Overslaan en naar de inhoud gaan
In de serie ‘Allemaal familie’ komen af en toe grootse geheimen boven tafel. “Ik moet bekennen dat ik in het begin meer op de sociëteit was, dan in de collegebanken zat.”
Hans Dekker samen met zijn opa Bert en vader Joost. (Foto: Sam Rentmeester)

In de serie ‘Allemaal familie’ komen af en toe grootse geheimen boven tafel. “Ik moet bekennen dat ik in het begin meer op de sociëteit was, dan in de collegebanken zat.”

Read this article in English

Behalve dezelfde achternaam laat de band tussen de drie heren zich makkelijk raden. Kleinzoon Hans Dekker (technische informatica), vader Joost Dekker (technische scheikunde) en opa Bert Dekker (technische natuurkunde) rakelen tijdens het gesprek op dezelfde wijze de ene na de andere ondeugende herinnering op. Duidelijk, dit trio is goed op elkaar ingespeeld.

Aanwezigheid
Hans: “Kijk, colleges worden tegenwoordig opgenomen. Dus ja, ik sla er wel eens eentje over.”
Opa Bert: “Let op je woorden, je vader zit naast je.”
Hans: “Nou, ik weet niet of hij er veel meer heeft meegepakt.”
Vader Joost (lacht): “Ik moet bekennen dat ik in het begin meer op de sociëteit was, dan in de collegebanken zat. Maar ik deed veel aan zelfstudie. Er waren altijd vriendjes die dezelfde studie volgden, samen kwam je er wel uit.”
Opa Bert: “Ja, dan moet ik nu ook bekennen. Ik heb denk ik dertig tot veertig procent van de colleges gevolgd.” Verdedigend: “Het kwam bij ons vaak voor dat de bezettingsgraad slechts twintig procent was hoor.”

‘Als je daar binnen kwam sprongen de tranen je in de ogen’

Ondanks dat de heren hun colleges niet altijd fysiek bijwoonden, gingen de tentamens hen redelijk af. Al waren de omstandigheden daarvoor niet altijd optimaal. “Ik heb eens mondeling examen gedaan bij een professor die een kamer in de kelder van Gele Scheikunde had”, herinnert vader Joost zich. “Hij rookte daar de hele dag sigaren, als je binnen kwam sprongen de tranen je in de ogen.” Volgens opa Bert was het in zijn tijd heel gewoon dat hoogleraren studenten op hun gemak wilden stellen door ze een sigaret aan te bieden. Tegenwoordig is dat anders, over een paar maanden moet de campus zelfs helemaal rookvrij zijn.

Kramers’ Lab
Duidelijk, er is veel veranderd sinds de tijd dat opa Bert en vader Joost aan de TU studeerden. Het grootste verschil is volgens hen de digitalisering. Iets dat Hans bevestigt: “Ik kan bijvoorbeeld vragen stellen wanneer ik wil. Bij veel vakken is er zelfs een teaching team dat jouw vragen beantwoordt. Sommige docenten walk-in hours, een soort spreekuur, aan.”
Opa Bert hoort met open mond aan. “Professoren waren in mijn tijd heren met een bepaalde status, ik heb het zelfs nooit gedurfd om hen aan te spreken! Behalve professor Kramers, hij was een uitzondering. Op zijn afdeling hing een buitengewone sfeer, hij was echt een kameraad voor zo’n dertig studenten.” Er waren lange wachtlijsten om binnen te komen, merkte opa Bert tijdens zijn aanmelding voor een onderzoeksplek bij professor Kramers. Maar liefst een half jaar zou hij moeten wachten op een plek. “Dat vond ik geen probleem, om de tijd te overbruggen meldde ik me aan voor een economische stage. Toen professor Kramers dat hoorde, zei hij: ‘als je zo enthousiast bent, dan kun je volgende week al beginnen’. Ik moest kiezen en koos voor Kramers en heb die economische stage later alsnog gedaan.”

