Overslaan en naar de inhoud gaan
TU Delta Delft
In samenwerking met de TU Delft Debating Club en de VSSD hield Delta onlangs een debat over stress. (Foto: Annemijn Smid)

Het debat is dood, schreef Delta-columnist Dap Hartmann in zijn laatste bijdrage. Hoe zit dat bij Delftse studenten? Spelen hun discussies zich wellicht elders af? De VSSD pleit voor één herkenbare plek op de campus voor debatten.

Read this article in English

Het is droevig gesteld met de debatcultuur aan de TU Delft, concludeerde columnist Dap Hartmann in zijn laatste bijdrage Adieu. Zijn 118 meestal kritische columns leverden, op een enkele (boze) ingezonden brief na, meestal geen discussie op terwijl dat wel de bedoeling was in de hoop dat er dingen zouden verbeteren. ‘Van enig openbaar debat heb ik helaas nooit iets gemerkt’, schreef hij.

Willen studenten zich liever niet (meer) in het openbaar uiten? En als dat zo is, waar ventileren ze hun mening dan wel?
Marie Sam Rutten van studentenraadsfractie Oras herkent dat het vaak moeilijk is om erachter te komen welke meningen er onder studenten bestaan. “Studenten verdiepen zich voornamelijk tijdens verkiezingen in politiek en bepaalde onderwerpen, maar door het jaar heen minder.”

Studenten discussiëren volgens Rutten wel, maar dan voornamelijk op het moment dat een onderwerp speelt, en met mensen die op dat moment in hun buurt zijn: vrienden, huisgenoten of mensen in hun Whatsapp-groep. Rutten weet dat er discussies in Whatsapp-groepen zijn gevoerd over de zogenoemde Sleepwet ‘en andere onderwerpen waar je invloed op kunt uitoefenen’.

Dat niet publiekelijk uiten heeft volgens Rutten twee redenen. “Studenten zijn zich er sterk van bewust dat in het publieke debat altijd is terug te vinden wat je hebt gezegd. Twee: studenten denken vaak niet genoeg van een onderwerp te weten om er in het openbaar hun mening over te geven. Misschien hebben ze het te druk om zich er in te verdiepen, ze moeten veel keuzes maken, veel onderwerpen staan ver van ze af en ze voelen niet de intentie om aan het debat deel te nemen.”

Zeker bij gevoelige thema’s is nuance belangrijk

Axel Meeuwissen van studentenraadsfractie Lijst Bèta denkt dat studenten juist op internet, vrij anoniem, hun mening uiten. “Het probleem is dat je op internet dingen zegt die je anders niet zegt. Het gevaar van social media is dat je in een filter bubble zit: op Facebook kom je niet zozeer in aanraking met mensen die anders zijn. Je mening wordt daardoor versterkt, maar dat geldt niet alleen voor studenten.”

Een ander probleem van online discussies is dat de nuance verloren gaat, waarschuwt Meeuwissen. “Daarom houd ik niet van discussies op Facebook of via andere social media. Ik zit liever bij een publiek debat, zeker bij gevoelige thema’s is nuance belangrijk. Ik wil aanmoedigen dat het debat in de ‘echte wereld’ plaatsvindt.”

Herkenbare plek voor debatten
Dat moet voorzitter van studentenvakbond VSSD Jorino van Rhijn als muziek in de oren klinken. Hij pleit voor één herkenbare plek op de campus voor debatten. “Nu zijn er overal en nergens eigen evenementen. Je zou één centraal punt moeten aanwijzen. Ik zie een kans voor de VSSD om daar een rol in te spelen, om dat te faciliteren. En dan niet om 16.00 uur, als er nog colleges zijn.”

Volgens Van Rhijn probeert de TU met een vak als ethiek vorm te geven aan maatschappelijke betrokkenheid van studenten. Dat is volgens hem niet genoeg. “Studenten kunnen er meer uithalen met evenementen van bijvoorbeeld de TU Delft Debating Club en de VSSD. Wij hebben contacten met politici en andere mensen die landelijk betrokken zijn bij de onderwijswereld. We zouden meer aan het publieke debat kunnen doen.”

Vraag is volgens hem alleen wat het woord ‘debat’ bij mensen oproept. “Het gaan hebben over stress, is iets anders dan ‘een debat’ over stress.” Het woord ‘debat’ klinkt best eng voor studenten, meent voorzitter van de TU Delft Debating Club, Niels Buijssen. “Alsof je in de spotlight wordt gezet. Als je geen sterke mening hebt over een onderwerp, kan dat afschrikken.”

Als studentassistent bij het vak debatteren bij technische bestuurskunde merkt Buijssen dat de studenten zeker hun mening willen laten horen bij stellingen over bijvoorbeeld studentenstops. “Maar dan moet je ze eerst pushen om er over na te denken.” Studenten hebben volgens hem vaak te veel prikkels van social media, waardoor debatten er niet uitspringen.

Toch leeft het debat bij Delftse studenten, meent Van Rhijn. “Vorig jaar waren er landelijke verkiezingen en toen hebben de Debating Club en de VSSD, samen met Studium Generale, de JOVD Delft en omstreken een verkiezingsdebat georganiseerd in de aula en daar kwamen zeshonderd mensen op af. Dat was een vrij groot succes. Vraag is waarom we dat niet elke maand kunnen doen.”

Van Rhijn vindt dat er onderscheid moet worden gemaakt in wat ‘deelname aan een debat’ betekent. “Het kan betekenen dat studenten in de rij staan om iets te vertellen, of het kan betekenen dat mensen zich willen laten informeren door een spreker. Misschien vinden studenten het interessant om zich eerst te laten informeren en dan op de borrel erna er over te praten.”

Buijssen herkent dat en constateert net als Rutten van Oras dat studenten denken ergens niet genoeg van af te weten om er een goede mening over te hebben. “Daarom zie je ze wel naar een verkiezingsdebat komen, omdat ze daar dan al relatief veel van af weten, maar minder naar debatten over specifiekere onderwerpen zoals ‘stress’.”

Hoe bespreek jij met andere studenten politiek gevoelige onderwerpen? Laat het ons weten via onderstaand mailadres.

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe