Dat we het stiekem al wisten, betekent niet dat het minder dan spectaculair genoemd mag worden. Onlangs bevestigde de VSNU het: de instroom van internationale studenten aan Nederlandse universiteiten is gestegen, en wel met 19,5 procent.

Internationalisering: wat moeten we ermee? Voor elke universiteit is het een hersenbreker en de TU Delft is geen uitzondering. Het raakt iedere student, iedere docent, iedere afdeling.

Enerzijds heb je de optimisten met hun ideaal van de ‘international classroom': een diverse groep krikt het algehele niveau omhoog. Daarnaast heb je de pessimisten met hun schrikbeeld van de 'brain drain’: nadat internationale studenten zijn afgestudeerd, vertrekken ze met onze kennis op zak, om nog maar niet te spreken over spionagetaferelen.

Ik schipper tussen beide visies. Ja, Nederlandse studenten kunnen veel leren van het arbeidsethos die internationale studenten met zich meebrengen, en interculturele vaardigheden zijn een groot goed anno 2016. Maar de angst dat we onze eigen concurrenten aan het opleiden zijn, is ook niet misplaatst. Momenteel weten we nog geen kwart van onze internationale studenten te behouden na hun studie. Ik pleit daarom voor minder onderscheid en meer strategie. Nederlands of internationaal, een student is een student. De vraag die we moeten stellen, is: hoe willen wij de ingenieur van de toekomst opleiden en behouden?

Wat dat betreft mogen we een voorbeeld nemen aan China. Terwijl wij ons nog steeds afvragen hoe we om moeten gaan met de toenemende groei van internationale studenten en waar we onze studenten nu eigenlijk het liefst vandaan halen, ziet China zoals altijd het grote plaatje: kennis is de sleutel naar innovatie. China investeert tientallen miljarden euro‘s per jaar in R&D en strooit rijkelijk met beurzen en subsidies voor studenten. Met hun Qian Ren Jihua ('Duizend Talenten Plan’) trekken ze talenten (zowel Chinees als niet-Chinees!) aan met aantrekkelijke salarissen, subsidies en arbeidsvoorwaarden.

Laten wij dus ook even ‘copycat’ spelen en leren van de Aziatische grootmacht. We moeten investeren in het dichten van het gapende gat tussen kennisinstelling en bedrijfsleven en een duurzame relatie opbouwen met onze alumni. Doen we dat niet, dan kan Nederland wel inpakken.