 (op schaal van 1 tot 5). Het is een fractie lager dan in 2017, toen de TU een 4,09 scoorde. Dat zijn geen cijfers waar conclusies aan te verbinden zijn of waaruit iets te leren valt anders dan dat studenten in Delft behoorlijk tevreden waren en zijn.

Ook een vergelijking met de technische universiteiten in Twente en Eindhoven legt op het eerste gezicht geen verschillen bloot die een duidelijke weg wijzen richting verdere verbetering. De ‘concurrentie’ scoort dit jaar als algemeen oordeel respectievelijk een 4,10 en een 4,13.

Voordat we voldaan over zulke mooie cijfers achterover leunen, is het interessant om in te zoomen op de thema’s waarop de NSE studenten bevraagd heeft. Doe je dat, dan zijn er best een paar lessen te trekken. Drie voorbeelden:

  1. Hoe opleidingen stages ondersteunen
    Het laagste cijfer geven Delftse studenten op dit punt: een 3,09 tegen een 3,21 vorig jaar. Natuurlijk, dat is nog steeds een voldoende, maar het houdt niet over. Vooral de manier waarop opleidingen stages voorbereiden, kan volgens de studenten beter. Twente en Eindhoven scoren hier niet heel veel beter, net zo min als de meeste andere universiteiten.
    Wie wat wil leren, zou eens kunnen gaan buurten bij de Nyenrode Business Universiteit. Die scoort als één van de weinige boven de 4. Ook kan een gesprek met stagebedrijven helpen. Die krijgen van Delftse studenten namelijk een 4,07 voor hún begeleiding.
    Helpt dat allemaal niet: doe dan aan verwachtingenmanagement bij studenten. Misschien verwachten zij meer dan een opleiding kan of wil bieden.
     
  2. Internationalisering
    De TU is een internationale universiteit, maar dat lijken studenten niet altijd te merken. Zij vinden dat opleidingen hen wel wat meer mogen stimuleren om in het buitenland te gaan studeren en om kennis te maken met andere culturen, getuige hun 3,15 op beide punten. De TU scoort hier niet echt anders dan andere universiteiten, al lijkt het aan de Wageningen Universiteit wat beter te gaan met cijfers tegen de 4 aan.
     
  3. Contact met de beroepspraktijk
    Studenten zijn niet laaiend enthousiast over de aansluiting van hun opleiding bij de beroepspraktijk. Uit hun antwoorden valt op te maken dat ze meer stages willen doen, meer gastsprekers willen horen en meer opdrachten voor externen willen uitvoeren. Ook willen ze meer praktische vaardigheden opdoen binnen hun opleiding en in de beroepspraktijk.

De Nationale Studenten Enquête geeft zo op nog 14 deelgebieden inzicht in hoe studenten naar hun opleidingen kijken. De cijfers zijn niet schokkend hoog of laag en ze variëren ook nog eens weinig. Maar voor de goede verstaander valt er genoeg te leren.

Representatief?

Voor wie zich afvraagt hoe representatief de cijfers uit de NSE zijn:

respons NSE 2018.jpgBron: NSE

Lees ook het nieuwsartikel over de Nationale Studenten Enquête.