Laparoscopie, het opereren van patiënten door openingen zo klein als een knoopsgat, is volgens dr. Emiel Verdaasdonk de grootste innovatie in de twintigste-eeuwse chirurgie. Helaas weten de opleidingen er nog niet zo goed raad mee.

De operatie begint met een klein sneetje onder de navel. Met CO2-gas wordt de buikholte opgeblazen zodat de endoscoop (camera) ingebracht kan worden. Indien nodig volgen er nog meer openingen in de buikwand voor zuigers, tangen, scharen of andere instrumenten. Deze vorm van opereren wordt steeds vaker toegepast en het domein van de zogenaamd minimaal-invasieve chirurgie breidt zich steeds verder uit van galblaasverwijdering, liesbreukoperaties, tot darmoperaties en verder. De patiënt heeft er baat bij, omdat hij sneller en beter herstelt van de ingreep.Maar de beheersing van laparoscopie vergt van de chirurg heel andere vaardigheden dan bij een open ingreep. De oog-handcoördinatie is lastig, er is geen direct contact met de plek van de operatie, het inschatten van diepte is ingewikkeld en het werken met de lange instrumenten die in het midden vastzitten in de buikwandopening bemoeilijkt de beweging.De training van chirurgen is daar niet op ingesteld, constateert dr. Emiel Verdaasdonk in zijn proefschrift ‘Virtual reality training and equipment handling in laparoscopic surgery'. Afgelopen maandag promoveerde hij bij prof.dr. Jenny Dankelman van BioMechanical Engineering (Werktuigbouwkunde, Maritieme Techniek & Technische Materiaalwetenschappen) en dr. Laurents Stassen van het Reinier de Graaf Gasthuis in Delft. De 'crisis’ in de opleiding van chirurgen bestaat eruit dat het traditionele trainingsmodel (veel uren maken naast een ervaren leermeester) niet aansluit bij de beheersing van laparoscopie. Die specifieke motoriek lijkt iemand beter en veiliger op te pikken met een simulator. Sommige opleidingen gebruiken daar een mechanische simulator voor, andere een computersimulator, zoals de in Delft ontwikkelde SIMENDO.Verdaasdonk, in opleiding als chirurg, heeft uitgezocht hoe chirurgen de benodigde vaardigheden het best onder de knie kunnen krijgen. Hij geeft de voorkeur aan computersimulatoren omdat daarmee de prestaties automatisch gemeten en vastgelegd kunnen worden. Zo bleek uit de vergelijking tussen een eendaagse training en dezelfde trainingstijd over een langere periode, dat herhaalde kortere sessies effectiever zijn. Ook bleek er nogal wat verschil in benodigde leertijd te zijn om een bepaald niveau te bereiken. De een deed er vier keer langer over dan een ander.Bij de opleiding van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam gaan nu alle chirurgen in opleiding eerst trainen op de simulator. Pas als ze een vooraf vastgestelde handigheid hebben bereikt, mogen ze deelnemen aan laparoscopische oefeningen op een varken. Andere ziekenhuizen hebben hun eigen trainingsmethode, maar Verdaasdonk weet zich gesteund door een recent rapport van de Inspectie Volksgezondheid over laparoscopie waarin wordt aangedrongen op grotere veiligheid, betere training en een betere omgang met de apparatuur. Voor dat laatste beveelt de promovendus de invoer van checklists aan, net als in de luchtvaart.

De operatie begint met een klein sneetje onder de navel. Met CO2-gas wordt de buikholte opgeblazen zodat de endoscoop (camera) ingebracht kan worden. Indien nodig volgen er nog meer openingen in de buikwand voor zuigers, tangen, scharen of andere instrumenten. Deze vorm van opereren wordt steeds vaker toegepast en het domein van de zogenaamd minimaal-invasieve chirurgie breidt zich steeds verder uit van galblaasverwijdering, liesbreukoperaties, tot darmoperaties en verder. De patiënt heeft er baat bij, omdat hij sneller en beter herstelt van de ingreep.Maar de beheersing van laparoscopie vergt van de chirurg heel andere vaardigheden dan bij een open ingreep. De oog-handcoördinatie is lastig, er is geen direct contact met de plek van de operatie, het inschatten van diepte is ingewikkeld en het werken met de lange instrumenten die in het midden vastzitten in de buikwandopening bemoeilijkt de beweging.De training van chirurgen is daar niet op ingesteld, constateert dr. Emiel Verdaasdonk in zijn proefschrift ‘Virtual reality training and equipment handling in laparoscopic surgery'. Afgelopen maandag promoveerde hij bij prof.dr. Jenny Dankelman van BioMechanical Engineering (Werktuigbouwkunde, Maritieme Techniek & Technische Materiaalwetenschappen) en dr. Laurents Stassen van het Reinier de Graaf Gasthuis in Delft. De 'crisis’ in de opleiding van chirurgen bestaat eruit dat het traditionele trainingsmodel (veel uren maken naast een ervaren leermeester) niet aansluit bij de beheersing van laparoscopie. Die specifieke motoriek lijkt iemand beter en veiliger op te pikken met een simulator. Sommige opleidingen gebruiken daar een mechanische simulator voor, andere een computersimulator, zoals de in Delft ontwikkelde SIMENDO.Verdaasdonk, in opleiding als chirurg, heeft uitgezocht hoe chirurgen de benodigde vaardigheden het best onder de knie kunnen krijgen. Hij geeft de voorkeur aan computersimulatoren omdat daarmee de prestaties automatisch gemeten en vastgelegd kunnen worden. Zo bleek uit de vergelijking tussen een eendaagse training en dezelfde trainingstijd over een langere periode, dat herhaalde kortere sessies effectiever zijn. Ook bleek er nogal wat verschil in benodigde leertijd te zijn om een bepaald niveau te bereiken. De een deed er vier keer langer over dan een ander.Bij de opleiding van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam gaan nu alle chirurgen in opleiding eerst trainen op de simulator. Pas als ze een vooraf vastgestelde handigheid hebben bereikt, mogen ze deelnemen aan laparoscopische oefeningen op een varken. Andere ziekenhuizen hebben hun eigen trainingsmethode, maar Verdaasdonk weet zich gesteund door een recent rapport van de Inspectie Volksgezondheid over laparoscopie waarin wordt aangedrongen op grotere veiligheid, betere training en een betere omgang met de apparatuur. Voor dat laatste beveelt de promovendus de invoer van checklists aan, net als in de luchtvaart.