Opinie

‘Waarom geven universiteiten geld uit aan online onderwijs dat ze vervolgens gratis op internet zetten, terwijl het risico is dat ze minder studenten trekken?’ (Desiree Hoving, wetenschapsjournalist)

Een hoorcollege bezoeken was eerst alleen weggelegd voor de happy few. Inmiddels staat er op internet een walhalla aan complete academische vakken, gratis en voor iedereen. De universiteit herbezint zich op haar taak.


Een man staat met zijn rug naar je toe. Voor hem hangt een schoolbord zo breed als een bioscoopscherm. Zijn krijtje beweegt ergens in de linker bovenhoek. Wat hij schrijft, is niet te lezen achterin de collegezaal. Toch pen je samen met honderd medestudenten alles mee, mits je wakker blijft. Na een uur heeft de man het zwarte vlak helemaal volgeschreven. Iedereen druipt af. Je hoorcollege is voorbij.


‘Colleges zijn plekken waar de aantekeningen van een hoogleraar rechtstreeks in de aantekeningen van zijn studenten verdwijnen, zonder dat er hersenen aan te pas komen.’ De quote is een vrije vertaling van Mark Twain, een Amerikaanse auteur en docent uit de negentiende eeuw. Hij vat zo’n beetje alle kritiek op de huidige hoorcolleges samen. Het klassikale onderwijs is éénwegscommunicatie van lesgever naar cursist. In andere woorden: een inspiratieloze en passieve manier van kennisoverdracht. Hoog tijd dus dat daar verbetering in komt.


Wellicht helpt het als we ons onderwijsmateriaal delen met de rest van de wereld, gewoon via het internet! Dat dacht men in 2002 bij het Massachusetts Institute of Technology (MIT, ocw.mit.edu) Sindsdien zetten universiteiten over de hele wereld steeds meer leerstof gratis online, bijvoorbeeld op iTunes U en Wikiwijs. Ook de TU Delft begon hiermee in 2007 en heeft inmiddels meer dan honderd cursussen beschikbaar (ocw.tudelft.nl). In principe kan iedere Engels sprekende wereldburger die in zijn eigen tijd volgen.


Nu is er weer een nieuwe hype: moocs (massive online open courses). Deze überhippe internetcursussen worden tot nu toe vooral door topprofessoren van Amerikaanse universiteiten gegeven. Het grootste verschil met de andere gratis leerstof is dat mensen zich moeten inschrijven en dat de cursus op een bepaalde datum van start gaat. Mensen bekijken wekelijks een serie korte videocolleges, die elk hooguit tien minuten duren, en beantwoorden enkele multiplechoicevragen. Via een discussieforum overleggen ze met medestudenten en na een week of acht halen ze hun eindtoets.



Gewoon onderwijs vervangen

Zo startte in september 2011 een cursus kunstmatige intelligentie bij Stanford University. Daarvoor schreven zich maar liefst 160 duizend enthousiastelingen uit 190 landen in. Van hen haalden 23 duizend de eindstreep. Het betekende de definitieve doorbraak van moocs. Ook de TU Delft zal in september twee van dit soort massale gratis online cursussen aanbieden. In het voorjaar van 2014 starten er nog twee.


Ook online, maar niet als mooc, kun je na de zomer bij civiele techniek de complete master track watermanagement volgen. En bij  de faculteiten Techniek, Bestuur en Management en Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek is het mogelijk een deel van de master online te doen. Voor deze masters moet je overigens wel het gewone collegegeld neerleggen.


Allemaal leuk en aardig, die stortvloed aan internetonderwijs. Maar wat is de invloed ervan op universiteiten? “De vraag die voor mij het belangrijkste is, is in hoeverre het online onderwijs het gewone onderwijs gaat vervangen”, zegt Willem van

Valkenburg. Hij is projectmanager opencourseware en gaat over bijna alles wat op de TU Delft met internetonderwijs te maken heeft. Voorzichtig formuleert hij een antwoord op z’n eigen vraag: “Door de toename van online onderwijs is het plausibel dat universiteiten minder studenten zullen trekken. Daarmee staat het businessmodel van universiteiten onder druk. Dat is immers gebaseerd op het aantal studenten dat staat ingeschreven. Toch kunnen studenten voorlopig niet zonder universiteit, want het zijn de enige instanties die een diploma mogen uitreiken. Ik kan me voorstellen dat wanneer iemand verschillende moocs heeft gevolgd een diploma wil halen bij de universiteit met de beste reputatie.”

