De kans dat je in een oude binnenstad verkeersletsel oploopt is veel hoger dan elders in het land, concludeert Prof. Bert van Wee, die meedeed aan een studie van RTL Nieuws.
Bert van Wee: "Alles rijdt kriskras door elkaar door oude binnensteden.” (Foto: Wikimedia Commons)

De kans dat je in een oude binnenstad verkeersletsel oploopt is veel hoger dan elders in het land, concludeert prof. Bert van Wee, die meedeed aan een studie van RTL Nieuws.

Read in English

Auto’s en scooters die met noodvaart langs grachten en door smalle steegjes racen; daar zijn onze oude binnensteden niet op ontworpen. Handkarren en paard en wagen waren beeldbepalend toen die wijken vorm kregen. En dus is het niet zo verwonderlijk dat in die binnensteden de nodige ongelukken gebeuren met gemotoriseerd vervoer.

Hoe gevaarlijk is het er precies? Journalisten van RTL Nieuws hebben daar onderzoek naar gedaan, samen met hoogleraar transportbeleid  Bert van Wee van de faculteit Techniek, Bestuur en Management.

De speurders namen tienduizend buurten in Nederland onder de loep. Ze analyseerden data over ongevallen waarbij letsel is ontstaan en waar gemotoriseerd vervoer bij betrokken was. Ze gebruikten ongevallen- en verkeersgegevens van Rijkswaterstaat en TomTom.

Delft telt ook wijken waar het relatief gevaarlijk is

Conclusies: meer dan de helft van de vijftig buurten met het hoogste risico ligt in oude binnensteden. Per gereden kilometer zijn historische centra tienmaal onveiliger dan gemiddeld. En Leiden is de gevaarlijkste stad, per gereden kilometer van gemotoriseerd vervoer.

Delft is ook link
Delft telt ook redelijk wat wijken waar het relatief gevaarlijk is. De buurt met het hoogste aantal ongevallen is de Roland Holstbuurt. Daar zijn tussen 2017 en 2019 veertig ongevallen geteld. In Centrum-Zuidwest ging het 35 keer mis. In totaal zijn in drie jaar tijd 1.048 ongelukken geregistreerd in Delft. Bij het merendeel van de ongevallen, 718 in totaal, was er alleen sprake van blikschade, zo blijkt uit de studie.

“Alles rijdt kriskras door elkaar door oude binnensteden”, zegt Van Wee. “Er is vaak te weinig ruimte om verkeersdeelnemers met verschillende snelheden – voetgangers, fietsers, scooters en auto’s – goed van elkaar te scheiden.”

Dat de stad Leiden eruit springt, heeft volgens de verkeershoogleraar deels te maken met het feit dat de stad een groot oud centrum heeft. "Na Amsterdam heeft Leiden het grootste historische hart van Nederland.”

Om steden veiliger te maken moeten ze verkeersluwer worden. Dat kan onder meer door te zorgen voor minder doorgaande wegen waardoor je vrijwel alleen nog maar bestemmingsverkeer overhoudt, vertelt Van Wee. “Groningen heeft in 1972 al besloten om de doorgaande wegen dwars door het centrum door te snijden. Wie van de ene naar de andere kant wil, moet buitenom over de rondweg. Dat was toen heel vernieuwend.”

Snelheid terugdringen
De laatste jaren lopen Amsterdam en Utrecht voorop als het gaat om het autoluwer maken van de binnenstad. Rotterdam doet het op dat vlak aanzienlijk slechter.

En natuurlijk helpt het om de snelheid terug te dringen. “Borden met 15 of 30 kilometer per uur alleen volstaan niet. Je moet de wegen ook zo inrichten dat mensen geneigd zijn om zich aan de snelheid te houden. Dat kan door middel van verkeersdrempels of asverspringingen waarbij je als bestuurder geen rechte lijn meer volgt.” 

De urgentie is hoog. In 2019 raakten naar schatting 21.400 mensen ernstig gewond bij een verkeersongeval. Dat is meer dan het dubbele van de doelstelling van de overheid.