Ruim 550 eerstejaars werktuigbouwkunde demonstreerden gisteren hun ‘klimmende stapelaar’. Publiek kon er niet bij zijn, maar de studenten hadden wel weer echt iets gebouwd.
De stapelaar van groepje 86 klimt tot grote hoogte. (Foto: Marjolein van der Veldt)

Ruim 550 eerstejaars werktuigbouwkunde demonstreerden woensdag hun ‘klimmende stapelaar’. Publiek kon er niet bij zijn, maar de studenten hadden wel weer echt iets gebouwd.

Read in English

De ontwerpwedstrijd is al jaren het onbetwiste hoogtepunt van het jaar voor eerstejaars werktuigbouwkundestudenten. Ze krijgen in groepsverband een pittige opdracht mee om een apparaat te ontwerpen en te maken. De laatste jaren waren dat een robo-hopper, een marktlander en een pakkethond. Aan creativiteit geen gebrek. Als afsluiting van de opdracht volgt op de slotdag een competitie waarin alle teams het tegen elkaar opnemen om te zien welk apparaat het best en het snelst doet waar het voor ontworpen is. Vorig jaar kon de finale vanwege corona niet doorgaan en werden slechts enkele ontwerpen daadwerkelijk gerealiseerd.

Festivalsfeer
Dit jaar zag de organisatie kans om met inachtneming van de voorschriften toch negentig teams van meestal zes personen hun ontwerp te laten maken én demonstreren. Het enige wat ontbrak was het publiek, maar dat deed niets af aan de sfeer.

Met iedere groep in een andere kleur shirt doet het geheel zelfs aan als een klein festival. Studenten hangen gemoedelijk rond op het wedstrijdterrein. Ze leggen nerveus de laatste hand aan hun klimmende stapelaar of bekijken hoe de concurrentie ervoor staat. De teams hebben tien minuten de tijd om zo snel mogelijk een volledige toren te bouwen. Groepje 22 is aardig op weg en hun prestaties blijven niet onopgemerkt. “Wow, dit is echt lijp!”, joelt een medestudent van groep 30 hen toe.

Groep 22 is op weg naar de top. (Foto: Marjolein van der Veldt)

Projectcoördinator dr.ir Regine Vroom (3mE) is erg tevreden dat iedereen met de juiste spullen op de juiste tijd op de juiste plek was. “We hebben de wedstrijd opnieuw moeten inrichten”, vertelt ze. “We hebben een schema gemaakt met wie wanneer waar kan opbouwen en weer moet afbouwen.” De demonstraties vonden plaats op twee sets van drie plekken achter het 3mE-gebouw. Terwijl de ene set in gebruik was, werd de andere gewisseld. Juryleden konden soms een beetje schuilen onder een parasol, en kregen ijsjes aangereikt door studievereniging Leeghwater om de tropische temperaturen te doorstaan.

Windmolens
De opdracht van een klimmende stapelaar is geïnspireerd op de komst van steeds grotere windmolens waardoor het steeds lastiger wordt om die met een kraan in elkaar te zetten. De klimmende stapelaar pakt een torensegment op, klimt langs de paal omhoog en zet het nieuwe deel er bovenop. Dan komt het volgende segment. De opdracht begint met een paal van een meter hoog waar drie segmenten van een halve meter bovenop gezet kunnen worden. Het snelste team (nummer 31) flikte dat in 32 seconden, nummer twee (team 85) had daar bijna een minuut voor nodig en de bronzen finalist (team 36) had er twee minuten voor nodig.

“We maken de opdracht bewust lastig”, vertelt Vroom. Dat zet de studenten op scherp waardoor ze met originele ideeën komen. Tijdens het ontwerpproces is er begeleiding door docenten die hen helpen om van hun fouten te leren en hun ontwerp te verbeteren. Daardoor verschijnen de meeste teams met een goed werkend apparaat in de finale. Natuurlijk kan er op het laatste moment nog van alles fout gaan. “Er gaat een motor kapot, of er valt iets naar beneden.” Dat vergt dan wat improvisatie om op te lossen.

Zoals bij groep 85, die uiteindelijk de tweede prijs en de Science Centre Bokaal mee naar huis nam. Tijdens de finale bleek dat hun stapelaar niet meer werkte. Het zweet brak de teamleden letterlijk en figuurlijk uit. Dankzij een nieuw onderdeel kon het euvel – een dol draaiend schroefje in de as – net op tijd worden verholpen.

Grijze opblaasolifant
Als gevolg van de coronabeperkingen brachten de studenten minder tijd op de faculteit door dan anders. Een groot deel van het ontwerpen gebeurde tijdens online overleg, in plaats van met elkaar om het prototype heen. Studenten kregen ook minder tijd in de werkplaats. Even hulp vragen, of langslopen bij anderen of de docent was daardoor dit jaar een stuk lastiger.

Op de prachtige zomerdag van de finale telden niet de beperkingen, maar wel het feit dat negentig teams van eerstejaars weer hun eigen ontwerp konden bouwen, en aan de competitie deelnamen. Het overwinnen van de coronabeperkingen gaf de soms moeizaam, maar dapper klimmende apparaten een hoopvolle symbolische lading.

En hoewel de organisatie regelmatig wees op de mondkapjesplicht en anderhalve meter afstand, klonk één oproep nog vaker. Het devies om toch vooral een foto te maken met de grijze opblaasolifant in ruil voor een gratis ijsje en rolmaat - onmisbaar voor iedere Delftse ingenieur.

Door: Marjolein van der Veldt en Jos Wassink