Overslaan en naar de inhoud gaan
De TU als technologisch centrum moet alles uit de kast trekken om Covid-19 te verslaan, vindt netwerkhoogleraar Piet Van Mieghem. “We moeten nu doorduwen en corona uitdoven.”
Massale optredens voor altijd voorbij? Van Mieghem wil daar niet aan. (Foto: Pxhere)

De TU als technologisch centrum moet alles uit de kast trekken om covid-19 te verslaan, vindt netwerkhoogleraar Piet Van Mieghem. “We moeten nu doorduwen en corona uitdoven.”

Read in English

Zijn geliefde metafoor is die van een brand die door een dorp trekt. Het stadium dat de vlammen uit de daken slaan hebben we achter ons. Hier en daar smeult het nog na. Ga je dan met een gasmasker tussen de ruïnes lopen, en accepteren dat het vuur zomaar weer kan oplaaien? Of ga je op zoek naar de laatste brandhaarden om ook die te blussen?
Hoogleraar telecomnetwerken (EWI) Piet Van Mieghem hoeft daar niet lang over na te denken. “In plaats van je over te geven aan een ‘nieuw normaal’ als nederlaag, zou onze gezonde ambitieuze strategie moeten zijn om terug te keren naar het ‘oude normaal’; een wereld zonder corona.” Een wereld met festivals, muziek, kroegen en aanraking. Hoe lang lijkt dat geleden.

Met die ambitie in zijn hoofd reageerde Van Mieghem vorige week op het Delta-artikel Het oude normaal keert niet meer terug. “Ik blijf me verbazen hoe snel mensen het oude normaal opgeven en zich aanpassen aan een suboptimale anderhalvemeter-samenleving met corona.” Van Mieghem gelooft in uitdoving van het virus met technologie. Hij mailt: “Het zou de TU Delft sieren als technologie-kennisparadijs: tracht met alle technologieën samen covid-19 te verslaan. Overal mis ik politiek deze ambitie. In plaats daarvan: een gelatenheid en overgave aan het coronabeest.”

Hoe dan?
“Meten is weten”, begint Van Mieghem die de quote toeschrijft aan de grote ingenieur Cornelis Lely (sommige mensen denken dat Albert Einstein, Lord Kelvin, Kamerlingh Onnes of Simon Stevin die uitspraak als eerste deed). De huidige technologie stelt ons in staat veel meer en beter te meten dan enkele decennia geleden. Nu de grote vlammen zijn gedoofd, is het tijd om kleine brandhaarden op te sporen en uit te doven. In coronatermen: nieuwe infecties zo snel mogelijk opsporen en mensen in verplichte quarantaine zetten (zoals in Duitsland). Wat dit extra ingewikkeld maakt zijn de symptoomvrije geïnfecteerden; ze voelen zich niet ziek, maar verspreiden wel het virus. Ook die ‘silent killers’ moeten opgespoord worden. “Een interessante detectivepuzzel”, vindt Van Mieghem.

Rioolmetingen
Van Mieghem ziet die opsporing bij voorkeur op alle niveaus tegelijk: nationaal, plaatselijk, wijk- en straatniveau en individueel.

Op gemeentelijk niveau blijkt rioolwater een snelle en gevoelige indicator voor de aanwezigheid van het coronavirus, vertelde hoogleraar water & gezondheid prof.dr. Gertjan Medema op Radio1. "Doordat het virus langer aanwezig is in je lichaam voordat je er ziek van wordt, lopen de metingen in het riool voor op de cijfers van het RIVM”, zei hij daarover. Hij vertelde dat hij metingen bovenstrooms wilde uitbreiden tot op wijkniveau.

Verspreiding
Hoe het virus zich verder verspreidt kan worden afgeleid uit telecomgegevens die bijhouden wie binnen het bereik is van een bepaalde zendmast, en waar die persoon naartoe gaat. Die gegevens zijn onafhankelijk van apps die gebruikers al dan niet hebben geïnstalleerd. Ook zijn de telefoonnummers van de gebruikers versleuteld zodat de bewegingen geanonimiseerd zijn. Wat overblijft is een filmpje dat toont hoeveel mensen uit welke gebieden in de wijk zijn geweest waar een besmetting heerst (terwijl mogelijkerwijs niemand  dat nog weet).

Individu
Een veelbesproken contactapp kan de vertaling maken van bevolkingsgegevens naar individueel niveau. Van Mieghem zou graag zien dat mensen die volgens de analyses risico lopen, geregeld gevraagd wordt om te rapporteren over hun gezondheid. Indien er aanleiding voor is, zou de persoon zich moeten laten testen en, bij besmetting, onder behandeling stellen.

Volksgezondheid
Volgens een recente enquête is maar een derde van de Nederlanders gemotiveerd om een contactapp te installeren. Van Mieghem laat zich daardoor niet van de wijs brengen. De app heeft een ongelukkig begin gehad met een hackaton die honderden apps opleverde, die allemaal werden afgekeurd, en de overheid die het zelf vervolgens ging ontwikkelen. Dezelfde overheid van de toeslagenaffaire. Dat gaf niet veel vertrouwen.
Van Mieghem betreurt dat, want een contactapp is volgens hem in beginsel een prima ondersteuning van het onderzoek naar de verspreiding van het virus. “Mensen vrezen voor hun privacy, maar ze staan daarmee de terugkeer naar een normale samenleving in de weg. De grootste verdienste van een contactapp is niet het individu, maar de volksgezondheid. Als we daar allemaal een maand of twee aan meedoen, onder een soort overheidsgarantie op maximale privacy, kunnen we wellicht het virus uitbannen.”

Van Mieghem probeert met een handjevol promovendi aan te tonen dat een combinatie van rioolwatermonitoring, laboratoriumtesten, telefoongegevens en apps mogelijk maken bijna alle geïnfecteerden op te sporen en zo het coronavirus te verslaan.

Oude normaal
Als dat niet alleen theoretisch, maar ook in praktijk lukt, kunnen we terug naar het gezellige oude normaal. Zoals in Nieuw-Zeeland al het geval is.

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe