TU Delft Delta Timo Kos
Directeur onderwijs en studentenzaken Timo Kos: “Als je negenduizend aanmeldingen hebt die je ook nog eens allemaal moet gaan selecteren, komt er een enorme werklast bij.” (Foto: Tomas van Dijk)

Technische informatica trekt plotsklaps veel internationale studenten. Een interview met directeur onderwijs en studentenzaken Timo Kos over internationale ontwikkelingen en mogelijke opties om groei te beteugelen: “We willen graag onze kennis delen, maar het moet wel financierbaar zijn.”

Read in English

Het aantal vooraanmeldingen voor technische informatica ligt al boven de achthonderd. Hoe moet dat straks?
“Een taskforce onder leiding van de decaan kijkt daar naar. We moeten zorgen voor grotere zalen en voor het aantrekken van extra personeel. Gelukkig hebben we ervaring met de bachelor werktuigbouwkunde die een instroom had van zevenhonderd studenten. Dat is waar we op uit denken te komen: zevenhonderd á zevenhonderdvijftig. De vooraanmeldingen zullen komende maanden oplopen, maar daarvan komt niet iedereen.”

Wat is de internationale trend als je kijkt naar studeren in een ander land?
“Die is al vijftien jaar groeiende. Wereldwijd zijn er ongeveer vijf miljoen studenten die buiten hun eigen land een bachelor- of masteropleiding volgen. Tussen 1995 en 2010 is er een snelle groei geweest: per jaar gingen zes procent meer studenten over de landsgrenzen studeren. Daarvoor was dat iets lager en sindsdien is dat ook wat lager. De reden daarvoor lijkt de economische crisis in 2008. Daardoor werd de groei vlakker: tussen de één en twee procent.”

Waar kwam die enorme groei vandaan tussen 1995 en 2010?
“Door opengaande grenzen, het wegvallen van de muur tussen het Westen en het Oostblok, de groeiende middenklasse in opkomende economie
ën, China ging open en creëerde beurzenprogramma’s voor studenten om naar het buitenland te gaan. Een andere reden is dat in vooral de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk de overheid zich een beetje terugtrekt uit het hoger onderwijs wat betreft financiering. Die liep nogal terug in de crisisjaren en er waren onderwijsinstellingen die daarom de internationale markt opgingen.”

Hoe kan de TU rekening houden met die verschillende trends?
“Als je erg afhankelijk wordt van een bepaalde groep studenten merk je het snel als deze plots toe- of afneemt. Dat is lastig aanpassen met staf en faciliteiten. Wij willen daarom graag meer diversiteit in de instroom. Niet alleen maar uit grote landen zoals China en India, maar juist ook uit andere Aziatische landen. En uit Afrikaanse of Zuid-Amerikaanse landen. Mocht het in China misgaan, dan heb je nog steeds instroom uit andere hoeken van de wereld. Dat is deels vanuit financiële risicobeperking, maar het is ook beter voor de kwaliteit van je studie, want je wilt studenten juist voorbereiden op een meer internationale werkomgeving. Niet alleen maar met Chinese of Indische studenten.”

Zou de TU meer online onderwijs moeten bieden?
“Dat is één van de richtingen die we nu verkennen. Online biedt in theorie de mogelijkheid om op grotere schaal kwalitatief goed onderwijs te bieden. Wij kijken nu naar het voorbeeld van Georgia Tech University die een behoorlijk gedurfd experiment is aangegaan. Zij biedt haar master computer science aan voor 7 duizend in plaats van 45 duizend dollar per jaar, met de ambitie om daarmee tienduizend studenten online op te leiden. Ze wil dat op hetzelfde niveau doen als in haar on campus-programma, waarin maar een paar honderd studenten zitten. Dat is een gedurfde strategie die succesvol blijkt.”

Prijzen verhogen voor internationale studenten, is dat een optie?
We hebben dat in het verleden gedaan, maar er zit een limiet aan. Bovendien wordt het zo voor sommige groepen niet meer betaalbaar. Daardoor krijg je een eenzijdiger instroom dan je zou willen. Soms hangt het af van beurzenprogramma’s in het land van herkomst. Sommige landen kunnen het dan niet meer betalen. Het is een optie. Wat ik een hersenbreker vind is dat als online onderwijs goedkoop wordt en je het campusonderwijs duur maakt, je jezelf moet afvragen hoe zich dat tot elkaar verhoudt. En of grootschalig campusonderwijs dan nog een meerwaarde biedt. Je zou hierbij vooral moeten uitgaan van je visie: wat voor mensen wil je op de campus of online bedienen en waarom? En wat brengt dat voor jouw instituut, voor Nederland, voor de wereld?”

