Uitlatingen over ufo’s ondanks toezicht

Rector magnificus Karel Luyben is in gesprek met Coen Vermeeren, hoofd van Studium Generale, over de vraag of zijn opvattingen over onder meer ufo’s ‘voldoende onderscheiden kunnen worden van zijn taken bij de TU Delft’.

Luyben laat via zijn secretaresse weten het in dit stadium niet handig te vinden verder op de kwestie in te gaan. Op 3 december vertelde Coen Vermeeren in De Telegraaf uitgebreid over zijn overtuigingen, onder de kop ‘Ufo’s bestaan!’

Op 21 december volgde een interview op Radio 1, met als thema ‘Komt André Kuipers nog ufo’s tegen?’. In beide interviews wordt Vermeeren omschreven als luchtvaart- en ruimtevaartdocent aan de TU Delft, wat hij naast zijn functie bij Studium Generale (SG) ook is.

Vermeeren vertelt interviewer Thijs van den Brink op Radio 1 dat hij vindt dat hij eerlijk en open over ufo’s moet kunnen praten. De universiteit denkt daar anders over. Op 24 november 2010 schreef rector Luyben aan de voorzitter stichting Skepsis, Frans Sluijter, dat hij tot de conclusie is gekomen ‘dat Coen zich met Studium Generale (doelbewust) begeeft op het grensvlak van wetenschap en fictie. Hierbij voldoet hij enerzijds aan een vraag vanuit zijn publiek, maar loopt hij anderzijds het risico de TU Delft en zijn wetenschappelijke activiteiten in een verkeerd daglicht te stellen. [ ..] Om dit risico te minimaliseren heb ik besloten een toezichthoudende commissie onder mijn leiding in te stellen.’

Sluijter had in juni 2010 in een brief aan Luyben zijn zorgen geuit over ‘het verspreiden van onzin’ door Studium Generale. Voorbeelden die hij noemt, zijn een lezing over een perpetuum mobile, Vermeerens geloof in ufo’s en het feit dat de laatste zich ‘beweegt in kringen van gelovigen in zogenaamde chem tracks [of chemtrails, red.] als uitingen van een wijdvertakte samenzwering tegen de mensheid’..

Vermeeren zegt in een schriftelijke reactie dat de commissie-Luyben op 10 februari 2011 is samengekomen en daarna niet weer. “Expliciet is gezegd dat ik recht heb op mijn onderbouwde mening en die ook in het publieke domein mag uiten. Dat valt onder het begrip vrije meningsuiting. Wel is gewezen op het feit dat ik als hoofd SG en als ‘wetenschapper met een opvatting’, mij moet realiseren dat ik daarbij twee petten draag. Dat heb ik buitengewoon ter harte genomen en als hoofd SG op de TU geen lezingen meer gegeven.”

Volgens Vermeeren was ook de ‘discussie over intelligent design met Cees Dekker’ geen probleem voor de universiteit, terwijl Dekker werd aangeduid als universiteitshoogleraar. “Het godsgeloof [..] was daarbij geen onverenigbaar aspect. Daarbij merk ik op dat voor het bestaan van ufo’s naar mijn idee wat tastbaarder aanwijzingen zijn dan voor de schepper.”

‘Dit is geen goede ontwikkeling’

In de commissie die Luyben instelde, zit ook hoogleraar filosofie Jeroen van den Hoven, hoofd van de afdeling waar Studium Generale beleidsmatig onder valt. Hij bevestigt dat er gesprekken over de keuzes van Vermeeren hebben plaatsgevonden. Hij vindt dat mensen best een eigen mening mogen hebben, ‘maar als je als medewerker van de TU media-aandacht zoekt, dan is het wat anders. Als medewerker van de TU heb je, ook in je eigen tijd, verplichtingen en verantwoordelijkheden.’

Van den Hoven vindt dat Studium Generale ‘best aandacht mag hebben voor buitenissige verschijnselen, maar dan moeten die wel in een context geplaatst worden’. “Dat dat nog steeds niet gebeurt, daarvan zouden misschien eens achter onze oren moeten gaan krabben. Ik ben niet degene die hier de kat de bel moet aanbinden, maar ik ben er niet blij mee. Dit is geen goede ontwikkeling.”

Dat vindt ook Dap Hartmann, docent op de afdeling innovation management and entrepreneurship. Zes jaar lang zat hij in de redactieraad van Studium Generale. Hij zegt vanaf het begin bezig te zijn geweest met de keuzes van Vermeeren. Hij noemt een lezing over graancirkels, complottheorieën over de ware toedracht van 9/11 en een lezing over vrije energiemachines als voorbeelden.

In oktober kwam voor hem ‘de druppel de emmer deed overlopen’, vertelt hij. Hartmann diende zijn ontslag in. “Tijdens de viering van het 65-jarig bestaan heeft Vermeeren zo’n onzinlezing gepland, iets over hoe de quantumtheorie gebruikt kon worden om het bewustzijn te verklaren.”

