Overslaan en naar de inhoud gaan
Van de straat

Een filmpje van creperende jonge albatrossen met plastic dopjes in hun maag was voor TU-docent Angeniet Kam aanleiding om een jaar lang elke dag zwerfafval te rapen. Aan het strand, in haar woonplaats en op de campus. “Soms vragen mensen of ik een taakstraf heb.”

Een rood plastic dopje. Dat is wat Angeniet Kam altijd bij zich heeft om anderen te laten zien waarom ze zwerfafval opraapt. Ze vertelt over natuurfotograaf Chris Jordan die vijf jaar geleden albatrossen wilde fotograferen op Midway Island in de Pacific, duizenden kilometers van de bewoonde wereld. “Hij vond veel creperende vogels”, zegt Kam. “Ze hadden zichzelf en hun jongen gevoed met plastic. Jonge vogels waren bezig te stikken en anderen waren al helemaal vergaan. Wat overbleef waren kringeltjes donsveertjes met in het midden wat botjes en veel plastic.”

Jordan maakte daar een filmpje van dat te vinden is op YouTube. “Heel dramatisch”, zegt Kam. “Omlijst met veel retoriek, maar ik werd er echt stil van.” Toen ze vervolgens weer eens op het strand liep en zo’n plastic dopje zag liggen, dacht ze: elk dopje dat ik opraap is er één. Eén dopje dat niet meer kan worden opgegeten door een albatros. 

Zo begon ze vorig jaar na de zomer met het idee om elke dag één dingetje op te rapen. Inmiddels is het uitgegroeid tot een uit de hand gelopen hobby. “Mijn hoofd raakt er leeg van en het is een goede work-out: je krijgt stevige billen van het bukken”, zegt ze. “Vuil in de stad vind ik vaak te smerig om beet te pakken: daarvoor gebruik ik een raapstok en handschoenen. Ik heb wel gebruikte condooms opgeraapt. Als ik maar handschoenen aan heb, dan vind ik dat niet zo’n probleem.”

Raapstokken en ringen om afvalzakken aan te bevestigen, kreeg Kam van een strandcoördinator. De handschoenen en afvalzakken regelde ze via de stichting Nederland Schoon. Jammer alleen dat die ter promotie plastic pennen en sleutelhangers verspreidt, vindt ze. “Daar word ik dan weer niet blij van.”

Soms neemt haar hobby wat extreme vormen aan, geeft Kam toe. “Ik ben nu aan het haken geslagen.” Ze moet er hartelijk om lachen. “Ik haak een soort netjes voor marktgroenten. Dat bespaart een paar plastic tasjes per keer. We moeten echt minder plastic gebruiken. Elke komkommer zit tegenwoordig in plastic!”

Kam heeft speciaal voor haar raapwerk een rugzakje, met daarin behalve de inmiddels wat zurig ruikende handschoenen en afvalzakken een tweedehands unster. Met dat handweegschaaltje weegt ze soms hoeveel vuil ze heeft geraapt. “Dat zijn de kenmerken van een gek. Ik vind mezelf zo langzamerhand behoorlijk raar worden.”

Vondsten van de dag
Ze staat op, pakt een tas vol troep en zet die demonstratief op tafel. “Hier heb ik een zakje met vondsten van de dag.” Ze pakt er de meest kleurrijke voorwerpen uit: plastic soldaatjes, schepjes, allerhande strandspeeltjes, een koptelefoontje (“doet het nog, heeft mijn dochter uitgeprobeerd”) en een kazoo. Ze fluit er even vrolijk op.

“En dit… dit was mijn meest dramatische vondst.” Ze legt voorzichtig een bril neer met een bruin beschadigd montuur. “Die vond ik op een fietspad waar een ongeluk was gebeurd. Er lagen nog allemaal verpakkingen van injectiespuiten en doorweekte tissues. Het ambulancepersoneel had die achtergelaten. Ja, als iemand snel naar het ziekenhuis moet, denk je niet aan opruimen. Ik heb het allemaal opgeraapt en weg gemikt. Elk object heeft een verhaal. Daarom ben ik er foto’s van gaan maken.”