Hoe staat de TU daar in?
We hebben altijd de filosofie gehad dat we zo toegankelijk mogelijk willen zijn, voor zeker de Nederlandse studenten maar ook de Europese studenten. Tot voor kort waren we ook zeer toegankelijk voor non-EU studenten, maar we hebben gemerkt dat er een grens aan zit. We willen onze kennis met de wereld delen om impact te hebben op de grote maatschappelijke vraagstukken. We willen daarom graag onze kennis delen, maar het moet financierbaar zijn en niet te grote risico’s met zich meebrengen.”

Bij de bachelor luchtvaart- en ruimtevaarttechniek lagen de verhoudingen voor de instroom in 2017 op 53 procent Nederlandse, 35 procent EU en 12 procent non-EU studenten. Straks zou er zomaar een minderheid aan Nederlandse studenten kunnen zijn.
Je ziet een grote groep Belgen uit het Vlaamse taalgebied, dus het aantal Nederlandssprekenden is nog wat hoger dan die 53 procent. Maar je hebt gelijk: de trend is dat het aandeel studenten met een Nederlandse achtergrond de afgelopen tien jaar is gezakt van ruim twee derde naar bijna fifty-fifty. Dat is een van onze aandachtspunten: hoe kunnen we de balans bewaken en zorgen dat het percentage Nederlandse studenten niet veel verder zakt?”

Is het onwenselijk als het percentage Nederlandse studenten zakt?
Tim van der Hagen (collegevoorzitter, red.) zei: wij zijn een Nederlandse universiteit. We willen een flink aantal Nederlandse studenten hebben. Je moet een balans houden. Dat is een van de dingen die we nu met het ministerie bespreken. We zien dat we dat niet altijd gemakkelijk kunnen met de huidige instrumenten.”

Van der Hagen zei tijdens een overleg met de ondernemingsraad dat Duitsland wettelijk heeft vastgelegd dat de instroom van buiten de EU niet hoger mag zijn dan zeven procent. Gaat de TU daarvoor pleiten bij de minister?
“Wij pleiten voor een diversiteit aan maatregelen om de instroom goed beheersbaar te houden, zowel in kwantiteit als diversiteit. Dit is een van de maatregelen die we hebben ontdekt bij andere landen, dus die hebben we zeker ook genoemd bij de minister en dat zal de VSNU ook naar voren brengen.”

Wil de TU balans bereiken via selectie?
“Over het instrument hebben het nog niet. We geven eerst aan wat we willen en wat we nu niet kunnen. En wat er voor mogelijkheden zijn om dat wel voor elkaar te krijgen. Er zijn mogelijkheden om dingen in je OER (Onderwijs- en Examenregeling, red.) vast te leggen en om met studentengroepen binnen een opleiding te gaan werken. Die zijn we allemaal aan het verkennen.”

Wat kun je met die onderwijs- en examenregeling?
De Rotterdam School of Management heeft een opleiding international business, waarin ze in het OER hebben vastgelegd dat de internationale samenstelling van de groep cruciaal is voor het behalen van de eindtermen (de kennis, inzichten en vaardigheden waarover een student aan het eind van de studie minimaal zou moeten beschikken, red.). De opleiding heeft daarin kunnen aangeven welke nationaliteiten in welke verhouding ze wil hebben. Dit instrument moet dan wel samenhangen met de eindtermen van je opleiding. Dat is niet voor elke opleiding vanzelfsprekend.”

Wat kun je doen met groepen studenten binnen een opleiding?
“Je hebt de mogelijkheid om een honours track te creëren in je opleiding, waarin je wat meer mag selecteren dan voor de gewone opleiding. We kijken wat er in Nederland nu al op sommige plekken gedaan wordt en in hoeverre dat ook toepasbaar en voldoende en uitvoerbaar is in Delft. Als je 9 duizend aanmeldingen hebt, waarbij de verwachting is dat dit aantal in de komende jaren verder zal toenemen, en je die ook allemaal moet selecteren, komt er een enorme werklast bij.”

Meer weten?
Op woensdag 28 maart is er een Delta Debate waarin onder andere Timo Kos discussieert over de grenzen van de internationale ambities van de TU Delft.

Woensdag 28 maart, 16:00 – 18:00
Teaching Lab, Landbergstraat 19, Delft
Toegang en drankjes gratis