In 2021 hebben meer promovendi en postdocs coronacompensatie gekregen dan in 2020. Toch blijft de regeling omgeven met onduidelijkheid.
Foto ter illustratie. (Foto: Dalia Madi)

In 2021 hebben meer promovendi en postdocs coronacompensatie gekregen dan in 2020. Toch blijft de regeling omgeven met onduidelijkheid.

Read in English

De Nederlandse universiteiten spraken in mei 2020 met vakbonden af om 0,45 procent van hun zogeheten loonruimte – dat is het bedrag waarmee lonen maximaal mogen stijgen – te gebruiken voor de verlenging van tijdelijke contracten van onderzoeksmedewerkers die door de coronacrisis vertraging opliepen. In de praktijk zijn die tijdelijke onderzoeksmedewerkers vooral promovendi en postdocs en de afspraken gelden voor contractverleningen tot en met december 2021.

Het aantal aanvragen in 2021

Inmiddels is een groot deel van de bijna anderhalf miljoen euro uitgegeven aan verlengingen, al zit er nog 428.442 euro in de ‘loonruimtepot’. Dat blijkt uit cijfers van de dienst Human Resources (HR). Waar in 2020 het aantal verlengingen bleef steken op twintig promovendi en postdocs, zijn dat er dit jaar zestig. In 2021 zijn tot nu toe twaalf aanvragen afgewezen, deels omdat de contracten daarmee zouden eindigen in 2022, terwijl de huidige regeling geldt tot 31 december 2021. Bij de andere afwijzingen ging het om promovendi of postdocs die aan het begin van hun onderzoekstraject stonden. De TU Delft redeneert dat zij genoeg tijd hebben om vertraging in de halen. Twee faculteiten vallen op: Technische Natuurwetenschappen (TNW) omdat daar de meeste aanvragen zijn gegaan en Civiele Techniek en Geowetenschappen (CiTG), waar het laagste aantal aanvragen zijn gedaan terwijl de faculteit het hoogste aantal promovendi telt. Eind vorig jaar meldde de faculteit er op te mikken dat zo min mogelijk onderzoekers gebruik hoefden te maken van de gereserveerde loonruimte.  Daarmee volgde de faculteit het standpunt van coronawerkgroep Bedrijvigheid, onderzoeksfinanciering en overeenkomsten derden, die onder leiding staat van CiTG-decaan Jan Dirk Jansen. 

Hoewel meer promovendi en postdocs compensatie hebben weten te krijgen, blijkt er nog steeds een zweem van onduidelijkheid te hangen rondom de regeling. Eerder dit jaar stelde het University PhD Council (UPC) al dat de meeste promovendi en postdocs niet weten dat de deze bestaat of welke voorwaarden deze stelt.

Verwarring
Die zorg is nu onderbouwd met cijfers. Uit een gezamenlijke enquête van het UPC en de vakbonden van de TU Delft (AOb, CNV en FNV) blijkt onder meer dat 85 procent van de promovendi en postdocs niet op de hoogte is van het bestaan van de loonruimte-regeling. Aan de enquête – die tussen 1 januari en 8 maart werd gehouden - deden 169 promovendi en postdocs mee. In totaal werken er zo’n 3000 promovendi en 536 postdocs aan de TU. Daarmee is de enquête niet representatief, maar volgens UPC en de vakbonden wel aanleiding tot zorg. “Promovendi van bijna alle faculteiten hebben gereageerd. De uitkomsten laten zien dat de communicatie rondom de regeling nog steeds tekort schiet”, zegt Vittorio Nespeca namens de UPC. Van de respondenten die zeggen verlenging te willen aanvragen, weet bijna 63 procent niet bij wie en onder welke voorwaarden dit kan. “Er is verwarring alom”, aldus Nespeca. Hij heeft de afgelopen maanden ervaringen van promovendi verzameld. “Uit de verhalen die ik heb gehoord blijkt bovendien dat sommige faculteiten de regeling helemaal niet hebben gecommuniceerd.”