Dat ergerde Hartmann extra, omdat was afgesproken dat Vermeeren controversiële ideeën eerst zou voorleggen aan de redactieraad. “Dat had hij niet gedaan, omdat hij niet wist dat dit controversieel was, zei hij. Hij is ongeschikt voor zijn functie als hij geen onderscheid kan maken tussen onzin en serieus.”

Volgens Vermeeren is het programma voor de lustrumweek wel degelijk in zijn geheel aan de redactieraad voorgelegd. Pas nadat een buitenstaander had geklaagd over de lezing ontstond er volgens hem discussie. “Met de wetenschap van nu denk ik dat we als vergadering meer aandacht hadden moeten besteden aan de inhoudelijke kant van het feestweekprogramma. In de raad gingen op dat moment de discussies veel minder over de inhoud en veel meer over de vorm. Misschien is dat ook mede de reden geweest voor het cvb om de vorm, functie en werkwijze van een toezichthouder van Studium Generale te heroverwegen. Die discussie loopt nog.”

Hartmann benadrukt dat hij geen persoonlijke hetze wil voeren. “Ik vind dat een hoofd van Studium Generale objectief moet zijn in al zijn benaderingen. Het mag geen platform worden voor zijn eigen pseudowetenschap. Er mag best een open discussie plaatsvinden, maar dan moet hij geen sprekers uitnodigen met wie discussie voeren zinloos is. Als gerenommeerde wetenschappers in serieus debat gaan met mafketels, dan zijn die mafketels blijkbaar volwaardige gesprekspartners. Dat is een enorm dilemma.”

Volgens hoogleraar deeltjesoptica (TNW) Pieter Kruit, dacht niet iedereen in de redactieraad van Studium Generale er zo over. Dacht, want sinds mei 2011 is er officieel geen redactieraad meer. Kruit was twee periodes lang voorzitter, maar stopte ermee omdat ‘de positie van de raad niet meer duidelijk was in relatie met de commissie-Luyben’. “Ik had het gevoel dat het niet erg effectief was wat we konden doen.” De redactieraad was er om het beleid vast te stellen en om mee te denken over de programmering.

Zelf denkt Kruit dat Studium Generale juist bij controversiële onderwerpen ‘die raken aan de wetenschap van de TU Delft’ ook de standaard-wetenschappelijke mening moet laten horen, ook bij de lezing over de quantumcomputer. “Daar wordt het wat mij betreft alleen maar interessanter van.”

Floris van den Berg, filosoof en universitair docent aan de Universiteit Utrecht, schaart zich als oud-medewerker van Vermeeren achter de kritiek. Twee jaar lang werkte hij bij Studium Generale in Delft, totdat Vermeeren tot Van den Bergs verrassing zijn contract niet meer wilde verlengen. “Ik had sceptische vragen gesteld aan Bert Janssen, die een lezing gaf over graancirkels. Daar was Vermeeren het duidelijk niet mee eens.”

Van den Berg vertelt in Delft veel discussies te hebben gevoerd over waar Studium Generale aandacht aan zou moeten besteden. “Ik zeg: alleen aan wetenschappelijke theorieën. Je hebt een universitair keurmerk. Als je al iemand als Janssen laat spreken, zet er dan een criticus tegenover. Ik vond het niet kunnen dat er iemand werd uitgenodigd die echt in ufo’s geloofde. Daar verschilden we heftig van mening over.”

Van den Berg schreef onder een gefingeerde naam op de site van de Belgische tegenhanger van Skepsis, Skepp, een artikel over wat er speelde bij Studium Generale. De namen TU Delft en Coen Vermeeren komen er niet in voor, maar het stuk gaat er wel over, zegt Van den Berg nu. “Ik publiceerde het zo, omdat ik nog geen andere baan had.” In het stuk schrijft hij: “Door een universitair platform te bieden aan de rafelranden van wetenschap, zonder daarbij de weerleggingen en bedenkingen van sceptici te laten horen, geeft men een verkeerd signaal met betrekking tot deze pseudowetenschappen.”

Vermeeren zegt zich niet te herkennen in het beeld dat hij slecht kritiek kan verdragen. ‘In mijn aanstelling staat dat ik ‘grensoverschrijdende’ activiteiten voor Studium Generale en derhalve voor de TU moet programmeren. Daar horen dus ook controversiële onderwerpen bij. Inherent aan controverse is dat er tegenstanders kunnen zijn die het totaal oneens zijn met het gepropageerde. Bij mijn sollicitatie en aanstelling - de commissie was onder leiding van toenmalige voorzitter van de SG-redactieraad, prof.dr. Joop Doorman - is mij expliciet en nadrukkelijk gevraagd van tijd tot tijd de controverse te zoeken. Hij vroeg mij letterlijk bij mijn sollicitatie of ik bereid was van tijd tot tijd een “rel te veroorzaken”.’

Coen Vermeeren, die sinds 2009 lid was van de redactieraad van Delta, heeft deze taak woensdag 25 januari 2012 per direct neergelegd. Op 18 januari publiceerde Delta een ingezonden brief van zijn hand: ‘Onderzoek het bestaan van ufo's.

Vrije energie op de TU Delft