Werken naast je studie
Hoewel het voor geen van de Dekkers nodig was, hebben ze altijd gewerkt naast hun studie. Opa Bert: “Ik heb principieel gewerkt. Niet alleen voor het geld, al was het fijn dat je dubbel maandgeld kon uitgeven, maar vooral omdat ik vond dat je bedrijfservaring moest hebben als je afstudeerde.” Hij werkte daarom lange tijd op de ontwikkelingsafdeling van een bedrijf en een aantal maanden als arbeider (ik wilde weten hoe het op de werkvloer was) en had militaire dienst. “Als je nu afstudeert ben je naar mijn eerlijke mening een beetje groen. Doe wat stages, dan ben je wat verder. Ik heb uiteindelijk zeven jaar in Delft gestudeerd, waarvan ik twee jaar heb besteed aan andere activiteiten.”
Hij bedenkt zich. “Hans, dat van die zeven jaar moet je misschien vergeten.”
Vader Joost lacht. “Ik heb altijd een goed maandgeld gehad, mijn ouders woonden in het buitenland en ik zat hier alleen. Van de zeven jaar die ik er heb gezeten heb ik twee jaar aan andere dingen besteed. Daar kan ik eerlijk in zijn en Hans, ook dat moet je vergeten. Maar, ik heb tijdens mijn studie vaak opdrachten bij bedrijven gedaan. Bewust, om daar in de keuken te kijken.”
Opa Bert: “En je hebt als taxichauffeur gewerkt.”
Vader Joost: “Klopt, voor een school voor moeilijk opvoedbare kinderen. Daar reed ik busjes als het nodig was. Ook stopte ik ’s nachts in een drukkerij folders in kranten. Als je klaar was ging je direct door naar de sociëteit, meteen je zuurverdiende geld uitgeven.”
Opa Bert: “Ja, dat is het mooie, we zijn drie generaties TU en drie generaties Delftsch Studenten Corps. Ik was de eerste in de lijn.”
Vader Joost: “Dat is geen automatisme geweest, Hans heeft er iets langer en serieuzer over nagedacht.”
Hans: “Ik ben in mijn tweede jaar lid geworden. Ik twijfelde in mijn eerste jaar, vanwege studiedruk, maar wilde uiteindelijk eerst mijn bindend studieadvies halen.

‘De sociëteit op een, de TU op twee’

Met zoveel geschiedenis in Delft is het geen wonder dat er tijdens familiebijeenkomsten veel over de TU wordt gesproken. Opa Bert heeft negen kleinkinderen, drie daarvan spelen met het idee om naar Delft te gaan. “Al heeft de oudste nu iets van, ‘als er zoveel familieleden in Delft zitten, dan ga ik naar Wageningen”, grinnikt hij. Zelf is hij nauw betrokken bij de TU. “IIk ben lid van ‘de goede vrienden van het Universiteit Fonds’ en als er een leuke excursie is, dan kom ik graag. Onlangs was ik bij Qutech, dat is zo verdomde interessant!”

Vader Joost herkent het enthousiasme van zijn vader. Zelf werkte hij een paar jaar met een internet start-up in YesDelft, dat toen op de Rotterdamseweg zat. “Hans heeft daar op de grond met Lego zitten spelen”, blikt hij terug. Nu voeden de drie elkaar regelmatig met artikelen over techniek. Opa Bert is zelfs betrokken bij de ontwikkeling van de vliegende auto. Hans krijgt voor zijn verjaardag een aandeel in het bedrijf. “Houd hem waakzaam”, grijnst zijn opa.

Handdruk van professor
Voor Hans, die nu in zijn tweede jaar zit, is de weg naar de eindstreep lang. Toch weet hij al een beetje wat hij kan verwachten.
“Tot nu toe is mijn mooiste herinnering aan de TU de eerste week, als alles begint en nieuw is. Ik verwacht dat het afstuderen ook zo’n bijzonder moment wordt.”
Vader Joost glimlacht als hij terugdenkt aan dat moment. “Het is ontzettend hard werken en je bul halen is dan zo mooi.”
Opa Bert: “Weet je wat dan de grootste teleurstelling is? Dat niemand ooit naar dat ding vraagt. Al heb ik hem nog hoor.”

Voor opa Bert was zijn tijd bij professor Kramers het meest memorabel. Op de afdeling kwam iedereen op een vast uur bij elkaar voor koffie. “Zat je daar samen met die knappe koppen alle wereldproblemen op te lossen. Dat waren discussies waar ik ’s avonds af en toe over nadacht. Geweldig was dat.”

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe