Opnieuw boekt Nederland succes bij de Europese onderzoeksraad ERC. 29 Van de 312 Europese consolidator grants gaan naar Nederland. Dat is meer dan negen procent. Twee grants zijn voor Delftse onderzoekers.

Met deze score komt Nederland op de vierde plaats achter drie grote landen: het Verenigd Koninkrijk (62 beurzen), Duitsland (43) en Frankrijk (42).

De beurzen zijn bedoeld voor ervaren wetenschappers van de rond de veertig jaar en bedragen gemiddeld 1,84 miljoen euro. De wetenschappers kunnen daarmee hun onderzoeksgroep versterken.

De twee Delftenaren zijn Angelo Simone en Maarten van Ham. Simone werkt op de faculteit Civiele techniek en Geowetenschappen. Hij kreeg de beurs voor zijn onderzoek naar ‘computational modelling of structural batteries’. Van Ham is hoogleraar stedelijke vernieuwing bij onderzoeksinstituut OTB. Hij doet onder meer onderzoek naar achterstandswijken en het effect van die wijken op de bewoners.

Van de 29 ‘Nederlandse’ onderzoeksbeurzen zijn er zeven voor buitenlanders die hier onderzoek doen en 22 voor Nederlandse wetenschappers. Vijf Nederlanders gaan met hun onderzoeksbeurs in het buitenland aan de slag.

Duitsers en Italianen zijn erg succesvol bij het aanvragen, met respectievelijk 48 en 46 grants. Vooral Italianen besteden dat geld opvallend vaak in het buitenland. Maar liefst 26 van hen werken aan een universiteit buiten Italië.

Er is veel belangstelling voor de onderzoeksbeurzen. In totaal waren er 3.673 aanvragen, waarvan slechts 8,5 procent beloond werd: dat is één op de twaalf.