De TU heeft over 2015 een positief netto resultaat behaald van 5,8 miljoen euro. Dat lijkt riant, maar de universiteit spaart voor enorme vastgoedinvesteringen.

De universiteit had begroot dat er in 2015 zeventien miljoen euro zou overblijven, maar was uiteindelijk meer geld kwijt aan personeel en huisvesting. Aan elk gaf de TU bijna negen miljoen euro meer uit dan in 2014.

In totaal kwam er in 2015 afgerond 613 miljoen euro binnen, ruim 21 miljoen euro meer dan het jaar daarvoor. De Rijksbijdrage steeg met zes miljoen naar 359 miljoen euro. Ook kwam er 6,5 miljoen euro meer binnen aan collegegelden door toenemende studentenaantallen, vooral buitenlandse masterstudenten, en door een lichte stijging in de collegegeldtarieven. De opbrengst uit werk voor derden nam met ruim vier miljoen euro toe.

Dat werk voor derden deed echter wel de personele lasten stijgen, omdat er vooral meer ondersteunend personeel nodig was voor projecten. De totale lasten van de TU stegen met bijna 25 miljoen euro naar 607 miljoen euro. Daarvan ging meer dan de helft naar personeel.

De investeringen in gebouwen, terreinen en wegen stegen van 61 miljoen euro naar 98 miljoen euro. Dat kwam voornamelijk door de nieuwbouw voor Technische Natuurwetenschappen (62 miljoen euro). De investeringen in apparatuur en inventaris verdubbelden naar 19 miljoen euro.

Desondanks noemde de ondernemingsraad het positieve resultaat vorige week in een overleg met het college van bestuur ‘een beetje kunstmatig’. De universiteit stelt veel vastgoedinvesteringen uit totdat er een allesomvattende vastgoedstrategie is gemaakt.

ToekomstDe TU hoopt in 2016 op nul uit te komen. In de begroting van 2016 stelt het college, vooruitlopend op extra overheidsgeld vanwege het leenstelsel, zes miljoen euro beschikbaar voor onderwijsverbeteringen. Verder gaat de universiteit uit van toenemende studentenaantallen en dus meer collegegelden, een toename van docenten en nog te maken keuzes voor vastgoed.

De oprichting van QuTech laat in de begroting van 2016 een groei van 120 arbeidsplaatsen zien en een stijging van de opbrengst uit werk voor derden. Verder zijn er nog eenmalige kosten vanwege de verhuizing van de faculteit Technische Natuurwetenschappen naar nieuwbouw en sloopkosten van Stevinhal IV.

De universiteit gaat uit van een negatieve begroting in de jaren 2017 en 2018 en een nulbegroting in 2019. De tijdelijke verslechtering is te wijten aan kosten voor huisvesting. Zo zullen er sloop- en opruimingskosten zijn vanwege het terugbrengen van het aantal vierkante meters, is er geld nodig voor onderhoud en stijgen de afschrijvingslasten vanwege de oplevering van nieuwbouw en renovatie.

Er zijn ook risico's en onzekerheden waarmee de TU rekening houdt. Voorbeelden zijn de druk op de autonomie van universiteiten, krimp in NWO-gelden, toenemende bureaucratie en regeldruk, onzekerheid over overheidsgelden en stijgende kosten voor infrastructuur en huisvesting.

Externe kansen zijn volgens de universiteit juist de strategische samenwerking met Leiden en Rotterdam, een dominante rol in Europese onderzoeksprojecten (Horizon 2020), publiek-private partnerschappen en moderne digitale onderwijsvormen.