Twee rectoren aan een keukentafel

Buiten schuifelen drommen mensen door de koude stad om zich te vergapen aan de talloze lichtjes. Binnen zitten twee rectoren met zo’n twintig studenten rond de keukentafel in het souterrain van een studentenhuis aan de Oranje Plantage.

Iedereen heeft een naamstickertje gekregen: Drim, Dorine, Jonathan en Jacob. Op tafel staan tussen de bierflesjes nog wat mokken koffie, een schotel met resten kerststol en een schaal vol pinda’s. Voor ieders neus ligt een keurig geniet stapeltje kopietjes dat de handleiding vormt voor deze avond: de 35-ste keer ‘Krant lezen met de rector’. Het wordt een buitengewone uitvoering van deze bijzondere maandelijkse traditie. Want voor scheidend rector Jacob Fokkema is het de laatste keer dat hij zich zo onder de studenten begeeft; voor aankomend rector Karel Luyben (aarzelend ‘meneer Karel’ genoemd) de eerste keer. Het is de bedoeling dat de traditie onder Luyben wordt voortgezet en naarmate de avond vordert lijkt die uitkomst ook steeds vanzelfsprekender. ‘Meneer Karel’ heeft er zichtbaar pret in om het debat scherp aan te zetten en de gesprekspartners tot nadenken te dwingen.Vier thema’s zullen er in de loop van de avond aan bod komen, telkens ingeleid door een van de studenten, en opgehangen aan een of meer stellingen. Recente krantenartikelen vormen de aanleiding. Als eerste inleider stelt Jonathan dat de aangekondigde veranderingen in de financiering, universiteiten ertoe zullen brengen om aankomende studenten te gaan selecteren. Joris heeft ervaren dat cijfers op de eindlijst geen goede voorspeller zijn van studieresultaten. Dorine deed haar middelbare school in de Verenigde Staten en zag hoe leerlingen zich jarenlang keihard voorbereiden om op een goede universiteit te komen. Frans vraagt zich af of de TU zou willen selecteren ‘aan de poort’. Jacob vertelt dat de TU op een gegeven moment een stop op bouwkunde overwoog, maar dat het ministerie dat niet toestond. Karel is net terug van een internationale reis langs universiteiten en zegt dat ze allemaal hun studenten selecteren. Alleen de TU niet. Misschien is selectie wel goed voor de universiteit, vindt Jonathan. En voor de studenten, denkt Dorine.Na de financieringsperikelen gaat het gesprek over de academische vorming van studenten (Niels: “Een Delftenaar is nu eenmaal niet zo ethisch ingesteld.”). Over de geringe belangstelling voor de Studium Generale lezingen zegt Karel: “Ik krijg er geen punten voor.” Joris repliceert: “Voor zuipen krijg je ook geen punten.” Verder gaat het over de klimaattop (Joris: “Yo! Opec gaat met windenergie aan de slag.”) en over het onverantwoordelijk gedrag van ‘de media’.Het is rond half een als twee studenten rector Fokkema naar huis chaufferen. Aankomend rector Luyben stapt klimaatbewust op zijn fiets en verdwijnt in de donkere stad. De lichtjes zijn uit. (JW)

Naam: Geert van der Kraan (29)Nationaliteit: NederlandseOnderwerp: Microben uit de ondergrond als mogelijke informatiedrager voor een verbeterde oliewinning.Promotoren: Prof.dr.ir. Mark C. M. van Loosdrecht (Technische Natuurwetenschappen), Prof.dr. Hans Bruining (Civiele techniek en Geowetenschappen)Tussenstand: 2,5 Jaar achter de rug

Promovendus ir. Geert van der Kraan onderzoekt hoe microbiële populaties zich gedragen in olievelden. “Zodra we weten welke micro-organismen in zo’n veld groeien en onder welke omstandigheden, kan dat wellicht waardevolle informatie aan de olie-industrie verschaffen.Van alle aardolie wordt slechts een derde uit een olieveld gewonnen. Dat werkt als volgt. De eerste tien procent van de olie komt vanzelf omhoog door de interne druk van het reservoir. Daarna neemt deze druk af en komt de olie niet meer naar boven. Door bijvoorbeeld zeewater in het veld te pompen proberen we de olie nog wat opwaarts te drukken. Sommige van de micro-organismen die in de olievelden leven, voelen zich extra op hun gemak in dat water-olie mengsel, waaronder de ‘sulfaatreduceerders’. Deze beestjes zetten het (meegekomen) sulfaat (SO42-) dat het zeewater bevat, om in het corrosieve H2S. Dit zorgt dan weer voor ‘verzuring’ van het reservoir en corrosie van pijpleidingen en dat willen we natuurlijk voorkomen. In mijn onderzoek probeer ik de microbiële populatie in verschillende olievelden in kaart te brengen. Uit genetisch materiaal bepaal ik welke micro-organismen er in het reservoir aanwezig zijn. In een casestudy hebben we aangetoond dat de populaties zeer specifiek zijn en gevoelig voor veranderingen in hun omgeving. We onderzoeken ook hoe micro-organismen zich door een reservoir bewegen. Want alleen als ze dat redelijk vlot doen, is een monster representatief voor het geheel. Olie zit van nature in poreus gesteente. Wij simuleren de stroming ervan in twee dimensies. In een glazen plaatje hebben we heel kleine kanaaltjes ge-etst waar micro-organismen doorheen kunnen stromen. Dit model is net af, daar gaan we binnenkort leuke stromingsexperimenten mee doen.Uiteindelijk wil ik nog meer informatie uit de populaties gaan halen. In een extreme omgeving als een olieveld kunnen alleen de best aangepaste micro-organismen de overhand krijgen. Een verandering in de reservoiromgeving door menselijke activiteit heeft invloed op de samenstelling van deze populatie. Ik wil kijken of het mogelijk is de gevonden populatie te verbinden aan die verandering. Zo kunnen de micro-organismen inderdaad gaan dienen als een informatiebron van het reservoir.Mijn promotie wordt mede vanuit Shell betaald en voor hen kan dit belangrijke informatie opleveren.” (BB)