Overslaan en naar de inhoud gaan
Het was de derde keer binnen anderhalf jaar dat TU Delta Prof. Rob Nijsse belde over een instorting. Eindhoven, Genua, Wormerveer. “Ik voel me een roepende in de woestijn.”
(Foto: screenshot NOS)

Het was de derde keer binnen anderhalf jaar dat Delta prof. Rob Nijsse belde over een instorting. Eindhoven, Genua, Wormerveer. “Ik voel me een roepende in de woestijn.”

Het went nog niet, maar het voelt wel als een deja-vu als er ergens een vloer of een balkon naar beneden stort. Dat er vijf balkons instortten in Maastricht is alweer een tijd geleden, maar in het afgelopen anderhalf jaar was het flink raak. Eind mei vorig jaar stortte een parkeergarage in bij Eindhoven Airport door een bouwfout. Op 16 augustus viel een brugdek van de Morandibrug in Genua naar beneden en donderde de pyloon er achteraan met 38 doden tot gevolg. En nu dus een instorting in parkeergarage in Wormerveer. Waarom stort alles opeens in?

In een artikel in NRC Handelsblad van 19 september komt Pieter Plass van het Centraal Bureau Bouwbegeleiding aan het woord. Hij is betrokken bij de langlopende discussie van falend bouwtoezicht in Nederland. Daarover zegt hij: “We komen over de hele linie gebrekkige bouwkwaliteit tegen. Dat zit in heel veel kleine dingetjes, maar de rode draad is het gebrek aan controle.”

Professor Rob Nijsse, hoogleraar Structural Design aan de Faculteit Bouwkunde en CiTG, kwam vorig jaar na de instorting in Eindhoven tot dezelfde conclusie: “Gemeentelijk bouwtoezicht wordt tegenwoordig aan de vrije markt wordt overgelaten. Het is een wassen neus geworden. Gemeentelijk bouwtoezicht, zoals we dat in het verleden kenden, boezemde nog angst in.”   

‘Er moet snel iets aan het toezicht gedaan worden’

In zijn boek Verbeelding & Werkelijkheid diept Nijsse het bouwtoezicht, of de kwaliteitszorg, verder uit: “Kwaliteitszorg betekent niet dat je een paar formulieren moet invullen in een warm kantoor, maar dat je op de bouw moet controleren en moet goed- of afkeuren. We leren ook dat de voorbereiding en het narekenen van het ontwerp altijd zorgvuldig moet gebeuren. En, tot slot, dat de gebruikte materialen, vooraf(!) goed moeten worden getest en van een certificaat moeten worden voorzien, dat dit duidelijk aantoont.”

Docent bouwtechniek ir. Sander Pasterkamp (CiTG) vertelt dat de verantwoordelijkheid voor een bouwwerk nogal verspreid is geraakt. Het ontwerp is vaak verdeeld over verschillende partijen. Ook aannemers en onderaannemers maken hun berekeningen. “En dat moet allemaal in elkaar passen. Daar gaat het nog wel eens mis. Dan is de vraag: wie controleert dat allemaal? In praktijk is het antwoord vaak: niemand.”

In Den Haag wordt al jaren gewerkt aan een wet die het bouwtoezicht beter moet regelen, de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen.  Daarin komt te staan dat de opdrachtgever naast een aannemer ook een onafhankelijke toezichthouder of opzichter moet inhuren. “Nu wordt die meestal wegbezuinigd”, weet Pasterkamp. Men redeneert dat de aannemer verantwoordelijk is voor de kwaliteit van het gebouw, en daarnaast is er de gemeentelijke dienst bouw- en woningtoezicht. Maar veel gemeenten bouwen die dienst alvast af, in afwachting van de nieuwe wet.

Die moet er dan wel snel komen. En dat is volgens Plass niet het geval: “De nieuwe wet kan op z’n vroegst over drie jaar worden ingevoerd. Hopelijk helpt dit incident om de Tweede Kamer wakker te maken. Er moet echt snel iets aan het toezicht gedaan worden.”

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe