In een Vsnu-visitatierapport over de opleidingen technische bedrijfskunde en technische bestuurskunde komt techniek, bestuur en management (TBM) op belangrijke punten als beste opleiding uit de bus.

/strong>De opbouw van het TBM-programma krijgt een 8, evenals de kwaliteit van de afgestudeerden. De staf steekt ruim boven andere teams uit: "De betrokkenheid van de staf is hoog. (...) Er is een sterke corporate spirit en het team straalt bezieling uit", schrijft de commissie.De voorzieningen zijn zelfs een 9,5 waard. Er is lof voor de leeromgevingen: "Het gebruik van ict binnen de opleiding (...) is voorbeeldig." Voeg daarbij nog de observatie dat in het TBM-gebouw een ‘aangename sfeer' heerst, en het is duidelijk dat TBM tijdens het werven van nieuwe studenten met deze beoordeling voor de dag kan komen.Toch is er ook kritiek. De commissie vindt dat er nog steeds teveel studenten in de propedeuse afvallen: een verwijt dat ook de opleidingen in Twente, Eindhoven en Groningen krijgen. Ruimere herkansingsmogelijkheden, luidt de aanbeveling. Wie nu een vak als inleiding technische bestuurskunde niet meteen haalt, zou te sterk worden beperkt in de mogelijkheid om vervolgvakken te doen.Meer aandacht voor onderzoeksmethodologie staat ook hoog op het verlanglijstje van de commissie. Het mag allemaal ietsje academischer, is de teneur. "De beroepskwaliteiten van de afgestudeerden worden door de commissie hoger gewaardeerd dan de academische kwaliteiten. De afgestudeerden met wie is gesproken zijn meer doeners. (...) Scripties zijn in het algemeen sterk probleemgeorienteerd en oplossingsgericht. De theoretische inbedding is wat minder." Het is een kritische kanttekening waarmee TBM paradoxaal genoeg bij menig werkgever goede sier zou kunnen maken.De commissie vraagt om meer aandacht voor bedrijfseconomische aspecten. En de deeltijdopleiding en de tweejarige internationale masteropleiding technology and policy analysis zouden een meer eigen karakter moeten krijgen, afgestemd op de wensen van de doelgroep. Dat het grootste deel van de studenten van de internationale master uit Azië komt, wordt door de studenten trouwens zelf betreurd, meldt het rapport.Het interdisciplinaire karakter van TBM staat op gespannen voet met de rest van de TU Delft, meent de commissie. TBM is minder technisch, en moet 'haar bestaansrecht verdedigen tegenover de andere faculteiten'. Dit leidt echter wel tot interne eensgezindheid: uit het rapport komt TBM naar voren als een opleiding waar 'open' wordt gecommuniceerd.Ernstiger vindt de commissie de spanning tussen interdisciplinair onderwijs en monodisciplinair publiceren. Onderzoekers moeten soms hun goede multidisciplinaire onderzoek 'opsplitsen', omdat de artikelen anders niet in monodisciplinaire tijdschriften mogen staan. Dat is een 'heikel punt’, aldus de keurmeesters.De commissie is enigszins bezorgd over de afstudeerrichting transport, infrastructuur en industrie. Die zou wat minder diepgang hebben dan de twee andere domeinen: energie, water en industrie en informatie- en communicatietechnologie.

In een Vsnu-visitatierapport over de opleidingen technische bedrijfskunde en technische bestuurskunde komt techniek, bestuur en management (TBM) op belangrijke punten als beste opleiding uit de bus.De opbouw van het TBM-programma krijgt een 8, evenals de kwaliteit van de afgestudeerden. De staf steekt ruim boven andere teams uit: "De betrokkenheid van de staf is hoog. (...) Er is een sterke corporate spirit en het team straalt bezieling uit", schrijft de commissie.De voorzieningen zijn zelfs een 9,5 waard. Er is lof voor de leeromgevingen: "Het gebruik van ict binnen de opleiding (...) is voorbeeldig." Voeg daarbij nog de observatie dat in het TBM-gebouw een ‘aangename sfeer' heerst, en het is duidelijk dat TBM tijdens het werven van nieuwe studenten met deze beoordeling voor de dag kan komen.Toch is er ook kritiek. De commissie vindt dat er nog steeds teveel studenten in de propedeuse afvallen: een verwijt dat ook de opleidingen in Twente, Eindhoven en Groningen krijgen. Ruimere herkansingsmogelijkheden, luidt de aanbeveling. Wie nu een vak als inleiding technische bestuurskunde niet meteen haalt, zou te sterk worden beperkt in de mogelijkheid om vervolgvakken te doen.Meer aandacht voor onderzoeksmethodologie staat ook hoog op het verlanglijstje van de commissie. Het mag allemaal ietsje academischer, is de teneur. "De beroepskwaliteiten van de afgestudeerden worden door de commissie hoger gewaardeerd dan de academische kwaliteiten. De afgestudeerden met wie is gesproken zijn meer doeners. (...) Scripties zijn in het algemeen sterk probleemgeorienteerd en oplossingsgericht. De theoretische inbedding is wat minder." Het is een kritische kanttekening waarmee TBM paradoxaal genoeg bij menig werkgever goede sier zou kunnen maken.De commissie vraagt om meer aandacht voor bedrijfseconomische aspecten. En de deeltijdopleiding en de tweejarige internationale masteropleiding technology and policy analysis zouden een meer eigen karakter moeten krijgen, afgestemd op de wensen van de doelgroep. Dat het grootste deel van de studenten van de internationale master uit Azië komt, wordt door de studenten trouwens zelf betreurd, meldt het rapport.Het interdisciplinaire karakter van TBM staat op gespannen voet met de rest van de TU Delft, meent de commissie. TBM is minder technisch, en moet 'haar bestaansrecht verdedigen tegenover de andere faculteiten'. Dit leidt echter wel tot interne eensgezindheid: uit het rapport komt TBM naar voren als een opleiding waar 'open' wordt gecommuniceerd.Ernstiger vindt de commissie de spanning tussen interdisciplinair onderwijs en monodisciplinair publiceren. Onderzoekers moeten soms hun goede multidisciplinaire onderzoek 'opsplitsen', omdat de artikelen anders niet in monodisciplinaire tijdschriften mogen staan. Dat is een 'heikel punt’, aldus de keurmeesters.De commissie is enigszins bezorgd over de afstudeerrichting transport, infrastructuur en industrie. Die zou wat minder diepgang hebben dan de twee andere domeinen: energie, water en industrie en informatie- en communicatietechnologie.