De politiek misbruikt wetenschappelijke inzichten door ze te presenteren als noodzakelijke maatregelen, betoogt Monique van der Veen. Dat beschadigt het vertrouwen.
Monique van der Veen: “De wetenschap zegt helemaal niet wat we moeten doen.” (Foto: Sam Rentmeester)

De politiek misbruikt wetenschappelijke inzichten door ze te presenteren als noodzakelijke maatregelen, betoogt Monique van der Veen. Dat beschadigt het vertrouwen.

Read in English

Erwin Boutsma schreef afgelopen week in een opiniestuk in C2W | Mens & Molecule dat in wetenschappelijk onderzoek het laatste nieuws doorgaans het minst zeker is. Dat vertroebelt het imago van de wetenschap bij het brede publiek, want zij hebben geleerd dat wetenschap het instrument is om zekerheid te krijgen over de realiteit. In werkelijkheid is de weg naar die betrekkelijke zekerheid er een van onzekerheden en het bijstellen van hypothesen op basis van nieuwe data. Terwijl het brede publiek vooral met de laatste inzichten wordt geconfronteerd op een manier die zekerheid impliceert.

Zo werd verteld dat vaccinaties de weg zijn uit de pandemie, terug naar normaal zonder coronamaatregelen. En ze helpen zeker. Als dan later blijkt dat de werkzaamheid tegen infectie afneemt in de tijd, en er weer maatregelen moeten komen, gaan veel burgers denken dat “we aan de wetenschap blijkbaar niet zo veel hebben, anders hadden we wel betere vaccins of zouden we wel hebben geweten dat de werkzaamheid beperkt zou zijn.”

De communicatie van wetenschappers en farmaceutische bedrijven was doorgaans correct: ze hebben consistent gecommuniceerd over de beperkte looptijd waarover ze de data over de werking van de vaccins hebben kunnen vergaren. Maar de politiek communiceerde vaak anders: namelijk dat vaccinaties onze weg zouden zijn naar het loslaten van de maatregelen. Allicht in een poging om zo veel mogelijk mensen te motiveren om het vaccin te nemen. Manipulatie onder het mom van ‘de wetenschap’ dus. Nu de belofte vervolgens niet uitkwam, lag het voor de hand dat een aantal burgers de conclusie trekt dat de wetenschap niet zo veel voorstelt.

De wetenschap kan enkel bestuderen wat de gevolgen zijn van bepaalde keuzes

Een ander veel gehoord patroon in politieke uitspraken is: “De wetenschap zegt dat we iets moeten doen.” De wetenschap zegt helemaal niet wat we moeten doen. Ze doet aan waarheidsbevinding, en kan enkel bestuderen wat de gevolgen zijn van bepaalde keuzes. Het is vervolgens aan de politiek om, met inachtneming van deze vergaarde kennis, een keuze te maken op basis van een waardeoordeel.

Zo zegt de wetenschap bijvoorbeeld helemaal niet dat we de CO2-uitstoot drastisch moeten verminderen, as such. Ze geeft enkel aan wat die vermindering zou moeten zijn als het doel is om een bepaalde beperking van de temperatuurstijging te behalen, en wat de meest waarschijnlijke gevolgen zijn van betreffende temperatuurstijgingen, inclusief ingeschatte onzekerheid. Of men de keuze wil maken om dit uit te voeren is aan de politiek. Welke maatregelen de politiek daarvoor neemt, en wat ze daaraan, en dus niet aan andere maatschappelijke doelen, wil uitgeven, is een waardeoordeel. Maar in plaats van de keuze expliciet te maken, is het voor een politiek persoon vaak makkelijker zich te verschuilen achter het argument dat het een noodzakelijk gevolg is van de wetenschappelijke inzichten.

Als wetenschapper vinden we het belang voor ons vak dat hieruit spreekt misschien flatterend. Maar het is een val. De gewone burger voelt heus wel aan dat het een keuze is, en zou wel eens tot de conclusie kunnen komen dat wetenschap ook maar een mening is.

Wat we dus vooral niet moeten doen, zoals Bob van Vliet al schreef, is als universiteit eredoctoraten toekennen aan actieve politici.

Monique van der Veen is universitair hoofddocent aan de faculteit Technische Natuurwetenschappen, afdeling chemical engineering. Lees hier over het werk van haar onderzoeksteam en volg haar op Twitter: @MAvanderVeen