Paradoxaal genoeg denkt Van Valkenburg dat die reputatie juist verhoogd wordt wanneer een universiteit meer online onderwijs, in de vorm van moocs, aanbiedt. Om die reden lijken Nederlandse universiteiten eerder bang voor wat er gebeurt als ze géén mooc zouden aanbieden. Zo ook Arie den Boon, initiatiefnemer van de eerste Nederlandse mooc, die begin dit jaar bij de Universiteit van Amsterdam (UvA) te volgen was. Volgens hem zou de UvA dan niet aanwezig zijn als merk en zouden studenten eerder kiezen voor universiteiten waar ze wél een mooc kunnen volgen. Van Valkenburg ziet die wereldwijde concurrentie ook om de beste wetenschappers en PhD’s. Om die reden kiest de TU Delft ervoor om haar mooc alleen rondom onderwerpen te bouwen waar ze het beste in is, zoals watermanagement en luchtvaart- & ruimtevaarttechniek. Alles voor de strijd om de beste studenten en onderzoekers.



Onderscheidend

Toch lijkt het businessmodel van moocs niet te kloppen. Waarom geven universiteiten geld uit aan het maken van online onderwijs dat ze vervolgens gratis en voor niks op internet zetten, terwijl het risico daarvan is dat ze minder studenten trekken? Het is logisch dat universiteiten naar een hoge reputatie streven. Maar als elke universiteit straks een mooc heeft, dan onderscheid niemand zich meer. Van Valkenburg denkt dat het niet zo’n vaart zal lopen. Volgens hem is er geen markt voor zoveel moocs, omdat mensen toch het liefst een mooc van een topuniversiteit volgen. Dat niet elke universiteit straks een mooc heeft, bevestigt ook onderzoeksbureau Gallup. In mei publiceerde Gallup op de nieuwssite Inside Higher Ed  dat de meeste Amerikaanse voorzitters van het college van bestuur niet in de meerwaarde van moocs geloven. Slechts drie procent dacht dat studenten er beter door gingen leren en twee procent geloofde dat ze de financiële problemen van universiteiten gingen oplossen.


Internetonderwijs roept ook de vraag op wat de rol van universiteiten eigenlijk precies is. Collegezalen lijken immers overbodig als studenten complete vakken vanaf hun eigen laptop, tablet of smartphone kunnen volgen. Docenten lijken elkaar weg te concurreren als studenten liever colleges van tophoogleraren aan de andere kant van de wereld volgen. Bovendien staat alles toch al online, dus waarom zou je als docent volgend jaar nog zelf in de klas gaan staan?



Geen vervanging maar aanvulling

Bij Civiele Techniek en Geowetenschappen zijn ze louter positief. “Online is geen vervanging, maar een aanvulling”, roept Anke Grefte, die de online master watermanagement coördineert en ook bezig is met een mooc. “Eerlijk gezegd denk ik dat het voor docenten juist veel drukker wordt, want de online en offline master lopen parallel aan elkaar. Al die studenten willen nog steeds begeleid worden. Als er tachtig mensen in de collegezaal zitten en daarnaast nog vijftig online masterstudenten komen, moeten docenten veel meer vragen beantwoorden. Bovendien worden vragen nu niet allemaal meer in de collegezaal gesteld, maar ook via e-mail en Skype. Zowel de hogere studentaantallen als de individuelere benadering verhogen de druk”.


Ook universitair hoofddocent Mark Bakker ziet alleen maar voordelen. “Mijn vak geohydrologie 1 is dit jaar voor het eerst opgenomen. Het is één van de 25 vakken voor de online master. Het verbaasde me eerlijk gezegd dat studenten daar blij mee waren. Ze kijken het bijvoorbeeld als ze een keer ziek zijn geweest of bereiden er hun tentamen mee voor”. Ook is Bakker niet bang dat hij overbodig wordt nu zijn vak online beschikbaar is. “Ik heb collega’s in Amerika die weigeren om hetzelfde verhaal nog een keer te vertellen. Die zeggen tegen hun studenten: kijk eerst mijn college van vorig jaar, dan hebben we daar in de klas een discussie over”. De docent is er zelfs van overtuigd dat studenten steeds vaker alleen de vakken kiezen die zowel offline als online aangeboden worden. “Alleen de collegezalen van oude kritische knarren die hun lessen niet willen opnemen, worden leger”. 




Aantrekkelijke presentatie

Maar helpt online onderwijs inderdaad om van die oersaaie hoorcolleges af te komen? Een oninteressant college wordt immers niet beter als je het via internet kunt volgen. “Doordat we bezig zijn met online onderwijs, wordt de kwaliteit van het gewone onderwijs verbeterd”, zegt Linda Mebus. Ze is onderwijsadviseur aan de TU Delft en begeleidt docenten bij de didactiek van online leren. Dat is een veelgehoord geluid; na iedere onderwijsinnovatie roepen mensen dat het reguliere onderwijs daar beter van wordt. Maar als een docent nooit heeft nagedacht over hoe hij een hoorcollege aantrekkelijk kan maken, waarom zou hij dat nu ineens wel gaan doen bij internetonderwijs?


Daar helpt Mebus de docenten mee. Al zegt ze wel dat er een goede en ervaren docent een vereiste is. Iemand die om kan gaan met alle digitale tools om met studenten te communiceren. Vervolgens moet hij of zij een onderwerp op een visueel aantrekkelijke manier presenteren. Dat geldt zowel voor de online master, waarvoor bij de online masters alle hoorcolleges integraal zijn opgenomen of zijn vervangen door speciaal opgenomen korte weblectures, als voor de moocs, waarvoor speciale filmpjes van elk tien minuten worden gemaakt.


“Ik ga met docenten door hun powerpointpresentatie heen en verdeel die in kleinere stukken met goede tekst en mooie afbeeldingen. Ook kijk ik hoe we een soort interactie in kunnen bouwen, wat bij online onderwijs extra belangrijk is omdat je de vragende blik van studenten niet kan zien. We willen studenten ook online triggeren om vragen te stellen. Je kunt kennis immers niet simpelweg kopiëren van docent naar student”, zegt Mebus. Dat stellen van vragen aan de docent zal bij de online master, met kleinere studentaantallen, makkelijk zijn dan bij moocs. “Ik wil helemaal geen vragen van vijftigduizend mensen krijgen”, zegt docent Bakker dan ook. Bij moocs krijgt dus niemand persoonlijke begeleiding van docenten. In plaats daarvan begeleiden studenten elkaar op speciaal voor de mooc ingerichte discussiefora.



Erkend diploma

Om nog even terug te komen op de vraag in hoeverre het online onderwijs het gewone onderwijs gaat vervangen: dat hangt ook samen met de waarde die gratis online cursussen gaan krijgen. Als commerciële Amerikaanse aanbieders van moocs serieus de concurrentie aan willen gaan met universiteiten, moeten studenten er een erkend diploma kunnen krijgen om een baan mee te kunnen vinden. Daar wordt aan gewerkt. Zo kondigde edX, het open source platform waarop de TU Delft haar moocs gaat geven, in september 2012 aan samen te gaan werken met Pearson. Een wereldleider in het afnemen van computertoetsen. Hierdoor hebben edX-studenten de mogelijkheid om examen te doen bij een van de 450 testcentra in meer dan 110 landen. Onze studenten willen hun toekomstige werkgevers een onafhankelijk gevalideerd certificaat kunnen laten zien, motiveerde Anant Agarwal, voorzitter van edX in een persbericht . Zo’n examen kost nog geen honderd dollar, veel goedkoper dus dan een jaar collegegeld wat je op een universiteit kwijt bent, ook als je maar één vak zou willen volgen.

De universiteit mag zich voorlopig nog even blijven herbezinnen op haar taak.



Desiree Hoving is freelance wetenschapsjournalist


 


Online onderwijs is in essentie te onderscheiden in twee categorieën:


  • Massive open online courses zijn online vakken, vaak op bachelor niveau, die iedereen overal en gratis kan volgen. Je  volgt elke week online colleges, maakt tussentijdse multiplechoicetoetsen en bij gebrek aan een docent overleg je met je medestudenten via een forum. Je krijgt geen diploma.

  • Online masters bestaan uit ongeveer 25 vakken, die grotendeels via internet te volgen zijn. Je krijgt persoonlijke begeleiding van een docent, betaalt het normale collegegeld en krijgt hetzelfde diploma als bij een gewone masterstudie.



     

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.