De universiteitsdienst moet binnen twee jaar structureel 5 miljoen euro bezuinigen. Personele gevolgen zijn volgens het college van bestuur 'helaas niet uitgesloten'.

De directeuren van de ondersteunende diensten moeten van het college van bestuur over een periode van twee jaar vijf procent bezuinigen op de totale begroting van de universiteitsdienst (UD).

De reden voor deze nieuwe bezuiniging is volgens het college tweeledig: de UD moet continu zo efficiënt mogelijk werken en de universiteit heeft te maken met teruglopende financiën, zoals de korting van acht miljoen euro op de landelijke taak van de bibliotheek.

De directeuren gaan de komende maanden met hun managementteam nadenken over de vraag waar ze op gaan bezuinigen. Ze zien de besparing van vijf procent als een gezamenlijke opdracht: het kan zo zijn dat de ene directie hogere besparingen voor haar rekening neemt dan de andere. 

Wel is het volgens het college zo dat gezien de korting van het Rijk op de bibliotheek deze dienst naar verwachting relatief meer moet bezuinigen, namelijk tien tot vijftien procent op een huidig budget van 18,5 miljoen euro.

In oktober is pas duidelijk hoe de uiteindelijke besparingen uitpakken en wat dit voor elke dienst gaat betekenen. Personele gevolgen zullen afhangen van de plannen die de directies indienen. Het college heeft de directeuren nadrukkelijk gevraagd ook ruimte te houden voor innovatie en strategie.

De bezuiniging van vijf procent komt bovenop de herijking die bij de UD al 58 arbeidsplaatsen kostte. De diensten moesten vanwege de herijking al efficiënter werken, indikken en dingen samen of niet meer doen.