Overslaan en naar de inhoud gaan
TU-student en gemeenteraadslid Boris van Overbeeke wil met deze serie studenten interesseren voor lokale politiek, maar is even afgeleid.
Boris van Overbeeke

TU-student en gemeenteraadslid Boris van Overbeeke wil met deze serie studenten interesseren voor lokale politiek, maar is even afgeleid.

Read in English

Veertien dagen geleden beloofde ik de redactie een serie te schrijven over ingenieurs en gemeentepolitiek. Ik liep het kantoor uit, Delft in. Ik dacht toen dat het urgent was om te schrijven over de beperkte betrokkenheid van studenten bij de lokale politiek. Dat het Delftse en provinciale duurzaamheidsbeleid wel wat jonge analytische denkers kan gebruiken. De komst van het coronavirus heeft dat voornemen genadeloos ingehaald. Wat ben ik blij dat het crisismanagement volledig is gestoeld op het oordeel van de wetenschappers van het RIVM. Helemaal helder, één lijn, geen ambivalentie, geen tegenstellingen. Daar niet.

Verder is het een tijd van tegenstellingen. Aan de ene kant krijg ik weeïge neigingen van dat constante ge-samen-sterker, van You never walk alone op de radio. Hoe SBS6 wil je het hebben? En dan dat lege gebaar van applaudisseren uit een raam. Applaudisseren nadat we net de Albert Heijn hebben leeggekocht, waardoor de ontvangers van ons applaus na hun shift voor een leeg schap staan. Aan de andere kant raken die onbeholpen uitingen van saamhorigheid mij toch. Omdat ze de twitterfitties waarover we ons normaal druk maken even wegdrukken. Omdat wij ons kennelijk toch met elkaar verbonden voelen. Omdat ik dat aandoenlijk vind. Mijn buurjongen doet al twee weken boodschappen voor mijn overbuurvrouw. Hij, een jaar of tien – ik denk dat zijn ouders de boodschappen daadwerkelijk kopen – zet de tas neer, trekt aan de bel en sprint vijf meter bij de deur vandaan. Zij doet open en ze zwaaien naar elkaar.

‘Dat stukje over ingenieurs in de politiek komt nog wel’

Maar ook de tegenstelling tussen wat er buiten aan de hand is en hoe ik dat binnen beleef. Of niet beleef. Hoe onwerkelijk het is om een pandemie mee te maken vanuit de isolatie van mijn zelfquarantaine. Buiten wordt met patiënten rondgereden omdat de ic-bedden volraken, terwijl ik binnen nog maar eens een theetje zet. Pandemie in pyjamabroek. Het is hier zo onvoorstelbaar. Is het omdat de realiteit van buiten zich hier alleen kan afspelen binnen de virtualiteit van mijn schermpje? Ik weet niet waar ik het anders zoeken moet. De waanzinnige ervaring dat ik de realiteit kwijtraak tussen de werkelijkheid van een waterig zonnetje op mijn balkon en de werkelijkheid van een wereld waarin een virus de geschiedenisboeken herschrijft. Een over de toeren geraakte werkelijkheid.

We lopen een week of twee achter op Italië. Daar vielen deze week elke dag meer dan zevenhonderd coronaslachtoffers en wordt het leger inmiddels ingezet bij het begraven van de doden. Dat stukje over ingenieurs in de politiek komt nog wel. Maandag stelde het RIVM de verwachtingen bij. Over twee weken hebben er 2500 coronapatiënten ic-zorg nodig. We hadden toen ongeveer 1600 bedden. Ik ben maar een rondje gaan lopen. Mijn huis uit, Delft in. Een lege stad.

Boris van Overbeeke (28) is afgestudeerd kunsthistoricus en studeert thans Engineering Policy and Management. Hij is lid van de Delftse gemeenteraad en schrijft hier over de TU en lokale politiek (maar nu nog even niet). Volg hem op Instagram of Twitter.

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe