Overslaan en naar de inhoud gaan

Nog altijd zijn studentenraad en college van bestuur het oneens over de invulling van het bindend studieadvies (bsa). Vorige week onthield de studentenraad zich per brief officieel van instemming op het bindend studieadvies.

Dit omdat het compromisvoorstel van het college van bestuur niet naar wens was. Gevolg: een verschil van mening tussen raad en college.“Ons standpunt is duidelijk en dat van het college ook”, vertelt raadslid Menno van der Kamp (Oras). “En die standpunten botsen.” Het verschil van mening tussen beide partijen draait om twee zaken: het niet meetellen van de augustusherkansingen en de te vlugge invoering van het bsa. Vooral het eerste punt was onderwerp van discussie op de laatste vergadering tussen studentenraad (sr) en college van bestuur. De norm van dertig punten in juni heeft volgens collegelid Paul Rullmann ‘voldoende voorspellende waarde’. Verder ziet hij niets in een verplichte snelle nakijkperiode in augustus, zodat de student nog voor het nieuwe studiejaar zijn advies kan krijgen. “Ik ga de docent niet opjagen omdat de student zijn vak niet in een keer gehaald heeft.”Sommige opleidingen hebben grote vakken in het tweede semester (7,5 of zelfs 15 ECTS), waardoor het bsa niet overal even zwaar is. Ook dat argument verwees Rullmann naar de prullenbak. “Het is een fictie dat opleidingen gelijk moeten zijn.”Voorlopig is het wachten op het definitieve collegebesluit van volgende week. De sr heeft al contact gehad met een advocaat en is bereid naar de geschillencommissie te stappen. Van der Kamp: “Onze advocaat stelt dat wij een hard punt hebben en in ons recht staan.” Rullmann neemt dat nog niet erg serieus. “Dat is maar één advocaat. Wij gaan dat eerst zelf eens goed uitzoeken.” Het college lijkt alleen van plan een ander voorstel te doen als ze dat verplicht is. Rullmann: “Er is misschien wel een oplossing, maar ik wíl geen oplossing.”

Je hoeft geen schroeven en spijkers uit de kast te trekken om toch een echte Delftse knutselaar te zijn. Jos de Witte en Erik den Dekker, twee informatica-studenten, sleutelen driftig aan een nieuw computerspel. Hun Stellar Conquest ('verovering van de sterren') is een zogenaamde war-simulator, een spel waarin buitenaardse wezens verslagen moeten worden.

Ruim tweeduizend uur zijn ze al met hun creatie bezig. En dat is aan het taalgebruik van de twee te merken; termen als bugs, moves en realtime environment vliegen in het rond.

Voorlopig bestaat het spel alleen nog uit een 3D-environment waarin rondgelopen kan worden. De gevechtsunits zijn ook al zichtbaar, maar kunnen nog niet worden bediend. Het is de bedoeling dat men op den duur als een soort 'generaal' met die units gaat vechten tegen andere rassen om zo het sterrenstelsel te veroveren.

Het mooie van het spel is, zeggen de twee, dat dit realtime gebeurt. Dit houdt in dat de computer direct reageert op de move van de speler. Ofwel: niemand hoeft op zijn beurt te wachten. Terwijl jij schiet, kan de computer ook schieten. Fouten worden zo meteen afgestraft, net als bij een echte oorlog.

Het landschap bestaat uit land, kleine meertjes, zeeën en eilanden. Met de cursortoetsen kan men overal op de planeet komen. ,,Om het driedimensionale effect te vergroten beweegt de lucht mee als je rondloopt. De wolken die vlakbij zijn, bewegen sneller dan wolken ver weg, om zo een ronde planeet te simuleren'', legt Jos uit. ,,De lichtinval is van mij'', zegt Erik trots. ,,Als je goed kijkt zie je dat de ene kant van de planeet een stuk lichter is dan de andere kant, alsof-ie beschenen wordt door een zon.''

Het leuke aan programmeren vinden ze dat de tanks of helikopters die ze ontwerpen, ook daadwerkelijk op het scherm werken. ,,Het is een product van je eigen creativiteit. Dat geeft wel een kick; het is míjn tank die je daar ziet,'' aldus Jos.

In september vorig jaar kwamen de twee studenten elkaar voor het eerst tegen. Jos was toen al sinds juli met het spel bezig. Erik liep al een tijdje met een zelfde soort idee rond en besloot mee te werken. De taakverdeling was al snel dat Jos het 3D-gedeelte zou ontwerpen (het landschap) en Erik het game-gedeelte (de beweging). Ze spraken vooral in de kroeg af. ,,De beste ideeën zijn ontstaan in het café'', zegt Erik. ,,Na een aantal biertjes wordt de creativiteit aanzienlijk hoger, hebben we gemerkt.''

,,Werktijden verschillen nogal eens van week tot week. Soms doe je een week niets en soms ben je dagenlang bezig'', aldus Jos. En Erik: ,,Als het lekker gaat, is het zo één uur of twee uur 's nachts.'' Jos doet er nog een schepje bovenop. ,,Ik ga zeker één keer per maand een nachtje door. Als ik dan om vijf 's ochtends een moeilijk probleem heb opgelost waar ik de hele nacht mee bezig geweest ben, is dat een lekker gevoel.'' Erik:,,Soms sta ik echt versteld van mezelf. Zo van: 'Ik wist niet dat ik dit kon.'''

,,We maken allebei al jaren computerspelen, maar hebben er nog nooit eentje afgemaakt. Dat is namelijk het moeilijkste van het schrijven van spelen - de laatste aanpassingen'', zegt Erik. ,,Je moet de bugs (foutjes) die er al vanaf het begin inzitten, uithalen. Dan ben je bijvoorbeeld een dag bezig om een zwart puntje uit de rechterbenedenhoek van het scherm te halen. Dat is behoorlijk frustrerend.''

In de gevechtstroepen zitten nu nog wat bugs. Zo verandert een gedeelte van een helikopter plotseling van kleur als de speler er omheen loopt. Dat moet aangepast worden, want de twee studenten hebben grootse plannen. Jos: ,,We willen over een maandje of twee met dit spel langsgaan bij een grote software-producent om te kijken of hij interesse heeft. Als dat zo is kunnen wij het spel in augustus klaar hebben. In september zou Stellar Conquest dan in de winkels kunnen liggen.'' Erik voegt hier nog aan toe: ,,Alle spelen die ik tot nu toe heb gemaakt, kun je zien als vingeroefeningen, een leerproces. Stellar Conquest moet het resultaat worden.''

,,Het is méér dan een hobby'', vindt Jos, ,,ik wil er mijn beroep van maken. Mijn studie dient eigenlijk alleen als back up. Als ik geen spelletjesprogrammeur word, heb ik wat achter de hand. Maar eerlijk gezegd zie ik mij niet mijn hele leven databases invoeren of logistieke processen regelen.'' En ook Erik ziet dat niet zo zitten.

Zelf spelen de studenten bijna geen computerspelletjes. Erik: ,,Ik bekijk spelen vanuit een ander oogpunt. Als ik iets zie wat ik zelf beter kan maken, dan vind ik het spel al snel stom. Ik kan daarentegen ook ontzettend jaloers zijn op bepaalde foefjes waarvan ik niet weet hoe ze werken.''

De laatste vraag is of de heren betiteld kunnen worden als computernerds. Jos twijfelt niet en zegt: ,,Ja.'' Erik aarzelt wat, maar geeft dan ook toe: ,,Ja, dat zal wel.''

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe