Overslaan en naar de inhoud gaan
Hoofdredacteur Saskia Bonger was in de aula bij een debat over de Nashville-verklaring en wil iets uitleggen: waarom we onrust niet uit de weg gingen.
(Foto: Marjolein van der Veldt)

Hoofdredacteur Saskia Bonger was in de aula bij een debat over de Nashville-verklaring en wil iets uitleggen: waarom we onrust niet uit de weg gingen.

Read in English

‘Ook Delftse hoogleraar ondertekende Nashville-verklaring’, kopte Delta in januari. Wat volgde was een golf van verontwaardiging over deze blijk van onverdraagzaamheid richting homoseksualiteit en transgenderisme. Er kwamen standpunten, oproepen om standpunten, eisen om ontslag, overleggen, persoonlijke gesprekken, een publieke boetedoening en plannen voor een betere toekomst.

Ik kan onder al die punten een link zetten naar een publicatie van onze hand – ja, we schreven onze vingers blauw – maar zal je sparen. Ik bespeur hier en daar namelijk wat onderdrukt gegaap als het onderwerp voorbij komt.

Waarom ik je er nu toch mee lastigval? Ik wil iets uitleggen.

Dinsdagavond 14 mei organiseerde Studium Generale een bijeenkomst om wederzijds begrip te kweken nu het stof van de Nashville-verklaring is neergedaald. In het panel zaten diversity officer Rinze Benedictus, Cecile Calis van LHBT+-gemeenschap TrueU en Humanistisch Verbond-voorzitter Boris van der Ham. Maar ook, en dat vind ik vooral moedig, Nashville-hoogleraar Marc de Vries zelf. Na een tip waren wij het die zijn naam aan de Nashville-verklaring koppelden, overigens niet voordat wij hem daarover hadden ingelicht en bevraagd.

Daaraan vooraf ging een discussie op de redactie: berichten we hierover met alle onrust en mogelijke persoonlijke schade van dien? Of schrijven we niks omdat de handtekening van één persoon niets zegt over de TU Delft en dus te weinig gewicht heeft en we bovendien geen podium willen bieden aan onverdraagzaamheid?

We kozen voor het eerste, maar waarom?

In mijn vorige redactioneel schreef ik over het belang van transparantie en openheid. Dat is één argument voor publicatie, maar op zichzelf te mager in dit geval. Belangrijk vonden wij dat De Vries onder de Nashville-verklaring stond aangeduid als prof.dr. en niet als privépersoon. Later vertelde hij dat dat nooit zijn bedoeling was geweest, maar in zijn eerste reactie liet hij dat onvermeld. En dus redeneerden we: een hoogleraar is een publieke figuur met een voorbeeldfunctie, die dagelijks werkt met studenten en collega’s. Zo iemand moet je bevragen.

En dan zit deze hoogleraar (deels) ook nog op de leerstoel Christelijke filosofie van de techniek. Als de TU Delft echt staat voor diversiteit en inclusiviteit zoals zij zegt, dan passen teksten die christenen opdragen homoseksualiteit en transgenderisme te veroordelen daar op het eerste gezicht niet zo lekker bij. Het zou niet gek zijn als een universiteit zich er op zijn minst van wil verzekeren dat een hoogleraar christelijke filosofie dergelijke meningen voor zich houdt als hij doceert over christelijke filosofie. Óf de universiteit kiest ervoor om dat juist niet te doen, omdat iedereen zijn mening mag hebben, juist omdát diversiteit (van meningen ook) een kernwaarde is. Duidelijkheid krijgen over hoe dat zit op de TU Delft, dat is belangrijk, omdat het in een steeds diversere gemeenschap vaker zal voorkomen dat visies en meningen botsen.

Als laatste: als de TU Delft echt wil dat haar Vision on Integrity een ‘levend document’ is dat niet in een bureaula verdwijnt, dan hebben we dit soort voorbeelden nodig om te dienen als testcase waarin iedereen laat zien wat hij waard is in een open discussie. Ik zie het als een taak van Delta daar een podium voor te bieden.

Studium Generale heeft eenzelfde taakopvatting en dus is het mooi dat het het gesprek levend houdt. Moedig ook dat betrokkenen elkaar in de aula durven bevragen en tegenspreken en dat ook de universiteit in de persoon van Benedictus zich kwetsbaar opstelt en eerlijk toegeeft de wijsheid niet in pacht te hebben. Het is dan ook bijzonder jammer dat slechts zo weinigen hun avond wilden opofferen om te komen luisteren en meepraten. De TU verdient meer studenten en medewerkers die de discussie over diversiteit en vrijheid van meningsuiting de moeite waard vinden om te voeren.

Reageren? Mail me op onderstaand mailadres of ga naar onze kanalen op Facebook, LinkedIn of Twitter.

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe