Overslaan en naar de inhoud gaan
Waarom promovendi niet op tijd promoveren
Nog geen vijf procent van de promovendi aan de TU promoveert op tijd. Foto: Sam Rentmeester

Ze worden geacht er vier jaar over te doen, maar nog geen vijf procent van de promovendi aan de TU slaagt er in om binnen die tijd te promoveren. Hoe is dat mogelijk?

Or read in English

Uit onze gesprekken met vertegenwoordigers van promovendi komen deze factoren naar voren:

  • Publish or perish: de druk om veel artikelen te publiceren, vertraagt het schrijven;
  • De onderzoeksvraag sluit onvoldoende aan op de expertise van de begeleider;
  • De onderzoeksvraag is niet helder genoeg geformuleerd;
  • Er is te weinig begeleiding;
  • Er doemen praktische problemen op en onduidelijk is wie ze moet oplossen;
  • Het onderzoek blijft uitdijen, ook na het go/no go moment;
  • Filevorming: er zijn te weinig ruimtes waar de promotieceremonie kan plaatsvinden.

Lees het hele verhaal:

Dit zegt vice-rector magnificus Rob Mudde
“We moeten naar een ander systeem. Promoveren is een proeve van bekwaamheid waar je vier jaar voor krijgt.” Aldus vice-rector magnificus Rob Mudde afgelopen zomer tijdens een vergadering van het college van bestuur met de ondernemingsraad. Aanleiding van het gesprek over de promoties was het zogeheten promotierendement uit het Jaarverslag 2018. Het percentage promovendi dat binnen vijf jaar klaar is, was vorig jaar 43 procent. Het laagste cijfer sinds 2013. Maar eigenlijk moet een promovendus binnen vier jaar klaar zijn. Daar slaagt nog geen 5 procent in. Mudde: “We hebben hier een cultuuraspect in brede zin te pakken. Er wordt te gemakkelijk over gedacht.”

Zijn Delftse promovendi echt zo traag?
Gemiddeld doen promovendi in Nederland zestig maanden over hun promotie. Dat blijkt uit de laatste cijfers van de VSNU, die gaan over 2017. Bij de TU Delft doen de onderzoekers er gemiddeld vier maanden langer over (64 maanden). Dat is veel meer dan bijvoorbeeld de collega’s aan de Universiteit Utrecht (53 maanden), maar weer aanzienlijk minder dan die van de VU Amsterdam (68 maanden). Wat verder opvalt is dat er landelijk geen duidelijke opwaartse of neerwaartse trends te zien zijn, ook niet bij de TU Delft.

De TU zette in 2012  toch de Graduate School op, om promoties te versnellen?
Volgens collegevoorzitter Tim van der Hagen ‘heeft de Graduate School kennelijk nauwelijks positief effect gehad’ op de rendementen, zo zei hij tijdens diezelfde or-vergadering. De Graduate School helpt jonge onderzoekers om hun promotieonderzoek sneller af te ronden en organiseert daarvoor onder meer schrijf- en presenteertrainingen. De Graduate School ziet erop toe dat de onderzoekers een meer gestructureerd promotietraject doorlopen.

Publish or perish

De publicatiedruk zorgt voor vertraging…
Het is niet terecht om naar de Graduate School te wijzen, vindt promovendus Yan Liu (CitG), van maart 2016 tot en met juni 2018 voorzitter van het Delftse promovendinetwerk PromooD. “Uitloop is bijna onoverkomelijk. In de wetenschap geldt steeds meer het adagium publish or perish. Er zijn professoren die eisen dat je minimaal vier artikelen publiceert in hoog aangeschreven bladen voordat je promoveert. Dan duurt het dus langer voordat je klaar bent. Andere hoogleraren tillen daar minder zwaar aan. Het hangt er maar net vanaf bij welke onderzoeksafdeling je zit. De Graduate School moest zorgen voor meer uniformiteit hierin. Daar is ze nog onvoldoende in geslaagd, maar zonder Graduate School was het promotierendement nog lager geweest.”

Joeri Brackenhoff van de PhD council van CiTG hoort gemengde geluiden over de Graduate School. “Sommigen zien de verplichte vakken die de Graduate School regelt alleen maar als last en willen er zo snel mogelijk mee klaar zijn. Er zijn ook promovendi die zeggen baat te hebben bij het programma. Vooral de cursussen schrijven en presenteren worden gewaardeerd. Ik denk dat de Graduate School helpt om promovendi op koers te houden.”

De Graduate School organiseerde vorige maand een enquête waaraan 534 promovendi deelnamen, een kleine twintig procent van het totaal aan de TU. De resultaten van die enquête zijn nog niet openbaar maar Joeri Brackenhoff zag de preliminary results: “De publicatiedruk wordt vaak genoemd.”

Promovenda Yildiz Sağlam (TNW), tot vorige maand voorzitter van PromooD, heeft de indruk dat er een cultuuromslag gaande is en dat hoogleraren zich bewuster worden van de problemen waarmee promovendi kampen als ze de vier jaar overschrijden. Zo lijken hoogleraren hun strenge houding over publiceren in hoog aangeschreven tijdschriften wat te versoepelen. “Dat is goed nieuws”, zegt Sağlam. “Want promovendi zijn perfectionisten. Ze werken vaak vier jaar lang in het lab om data te verzamelen. Er heerst een heel competitieve sfeer op de TU. Pas ver in hun vierde jaar beginnen promovendi te schrijven. Voor de extra tijd die ze in hun project steken, krijgen ze vaak niet betaald. Het zorgt voor stressvolle situaties. Door de overschrijding kunnen ze ook nog eens problemen krijgen met hun visum.”

Tekort aan begeleiders

Er zijn te weinig begeleiders
Dit probleem lost langzaam op aangezien een universitair hoofddocent, sinds begin 2018, ook als promotor mag optreden. Yan Liu (CitG) vindt dat  een goede zaak. “Vaak zijn dat jongere mensen die zich beter kunnen verplaatsen in de dilemma’s waar promovendi tegenaan lopen.”

Toch hoort Joeri Brackenhoff vaak van promovendi dat ze meer sturing van hun begeleiders wensen. “Bij wie moet je zijn om bepaalde experimenten uit te voeren? Dat wordt niet altijd uitgelegd. Dat kan tot problemen leiden. Sommige buitenlandse onderzoekers zijn het niet gewend om naar mensen toe te stappen om vragen te stellen.”

Yildiz Sağlam herkent dat. “Nederlanders zijn vrij direct en durven nee te zeggen. Maar een buitenlandse promovendus zal je minder snel horen zeggen: ‘ik wil niet meer naar het lab. Ik wil schrijven’.” Promovendi kunnen daarbij met allerlei problemen worden geconfronteerd waarop ze geen vat hebben, vertellen de geïnterviewden. Denk aan machines in het lab die stuk gaan of onderzoeksprojecten waarvoor op het laatst onvoldoende financiering komt waardoor de beoogde postdoc niet kan worden aangenomen en de promovendus met extra werk wordt opgezadeld.

De lange wachttijden voor een promotie werken vertragend
Joeri Brackenhoff krijgt ook vaak klachten over de logistiek die bij de promotieceremonie komt kijken. “Promoties vinden plaats in de Senaatszaal en de Frans van Hasseltzaal. Meer ruimtes zijn er niet. Sommige promovendi moeten een halfjaar wachten voordat ze hun proefschrift kunnen verdedigen. Het is een behoorlijk uitgebreide ceremonie. Daarvan kunnen er maar een paar per dag plaatsvinden. Het is een grote opstopper, hoor ik vaak.”

Niet de juiste expertise

Het onderzoeksonderwerp past onvoldoende bij de expertise van de hoogleraar
Steeds meer promovendi komen uit het buitenland. Ze komen vaak naar Delft met een beurs van een buitenlands instituut, of worden betaald door een bedrijf. Dan bestaat volgens Liu de kans dat de expertise van de begeleidende hoogleraar niet helemaal aansluit op het in het buitenland bedachte onderzoeksonderwerp. “Een voorbeeld? Buitenlandse promovendi doen vaak onderzoek naar specifieke casussen uit hun land van oorsprong, bijvoorbeeld bruggen. Die onderzoeker komt hier in Delft terecht bij een hoogleraar die wellicht veel weet van Nederlandse bruggen maar minder van Amerikaanse, Chinese of Braziliaanse. Mogelijk doen ze hierdoor langer over hun onderzoek.”

Onderzoeksvragen zijn niet altijd helder geformuleerd 
Natuurlijk kan een onderzoeksvraag nog worden bijgesteld, maar het komt volgens Liu ook voor dat dat nog gebeurt na het go/no go-moment.  “Er doet zich een interessante casus voor en daar word je dan ingezogen. Ik zeg niet per se dat het slecht is. Het maakt het werk spannend, maar wel extra moeilijk. De mensen die beslissen over go/no go, overzien dit proces niet altijd.”

En nu? Een rondgang langs faculteiten
De tegenvallende cijfers vormden voor Rob Mudde en conrector Peter Wieringa, hoofd van de Graduate School, aanleiding om een rondgang langs alle faculteiten te maken en de problemen waar promovendi tegenaan lopen te inventariseren. Binnenkort doen zij verslag. Wieringa heeft Delta laten weten niet te willen speculeren over mogelijke oorzaken van het lage promotierendement. “Ik ga nu niet vooruitlopen op een conclusie en op een aanpak. Eind december weet ik meer.” Tegen die tijd zijn hopelijk ook de resultaten uit de enquête beschikbaar.

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe