Iedereen die voor het behoud van studiefinanciering is, kan meehelpen dit tot een verkiezingsonderwerp te maken, vindt student life science & technology Geert Roekaerts.

Begin 2010 hing een donkere wolk boven het hoger onderwijs en voelde de afschaffing van de studiefinanciering (stufi) nog aan als een reële bedreiging. In heel Nederland werd door studenten actie gevoerd voor het behoud van de stufi. Het grote succes van de actieweek in februari was voornamelijk bewustwording en nationale media-aandacht. De meerderheid van de studenten wist nu echt dat de stufi mogelijk afgeschaft ging worden. Nog geen maand later valt het kabinet en lijkt de toekomst van de basisbeurs weer wat rooskleuriger. D66 en PvdA die eerst voor afschaffing waren, met het argument dat de basisbeurs in de huidige economische omstandigheden niet meer houdbaar is, hebben zich onderhand alweer tegen de afschaffing van de stufi uitgesproken. Mooi. Stufi blijft. Of niet? Hoe zit het met de andere partijen?

VVD en Groenlinks blijven in verkiezingstijd voor de afschaffing van de basisbeurs en de SP is altijd tegen afschaffing geweest en voor de uitbreiding van de aanvullende beurs. Het CDA en de PVV hebben zich tot nu toe nog niet duidelijk uitgesproken. Dus als we een compleet plaatje maken: twee eerst voor en nu tegen, één tegen, twee voor, en twee onthouders. Uit deze tussenstand valt moeilijk een eindscore af te leiden. Deze mistigheid staat politici namelijk toe om aan de ene kant een mooi verkiezingspraatje te houden en aan de andere kant gemakkelijk koehandel te bedrijven wanneer een coalitie gevormd dient te worden. Hoe kun je dit soort mistigheid doorbreken?

Het is een kwestie van geloofwaardigheid. Hoe vaker en concreter een politicus zich uitspreekt over een onderwerp, des te minder deze zijn standpunt later kan veranderen. Een goed voorbeeld is de kwestie Uruzgan. De PvdA kon niet meer toegeven zonder geloofwaardigheid te verliezen, juist omdat Bos zich namens de partij al eerder zo duidelijk in de media voor de terugtrekking had uitgesproken. Politieke geloofwaardigheid is meestal belangrijker dan het voortbestaan van een kabinet, zeker in verkiezingstijd. Dus als je wilt dat stufi blijft, zul je het voor elkaar moeten krijgen dat zoveel mogelijk prominente politici van zoveel mogelijk verschillende partijen zich publiekelijk uitspreken tegen de afschaffing van deze stufi. Dat het in sommige verkiezingsprogramma’s staat is mooi, maar nog niet goed genoeg.Het is dus aan iedereen die voor het behoud van stufi is, dit voor 9 juni tot een verkiezingsonderwerp te maken. Het belangrijkste doel is om politici zich te laten uitspreken vóór de stufi, zodat ze hier later op afgerekend kunnen worden. Studenten kunnen hier zelf iets aan doen. Door de gebruikelijke initiatieven van de studentenvakbonden te steunen, zoals het ondertekenen van de petitie op reddestufi.petities.nl en het bijwonen van de demonstratie in Den Haag op 25 maart. Hoe meer studenten deze initiatieven steunen, des te minder politici er omheen kunnen. Studenten kunnen zich ook aansluiten bij Comité SOS, de organisatie die alle acties coördineert. Aanmelden kan op studentendemonstratie.nl. Dus wie voor voor toegankelijk hoger onderwijs is, kan zelf actie nemen.

Geert Roekaerts, student life science & technology en Sp-lid, namens Comité SOS Delft in samenwerking met de VSSD.

“Er bestaat veel onduidelijkheid over biobrandstoffen”, zegt hoogleraar bioscheidingstechnologie Luuk Van der Wielen. “Onderzoekers lijken elkaar vaak tegen te spreken. Journalisten gaan met elk rapport aan de haal. Soms zijn de verwachtingen daardoor heel hoog en soms worden de brandstoffen de grond in geboord. De discussie is niet zo genuanceerd.”

Samen met collega's in binnen- en buitenland is Van der Wielen een adviesgroep begonnen, de Global Biorenewable Research Society (GBR). Het is een soort International Panel on Climate Change, maar dan gericht op biobrandstoffen en andere hernieuwbare materialen zoals bioplastics.

Het gezelschap wil overheden gevraagd en ongevraagd gaan adviseren.Dertien instituten doen mee, waaronder het Nederlandse Kluyver Centre en B-Basic, en het Amerikaanse Energy Biosciences Institute, het Imperial College en de Universiteit van Cambridge.

Van der Wielen is benoemd als tijdelijk voorzitter of, zoals hij het zelf formuleert, aanjager van het project.

"Bij de productie van biobrandstoffen, moet je met allerlei mogelijke bijeffecten rekening houden", vertelt Van der Wielen. "Als energiegewassen bijvoorbeeld op reeds bestaand landbouwgebied geteeld worden, kan dat alsnog ten koste gaan van regenwoud. Want misschien moesten andere gewassen hiervoor wijken naar bosgebied."

De Delftenaar denkt dat het GBR de expertise heeft om al dit soort effecten aan elkaar te linken. "Het is goed als er een club komt die bij ieder afzonderlijk geval onderzoekt of biobrandstof duurzaam geproduceerd kan worden of niet."

Het GBR zal overheden ook adviseren over tweede generatie biobrandstoffen, die naar verwachting gewonnen zullen worden uit reststromen, zoals houtsnippers. Dat is duurzamer omdat je dan geen voedingsgewassen gebruikt.

"Daar zouden overheden op moeten sturen. Hoewel de situatie per land erg verschilt, is het duidelijk dat landen die nu te sterk inzetten op de eerste generatie biobrandstoffen, gemaakt van (voedsel)gewassen zoals maïs en koolzaad, minder duurzaam bezig zijn en zelfs een achterstand riskeren in technologieontwikkeling.”

Waar het GBR haar geld vandaan gaat halen, is nog niet helemaal duidelijk. Nu wordt het gefinancierd door de deelnemende instituten. Sponsoring door bedrijven sluit Van der Wielen op termijn niet uit. “Maar”, zegt hij resoluut, “dit wordt zeker geen lobbyorganisatie voor bedrijven.”