19 mei 2022

Evaluatie verruimd promotierecht

Read in English

Sinds 2017 kunnen niet alleen hoogleraren promovendi de doctorstitel toekennen, maar ook universitair (hoofd)docenten (uhd’s). Deze week kwam een evaluatie naar buiten van het verruimde promotierecht. De TU Delft en de Universiteit Maastricht behoren tot de universiteiten met de meeste niet-hoogleraren met het zogeheten ius promovendi, terwijl Tilburg University, de Erasmus Universiteit en de Open Universiteit relatief weinig niet-hoogleraren het promotierecht toekennen.

De onderzoekers keken onder meer naar de kwaliteit van de begeleiding van promovendi. Die is er niet op achteruitgegaan. Het beschikbaar komen van een groter aantal promotoren biedt vooral kansen, stellen ze. De specifieke expertise van een promotor kan bijvoorbeeld leiden tot een “gerichtere en intensievere begeleiding”.

Er komen in de interviews uiteenlopende opvattingen over de uitbreiding naar voren. Zo zijn er uhd’s die de toekenning van het promotierecht als een carrièrestap beschouwen, maar er zijn ook uhd’s die het zien als een ‘zoethoudertje’. Het heeft volgens hen “mogelijk een vertragend effect” op een toekomstige bevordering tot hoogleraar omdat er tussenstap in hun loopbaan bij is gekomen. Sommige uhd’s zouden om die reden afzien van het aanvragen van het promotierecht en liever meteen voor het hoogleraarschap gaan.

Het is volgens de onderzoekers belangrijk dat er eenduidige standaarden komen voor de toekenning van het promotierecht. Zo kent de Universiteit Maastricht het promotierecht “generiek” toe aan universitair hoofddocenten en de Universiteit van Amsterdam “in uitzonderlijke gevallen” ook aan universitair docenten. Minister Dijkgraaf heeft al laten weten dat hij met de aanbevelingen aan de slag gaat.