Die foto’s zet ze op haar Facebookpagina, in albums met de namen ‘Sporen op het strand’, ‘Sporen in de stad’ of ‘Strandspeeltjes’. Ze wil er misschien een boekje van maken. Om aan mensen te geven en te zeggen wat ze in een jaar tijd heeft gevonden. Met haar broer heeft ze de Facebookpagina ‘Raap eens wat op’.
Ook op Twitter plaatst ze regelmatig foto’s sinds ze daar een actie zag om geraapt zwerfafval te tweeten met de hashtag ‘zwerfie’. Het levert soms hilarische tweets op, zoals:

Angeniet Kam @AngenietKam - Feb 21
Campus pickings nr 3 #TUDelft #zwerfie 'Ik zei nog zo, laat het niet rondslingeren!'
pic.twitter.com/pixVAZVFrS 

Met op de foto een pakket instructies van de organisatoren van de Delftse Bedrijvendagen 2014, waarop staat: ‘Deze handleiding is persoonlijk. Bewaar hem goed. Niet laten rondslingeren!’

Rondje campus
Genoeg over haar motivatie, tijd voor een rondje op de campus. Gewapend met raapstokken beginnen we op het grasveldje tussen de dienst Onderwijs & Studentenzaken en de faculteit Industrieel Ontwerpen. “Dit grasveldje doe ik altijd om even een frisse neus te halen. Telkens vind ik troep.” En ja hoor, ook nu weer: blikjes, peuken, stukjes hard plastic, een folder voor een ouderdag en een uitgebluste ballon van studentenpartij Stip, bungelend aan een touwtje rond een lantaarnpaal. Razend vlug belanden ze in Kams groene afvalzak. De dag na de gemeenteraadsverkiezingen vond ze drie volle waterflesjes van de VVD op de campus. “Vooral leuk vanwege de slogan: Stem VVD voor een schoon, veilig en betaalbaar Delft.”

Het is wel even wennen: en plein public rotzooi rapen. “Veel rapers hebben dat”, zegt Kam. “Dat komt doordat er een sterke associatie is met een taakstraf. Soms vragen mensen me: doet u dit vrijwillig? Of ze vragen: heb je een taakstraf? Wonderlijk.”

In het water bij IO drijven blikjes van energiedrankjes, Douwe Egberts-bekertjes en een geel, rubber speeltje. Half maart viste ze hier nog met een collega vijf bierkratten uit. Hup, weer een foto op Twitter. “Het leuke is dat je ook mooie dingen ziet. Hier, een apart bloemetje. En net zag ik twee halsbandparkieten vliegen. Ik heb een plan voor een plastic pelgrimage. Dan begin ik in Bloemendaal aan Zee en ga ik een week lang langs het strand lopen. Noordwaarts of zuidwaarts. Kijken wat ik tegenkom en hoe ver ik kom. Iemand die op het strand in mijn voetsporen gaat lopen zal wel denken: wat is die gaan doen, zo kris kras door het zand?”

Kam bedacht nog een ander plan. “Anton van Beek van werktuigbouwkunde probeer ik zo ver te krijgen dat hij de ontwerpwedstrijd van volgend jaar gaat wijden aan het maken van een voertuig waarmee je plastic kunt rapen op het strand. Dat lijkt me een leuke ontwerpuitdaging voor studenten werktuigbouwkunde. Ik vertelde hem mijn verhaal en motivatie. Hij keek me aan en zei: ik snap niet dat er mensen zijn zoals jij.

Stille sporen
We gaan door naar het gras bij de laagbouw van de faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica. Een notoir vieze plek volgens Kam. Dat blijkt. Er ligt een stuk glas, een leeg pakje Chocomel, een dikke plak plastic met bobbels, een stuk spatbord van een fiets. Gaandeweg komen we andere stille sporen van het studentenleven tegen: plastic bierbekertjes, een pizzadoos, een handvol opgerolde flyers - ‘Geld verdienen met een afwisselende bijbaan?’- het elastiekje er nog om. En natuurlijk de vermaledijde dopjes. “Ik heb nu een organisatie gevonden die deze dopjes spaart, voor hulphonden of zo. Dat levert maar twintig cent per kilo op. Schillen laat ik liggen. Hé, een pakje Camel… meestal is het Marlboro. Ik vind ook veel zuurtjespapiertjes. Vooral van Antaflu, die vind ik bijna elke dag. Rood, groen, blauw en oranje zijn ze. En wegwerpservies van Sodexo: echt jammer dat we een cateringservice hebben die zoveel plastic gebruikt.”

Kam probeert in de collegezaal het goede voorbeeld te geven. “Als ik een nieuwe groep studenten heb, laat ik vaak een foto zien van mezelf in een gevonden vissersbroek. Dan zeg ik dat dit mijn hobby is en dat het helpt als iedereen elke dag één stuk plastic opraapt. Iedereen stil. Dat zet ze toch aan het nadenken.” 

Goed Initiatief
Haar meest dramatische vondst op de campus was een popje. “Een beetje eng babypopje waarvan je je afvraagt waarom dat hier midden op het grasveld ligt. Gek. Natuurlijk zijn hier wel eens kinderen, maar dat popje vond ik raar.”
Verderop staan drie mannen toe te kijken. “Goedemiddag, wat zijn jullie aan het doen?” vraagt een van hen. “Dit is om te voorkomen dat er meer plastic in de zee en in oceanen komt”, antwoordt Kam. “Via twitter is er een actie: als je elke dag iets raapt, kun je een foto maken en deze tweeten met #Zwerfie.”
“O, wat een goed initiatief.” Kam vertelt het verhaal van de albatrossen en laat het rode dopje zien. “Je moet ergens beginnen”, zegt de man. “Heb je geen werk?” Kam legt het uit. “O, netjes. Een golf begint met een druppeltje. Als iedereen elke dag een beetje doet, hou je het met 6500 medewerkers aan de TU wel schoon.” De man dacht dat het om Bureau Halt ging. Hij vindt dat Kam goed werk verricht. “Het zet me aan het denken.”

Anderen met wie Kam wel eens raapt, ‘ergeren zich dood’ dat mensen hun rotzooi achterlaten. “Die ergernis heb ik niet”, zegt ze. “Ik doe dit niet omdat ik vind dat ik andermans rotzooi moet oprapen. Ik wil dat het niet in zee terecht komt.” Natuurlijk realiseert Kam zich dat het in feite nooit ophoudt. Er komt telkens nieuw afval bij. “Daarom doe ik het een jaar, van november tot november. Het is verslavend. Dat hoor ik van veel mensen. Het is leuk om te doen, want je krijgt vaak complimentjes. Mensen die hun duim opsteken. Dat geeft je een goed gevoel.”

Tot slot, bij de fietsenrekken voor nummer 38, vindt Kam opeens een schoen. “Mysterieus. Dit begrijp ik nooit zo goed. Op het strand vind ik soms complete paren.” Kam pakt haar unster en weegt de buit van de dag. Twee kilo, plus nog een kilootje aan tussentijds opgeborgen afval. Ze maakt er een foto van. “Die komt in ‘Sporen in de stad’.” 

ZAP'ers

Delft telt zo’n vierhonderd ZAP-ers, ofwel Zwerf Afval Pakkers. De gemeente laat weten het belangrijk te vinden initiatieven te steunen van mensen die afval willen opruimen. Ze helpt hierbij door aandacht te besteden aan acties op dit gebied (via bijvoorbeeld persberichten) en door mensen of partijen bij elkaar te brengen. Die acties kunnen landelijke acties zijn, zoals de landelijke opschoondag die eind maart plaatsvond, maar ook acties vanuit buurten en wijken of individuele initiatiefnemers. Zij kunnen bij de gemeente en bij Natuur- en Milieucentrum De Papaver terecht voor afvalgrijpers. Verder is de gemeente vorig jaar in de Delftse Hout begonnen met een experiment met Delfts blauwe picknickkleedjes van CleanPicnic. Dit zijn kleedjes van gerecycled plastic die picknickkleed en afvalzak ineen zijn. Door na de picknick de vier punten bij elkaar te binden, is het afval gemakkelijk in de afvalbak te werpen. De gratis kleedjes hangen aan borden bij de recreatieplas. De proef krijgt dit jaar een vervolg.

De drie vieste plekken

1 Het grasveld langs de laagbouw van Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica.

2 Het water langs het fietspad aan de Mekelweg, bij de duikers vlak voor het viaduct.

3 Buitenlunchplekken. Bij afvalbakken liggen vaak snoepverpakkingen en lunchzakjes.
 

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe