Vooral niet-Nederlandse en jonge vrouwelijke wetenschappers kwamen in de knel door de eerste lockdown, aldus een onderzoek van Jonge Akademie en het LNVH.
Wetenschappers met (jonge) kinderen rapporteren veel vaker een conflict tussen werk en gezin. (Foto: Charles Deluvio/Unsplash)

Vooral niet-Nederlandse en jonge vrouwelijke wetenschappers kwamen in de knel door de eerste lockdown, aldus een onderzoek van Jonge Akademie en het LNVH.

Read in English

Dat het niet altijd meeviel tijdens die eerste corona-lockdown, waarbij al het onderwijs halsoverkop online moest en menig ouder in een lastige spagaat kwam van werk- en privétaken, was al gebleken uit de vele verhalen, waarschuwingen en brandbrieven. Maar wetenschappers wilden er meer van weten. Wat deed de coronacrisis met onderzoekers op alle treden van de carrièreladder?

Rond 1 september 2020 kregen alle 34 duizend wetenschappers van de Nederlandse universiteiten een vragenlijst toegestuurd om de impact van die eerste corona-lockdown in kaart te brengen. Ruim 17 procent (5.920 onderzoekers) vulden die in. Het is daarmee het eerste sectorbrede onderzoek naar de impact van de pandemie.

Stress over toekomst
Het onderzoek is van de Jonge Akademie en het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren, wat wel iets zegt over de vermoedens van de onderzoekers: dat vooral vrouwen en jongere wetenschappers er last van hadden. De resultaten bevestigen dat voor een deel.

Een kwart van alle responderende wetenschappers zegt in hoge mate stress en vermoeidheid te ervaren en zich in de eerste maanden van de pandemie moe en uitgeput gevoeld te hebben in relatie tot hun werk. De hoogste scores zijn te vinden onder de mensen met een niet-Nederlandse nationaliteit en de zij die aan het begin van hun carrière staan. Die laatste groep zegt in toegenomen mate stress te ervaren over hun toekomst in de wetenschap.

Minder onderzoekstijd
Tijdens die eerste lockdown zagen wetenschappers uit alle functiecategorieën de tijd die zij aan onderzoek konden besteden significant dalen: 40 procent van alle academici rapporteert een verlies aan onderzoekstijd. Meer dan de helft van de promovendi, postdocs en wetenschappers in een tenure track meldt corona-gerelateerde vertragingen, waardoor zij verwachten hun projecten niet op tijd te kunnen afronden of aan de eisen van de tenure track te kunnen voldoen.

‘Pas op dat een loopbaan niet gefnuikt wordt door de coronacrisis’

Wetenschappers met thuiswonende kinderen rapporteren een twee keer zo groot verlies aan onderzoekstijd dan wetenschappers zonder thuiswonende kinderen. Wetenschappers met (jonge) kinderen rapporteren ook veel vaker een conflict tussen werk en gezin tijdens die lockdown dan wetenschappers zonder kinderen thuis.

Vrouwen met jonge kinderen
Vrouwelijke wetenschappers met jonge kinderen ondervonden het grootste conflict bij het combineren van werk- en zorgverplichtingen. Ze rapporteren de hoogste stressniveaus over de voortgang van hun onderzoek en zorgen over hun toekomst in de academie. Opvallend is dat deze vrouwen net iets vroeger in hun loopbaan en vaker in tijdelijke functies werken dan hun mannelijke collega’s met jonge kinderen. Daardoor zou de impact van de lockdown op vrouwen weleens groter kunnen zijn, waarschuwen de rapporteurs.

De belangrijkste conclusie van het rapport: pas op dat de loopbaan van specifieke groepen onderzoekers niet gefnuikt wordt door problemen in de coronacrisis. Kijk dus niet alleen naar hun onderzoeksproductie, maar ook naar de omstandigheden waarin die tot stand is gekomen. Dat is in lijn met de trend van ‘erkennen en waarderen’ in de wetenschap, waarin beoordelingen van wetenschappers minder cijfermatig moeten worden.

Vrijdag praten de onderzoekers er verder over tijdens een online bijeenkomst van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, als tweede sessie in een serie van vier over de impact van corona op de wetenschap.

HOP, Bas Belleman / Delta, Marieke Enter