Hij wijt dat aan een gebrek aan consistente communicatie. De TU Delft heeft de communicatie over de regeling bewust overgelaten aan de faculteiten. De faculteiten Industrieel Ontwerpen,  Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek (L&R) en Technische Natuurwetenschappen (TNW) hebben bijvoorbeeld aan afdelingssecretarissen gevraagd om het bestaan van de loonruimteregeling binnen hun afdelingen te communiceren en de facultaire Graduate School en het facultaire PhD-council op de hoogte gebracht. L&R heeft daarnaast informatie over de regeling in een nieuwsbrief gezet die wekelijks binnen de faculteit wordt verstuurd. Volgens de woordvoerders van de faculteiten is de regeling voldoende gecommuniceerd. Toch kon het gebeuren dat het nieuws over de regeling niet bij alle onderzoekers met een tijdelijke aanstelling terecht kwam.

Willekeur
Niet alleen de communicatie, ook het bepalen wie in aanmerking komt voor contractverlenging laat de universiteit over aan faculteiten. Zij hebben in kaart gebracht welke gevallen er speelden, waarna decanen besloten wie er recht had op compensatie. Volgens de UPC is de uitvoering van de regeling inconsistent gebleken. “Ik snap dat de universiteit flexibel wilt zijn en per faculteit maatwerk wilt leveren, maar tot nu toe verloopt het proces te willekeurig. Ik heb van een promovendus gehoord dat hij geen verlenging kreeg, terwijl een promovendus van een andere faculteit in precies dezelfde situatie wél drie maanden extra ontving.

‘Ook promovendi op andere universiteiten tasten in het duister’

Dat speelt niet alleen op de TU Delft, zegt Rosanne Anholt, voorzitter van het Promovendi Netwerk Nederland. “Het schort zó aan communicatie”, zegt ze.  “Toen de afspraken over de loonruimte-regeling in mei vorig jaar werden gemaakt, hebben we meteen aan de universitaire promovendi-overleggen gevraagd hoe dit bij hen werd uitgevoerd. Zij tasten in het duister.”

De stroeve communicatie is aangekaart bij het college van bestuur door zowel de ondernemingsraad als de vakbonden in het Lokaal Overleg van de TU Delft. Rector magnificus Tim van der Hagen beloofde de communicatie te zullen bespreken  met onder meer decanen, maar zei er weinig heil in te zien de coronacompensatie ‘breder te benadrukken’. “Het risico bestaat dat iedereen dan naar die verlenging gaat springen.” Volgens Van der Hagen moeten jonge onderzoekers zo snel mogelijk verder kunnen met hun leven, zodat de impact van de coronacrisis beperkt blijft. “Ze zijn dus niet altijd gebaat bij verlenging. Maar als ze het echt nodig hebben, moet het geld er zijn. Of dat nou uit de reservering vanuit de loonruimte komt of vanuit andere universitaire middelen.”

Om dat te voorkomen zou het volgens Nespeca  helpen om de richtlijnen duidelijk centraal vast te leggen. Onder meer Maastricht University heeft dit gedaan. “Zoiets kan dus wel.”

Herhaling van zetten
Inmiddels heeft ook de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) extra geld beschikbaar gesteld voor door corona vertraagde wetenschappers. Van de landelijke beschikbare 20 miljoen euro, is zo’n 1,6 miljoen euro bestemd voor de TU Delft. Hierover is weer niet gericht gecommuniceerd naar promovendi en postdocs, laat de centrale HR-afdeling van de TU Delft weten. “De lijn is geweest dat communicatie plaatsvindt via de afdelingsbesturen, de Graduate Schools en de facultaire PhD-councils.” De universiteit overweegt dit nu te veranderen.

Vittorio en Anholt vrezen anders een herhaling van zetten. “Ik bang dat het geld uiteindelijk niet terechtkomt bij de promovendi die dit het meest nodig hebben”, zegt Anholt.

  • Het UPC is op zoek naar ervaringen van promovendi met het aanvragen van contractverlenging tijdens de coronacrisis. Mail naar upc-org@tudelft.nl als je jouw ervaringen wilt delen.