studenten zitten in rijen aan tafeltjes en maken tentamen
Tentamenzaal aan de Drebbelweg. (Foto: Thijs van Reeuwijk)

Het bindend studieadvies (bsa) is toch niet controversieel, vindt de Tweede Kamer. Op 12 september is het onderwerp onverwachts weggestemd van de lijst met taboeonderwerpen.

Dutch only

Na de val van een kabinet beslist de Tweede Kamer welke onderwerpen niet meer ter sprake komen voordat de verkiezingen zijn geweest. Sommige dingen kun je beter daarna weer behandelen, is het idee.

Krappe meerderheid
Een krappe meerderheid van de onderwijscommissie in de Tweede Kamer zette vorige week het bindend studies nog op de lijst van ‘controversiële’ onderwerpen. Van de 28 aanwezige commissieleden stemden er vijftien vóór. Maar dat was buiten de precieze grootte van hun fracties gerekend. De Tweede Kamer moest nog officieel stemmen over de complete lijst met controversiële onderwerpen (ook van andere commissies). Dat gebeurde gisteren.

D66 had voorgesteld om het bsa weer van de lijst te halen. De nieuwe regels zouden in studiejaar 2025/2026 van kracht moeten zijn, maar dat is eigenlijk al heel dichtbij. Als het ministerie de voorbereidingen nu op pauze zet, kan het zomaar weer een jaar later worden. D66 wil liever de vaart erin houden. “Na de verkiezingen kan een nieuwe Kamer zich over het voorstel buigen en desgewenst amenderen.” Het voorstel kreeg steun van CDA, GroenLinks-PvdA, SP, PvdD, BIJ1, Volt, DENK, Den Haan, Gündoğan en natuurlijk D66 zelf. Samen zijn ze goed voor 78 van de 150 zetels in de Tweede Kamer.

Haalbaarheid
Dat het bindend studieadvies nu toch bespreekbaar blijft zegt nog niets over de haalbaarheid van het wetsvoorstel zelf. In de huidige peilingen heeft deze verzameling fracties geen meerderheid. Dus controversieel of niet, het is de vraag of de bsa-plannen van demissionair minister Dijkgraaf ongeschonden de eindstreep halen. Het zal vooral van Pieter Omtzigts fractie afhangen, die in de peilingen op ongeveer dertig zetels staat.

Veel opleidingen in het hoger onderwijs hanteren een bindend studieadvies. Als eerstejaars niet genoeg studiepunten behalen, moeten ze in principe vertrekken. Tegenstanders van het bsa vinden dat dit studenten met onnodige druk opzadelt, maar voorstanders zien het als een goede stok achter de deur voor treuzelaars.

Eerdere pogingen om het bsa te versoepelen zijn stukgelopen op weerstand in de Tweede Kamer, dus minister Dijkgraaf kwam met een variant die twee dingen tegelijk moest doen: de druk op studenten verlagen én het studietempo erin houden. Zijn voorstel: de norm gaat in het eerste jaar omlaag naar maximaal 30 punten, maar daar staat tegenover dat diezelfde norm van 30 punten ook in het tweede jaar gaat gelden.

Delft
Studentenorganisaties ISO en LSVb hadden de Tweede Kamer op 12 september nog gesmeekt om het onderwerp toch te blijven behandelen. Ze zijn dus blij met het nieuws. Uitzonderingen onder studentenvertegenwoordigers zijn er ook, in Delft bijvoorbeeld. De Delftse centrale studentenraad verklaarde zich voorstander van het handhaven van een bsa van 45 studiepunten.

Ook de universiteiten zijn mordicus tegen een verandering van het systeem. Vice-rector magnificus Rob Mudde van de TU Delft legde het in mei in Delta uit: “Mogelijk werkt een lager bsa averechts. Je komt in je tweede jaar met een grotere achterstand binnen. En als je dan nog moet besluiten of je studie bij je past of niet, is de stress al veel hoger opgelopen. De jaren tikken door, net als je studieschuld.”

HOP, Bas Belleman