Overslaan en naar de inhoud gaan

Studenten steken veel meer tijd in hun opleiding dan voorheen. Zowel universitaire studenten als hbo’ers zijn meer dan tien uur per week extra gaan studeren, blijkt uit de studentenmonitoren van de laatste tien jaar.

In 2002 zeiden universitaire studenten dat ze gemiddeld maar twintig uur per week aan hun studie besteedden. De kritiek op het onderwijs zwelde aan. Studenten zouden door massale colleges en competentiegericht onderwijs te weinig leren.

In de loop der jaren zijn ze zich weer harder gaan inspannen. In 2009 studeerden ze naar eigen zeggen 33 uur in de week. Al die tijd bleven ze ongeveer net zoveel tijd aan hun bijbaan besteden, namelijk een uur of tien.

In het rapport Tien Jaar Studentenmonitor laten onderzoekers van het Nijmeegse bureau ResearchNed de trends van de afgelopen jaren zien. Binnenkort komt er weer een nieuwe editie van de studentenmonitor.

Hbo’ers studeren overigens harder dan de wo’ers. In 2002 zeiden ze dat ze gemiddeld 26 uur in de week aan hun opleiding besteedden en dat nam toe tot 37 uur in 2009.
Studenten met een bijbaan besteden minder tijd aan hun opleiding dan studenten die er niet bij werken. In het wetenschappelijk onderwijs hebben mannen en vrouwen er over het algemeen evenveel tijd voor over. Hbo-mannen werken iets meer uren in de week dan hbo-vrouwen.

WIE IS YAO-HUA TAN?De hoogleraar informatie- en communicatietechnologie bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management werd op 30 juli 1958 geboren in Amsterdam. Hij studeerde in 1986 cum laude af in de filosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen en promoveerde zes jaar later in de informatica aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Voordat hij in 2009 hoogleraar werd bij de TU Delft, was hij vanaf 2001 hoogleraar bij de VU in Amsterdam. Tan heeft zich toegelegd op de vereenvoudiging van internationale handel. Deze vereenvoudiging beschouwt hij als essentieel voor de verdere groei van de Rotterdamse haven en Schiphol, en voor het economisch herstel van Nederland. Hij coördineerde het Europese onderzoeksproject Itaide (Information Technology for Adaptation and Intelligent Design for e-Government) naar de inzet van ict voor vereenvoudigde en veiligere controle van handelsverkeer. Verantwoord vertrouwen tussen overheid en bedrijven is daarbij het sleutelwoord.

In uw intreerede zegt u dat het werk van een ict-er voor 20 procent uit programmeren bestaat, en voor 80 procent uit diplomatie. Spreekt u uit eigen ervaring?“Ja. In de laatste vijftien jaar heb ik gewerkt aan ict-toepassingen voor de internationale handel, vooral voor de Rotterdamse haven en Schiphol met veel grote bedrijven die importeren en exporteren. Ik heb daarbij gezien dat er veel ict ontwikkeld wordt die direct inzetbaar is, maar om het toe te passen heb je toestemming nodig van Brussel. Programmatuur die de uitwisseling van gegevens tussen overheid en bedrijfsleven veel efficiënter maakt, heel belangrijk voor de handel, kan vaak niet worden toegepast omdat er geen consensus bereikt wordt door tegengestelde belangen van de lidstaten. Zo raak je steeds verder betrokken om de Europese Commissie en hun ambtenaren te ‘helpen’ om de besluitvorming een goede wending te geven. Als wetenschapper word je gezien als neutrale partij. Daardoor kun je contacten leggen, en als informele boodschapper functioneren.” 

Waar bestaat die diplomatie uit?“Als het via de formele lijn gaat, tussen twee ministeries bijvoorbeeld, dan kan het overleg heel lang duren. Maar als je informeel aan beide kanten kunt uitleggen hoe de ander er over denkt, dan kan dat het proces al sterk versnellen.”

U bent afgestudeerd als filosoof en gepromoveerd in de informatica. Waar komen die twee heel verschillend vakgebieden voor u samen?“In het woord ‘vertrouwen’. Vertrouwen, in de context van internationale handel, heeft heel technische aspecten. De basis van wantrouwen is vaak gebrek aan informatie. Ict kan helpen om dit gebrek aan informatie tussen de partijen te verbeteren. Aan de andere kant heeft vertrouwen ook te maken met emoties en sociale processen, en daarvoor heb je weer psychologie en sociologie nodig. Dat krijg je bij een filosofiestudie met de paplepel ingegoten. Door die combinatie van techniek en filosofie kom je eerder op een onderwerp als vertrouwen terecht. Ik ben er al tien jaar mee bezig. Vertrouwen is in de filosofie al een heel oud thema.”

Ik heb juist het gevoel dat we in een tijd leven van toenemend wantrouwen en controle, voor een groot deel ook mogelijk gemaakt door ict-toepassingen. Hoe ziet u dat?“Ik geloof niet dat ict een driver is in het versterken van wantrouwen. Dat het vertrouwen in de maatschappij minder wordt, dat geloof ik wel. Daar maak ik me ook zorgen over. Ik denk dat het meer te maken heeft met onzekerheid van mensen en ook met de economische crisis.” 

Terwijl in de maatschappij het vertrouwen afneemt, kiest u juist vertrouwen als hoeksteen van de omgang tussen overheid en ondernemingen. Vanwaar dat tegendraadse geluid?“Eigenlijk is het niet tegendraads. Binnen Nederland, maar ook in Brussel, is men al veel langer geïnteresseerd in besturingsmodellen waarin vertrouwen de kern is. Dat heeft te maken met een praktisch gegeven. Door de globalisering krijg je veel meer verkeer van personen en goederen over de grenzen. Alle overheden zien zich daardoor geconfronteerd met een probleem. Ga je meer douane en politie inzetten voor controle, terwijl je weet dat je die slag nooit zult winnen? Omdat je niet elke container kunt controleren, is de zaak gekanteld en is nu de vraag geworden: hoe kun je zorgen dat bedrijven meer verantwoordelijkheid nemen? Dat is een kwestie van verantwoord vertrouwen: vertrouwen dat wel ergens op gebaseerd is. Als je zo’n band tot stand kunt brengen tussen bedrijf en overheid, is dat voor beiden voordelig. Bedrijven worden minder geïnspecteerd, dat is voor hen een hoofdpijn minder, en de overheid kan veel efficiënter haar mensen inzetten. Als 80 procent van de goederen van betrouwbare bedrijven komt, dan hoeven die nauwelijks meer gecontroleerd te worden. De andere 20 procent kan dan juist weer intensiever gecontroleerd worden. Bij alle inspectiediensten van de Nederlandse overheid, ook bijvoorbeeld bij inspectiediensten voor Gevaarlijke Stoffen, Voedselveiligheid, proberen ze nu het model van verantwoord vertrouwen in te voeren.”

Hoe komt een bedrijf aan een bewijs van vertrouwen?“Een heel specifiek voorbeeld is het AEO-certificaat (Authorised Economic Operator, red.) dat in het Nederlands ook wel certificaat douanevereenvoudiging genoemd wordt. Dat moeten ze verdienen. Bedrijven moeten tegenover de overheid kunnen aantonen dat ze zelf volledige controle hebben over hun bedrijfsprocessen. De overheid weet dat de bedrijven gebruik maken van ict voor de bedrijfsvoering en zou het liefst meeliften op de gegevens van het bedrijf zelf.”

Wat valt daar zoal onder?“De logistieke gegevens. Alle bedrijven hebben een interne boekhouding met wat er in welke container waar naartoe verscheept is. Friesland-Campina bijvoorbeeld weet van elk potje yoghurt waar het zit en waar het vandaan komt. Als er ergens in de supermarkt wordt geconstateerd dat er iets mis is met een potje yoghurt, dan weten ze binnen een paar uur waar de fout is gemaakt en waar de rest van de partij staat. Dat is voor hun eigen klantenbinding belangrijk. Met die gegevens kan de overheid slim meeliften. Daar heeft niemand last van en de gegevens zijn beter. Het is voor beide zijden een lastenverlichting, iedereen blij.”

Dat klinkt goed. Alleen zegt u in uw oratie dat het uitreiken van die AEO-certificaten verbazend traag loopt. Geen tienduizenden sinds 2009 zoals verwacht, maar enkele honderden. Hoe kan dat?“Het loopt stuk op het identificeren van de bedrijfsgegevens waar de overheid op mee kan liften. Daar komt nu ook nader onderzoek naar. Om een voorbeeld te geven: bij een zuivelproducent is het volgsysteem ingericht op voedselveiligheid, maar bij een schroothandelaar gaat het om een heel ander soort veiligheid. Dat er geen bom in verstopt zit bijvoorbeeld. Zo’n bedrijf heeft een heel ander volgsysteem, en uit welk stukje ict van het bedrijf moet je dan je gegevens halen?”

De uitrol loopt dus vertraging op door de technische complicaties, en niet door gebrek aan vertrouwen, of doordat de douane niet mee wil werken, omdat ze vrezen zichzelf overbodig te maken.“De douane is niet bang dat ze overbodig zouden worden. Er is zoveel te doen, en er komen geen mensen bij, zodat ze hun handen meer dan vol hebben. Daar zit geen wantrouwen. En wat de bedrijven betreft: het vertrouwen komt niet tot stand doordat de communicatie moeilijk gaat. Ze willen alle twee wel, overheid en bedrijven willen naar elkaar toe groeien in verantwoord vertrouwen en systeemgericht toezicht, maar daarvoor moeten ze heel veel kennis van elkaar hebben.”

Een voorbeeld?“Neem de term ‘veiligheid’. De douane wil zien dat jouw bedrijf veilig is. Waarop het bedrijf zegt: ‘wat bedoelt u?’. Zo gaan die discussies ook vaak. Het bedrijf denkt dat het veilig is omdat er hoge hekken omheen staan. Maar in een gesprek moeten ze erachter zien te komen wat veiligheid voor dit specifieke bedrijf betekent. Daar komt ook een punt van onderhandelen en redelijkheid om de hoek kijken, want de overheid kan wel willen dat op iedere container een slim slot zit met alle gegevens over de lading, maar dat is voor het bedrijfsleven onbetaalbaar. Daarom moeten overheid en bedrijf onderhandelen om tot een economisch redelijke oplossing te komen die voor het bedrijf niet teveel kosten oplevert en voor de overheid voldoende veiligheid geeft. Dat is een onderhandelingsproces waar mensen niet altijd even goed in zijn. Er worden nu software tools ontwikkeld die dat kunnen ondersteunen.”

Dat doet denken aan het onderzoek van Catholijn Jonker.“Daar werken we dus ook om die reden mee samen. Haar onderzoek is voor ons erg interessant. We werken in een driehoek met Catholijn (prof.dr. Catholijn Jonker van mens-machine-interactie bij Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica, red.) en met de filosofen (prof.dr. Jeroen van den Hoven, faculteit TBM, red.). Die doen veel aan waarde-gebaseerd ontwerpen en daar heeft het veel mee te maken.”

Hoe gaat dat?“Neem privacy, dat je klantgegevens niet naar buiten kunnen lekken. Het is behoorlijk ingewikkeld om dat in je systeem goed in te bouwen. Lastig is dat de regelgeving over privacy door juristen is gemaakt, en die denken echt heel anders dan informatici. Juristen denken in wetten en regels, en met de implementatie in de praktijk houden ze zich nauwelijks bezig. Informatici daarentegen zijn geneigd om in processen te denken, maar niet in wetten. Als je een informaticus een juridische wet geeft, kan hij daar meestal niks mee. Wat moet hij met een term ‘naar redelijkheid en billijkheid’, een geliefde juridische term. Een informaticus zegt dan: ‘daar kan ik niks mee. Daar komt de filosofie ook weer boven. Ik ken Jeroen (van den Hoven, red.) al lange tijd als filosoof, en dat schakelt wel gemakkelijk. Dat vind ik zelf ook wel het leuke, die socio-technische aanpak van onderzoek, waarbij sociale en technische aspecten samenkomen en we de interactie daarvan bekijken. Dat zit heel erg in dit onderzoek.”

Omstreden Pieter Duisenberg wil kritiek wegnemen

Ik heb nu een andere rol, zegt voormalig VVD-Tweede Kamerlid Pieter Duisenberg tegen zijn critici. Voor het eerst reageert hij in dit interview op de commotie rond zijn benoeming als voorzitter van universiteitenvereniging VSNU.

Lees het artikel

Delft serveert

Nog geen plannen voor het eten? Ga naar het Sint Agathaplein, daar is dit weekend het jaarlijkse foodfestival Delft Serveert.

Lees het artikel

Advies voor studenten

Columnist Kim-Lan Jong Baw heeft advies: "Doe alleen wat je moet en wilt doen. And make it count." Lees nu haar hele column.

Lees het artikel

Proteus ontwikkelt bewegende roeibak

De bakken die nu bij Proteus langs de Schie staan, lopen vol als er een vrachtschip snel langs vaart. Tijd voor een nieuw soort roeibak.

Lees het artikel

[Blog#2] Zeeleeuwen en taalproblemen

Wat beleefden onze Delta Lab-studenten deze week in Chili? Lees erover in hun tweede blog.

Lees het artikel

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe