Het EquiCity project gebruikt een computerspel om diverse inbrengen voor stedelijke herontwikkeling te combineren. Vorige week vond de eerste openbare test plaats.
De kabelfabriek stamt uit 1914 en de vervallen gebouwen zijn de laatste overblijfselen van de Delftse industriële trots uit de 20ste eeuw. (Beeld: Google Earth)

Het EquiCity project gebruikt een computerspel om diverse inbrengen voor stedelijke herontwikkeling te combineren. Vorige week vond de eerste openbare test plaats.

Read in English

Het onderwerp van de discussie was de herinrichting van het gebied van de Kabelfabriek in Delft. De kabelfabriek stamt uit 1914 en de vervallen gebouwen zijn de laatste overblijfselen van de Delftse industriële trots uit de 20ste eeuw. Maar nu spelen er naast hun waarde als cultureel en industrieel erfgoed ook kwesties als woningnood, een leefbare woonomgeving en commerciële haalbaarheid van de herontwikkeling.

In de echte wereld is de herontwikkeling van het industriegebied aan de Schie in 2019 al uitbesteed aan vastgoedontwikkelaars. Voor het EquiCity team is de Kabelfabriek een canvas voor de oefening.

Het EquiCity team bestaat uit dr. Pirouz Nourian, ir. Shervin Azadi, dr. Bruno de Andrade en prof.dr. Ana Pereira Roders, allen werkzaam aan de faculteit Bouwkunde. Voor de openbare test annex demo via Zoom werden ze op 1 december 2021 bijgestaan door zes vrijwilligers die de rollen speelden van aanstaande bewoner, burgemeester, vastgoedontwikkelaar, architect en twee buurtbewoners.

Spelen maarHet spel bestond uit drie ronden. Aan het eind van iedere ronde konden de deelnemers aan bepaalde gebieden (plek en grootte) een functie toewijzen zoals: wonen, commercieel, cultureel, publiek en leeg. Een computer verwerkte de voorkeuren van de deelnemers en maakte een ruimtelijke kaart van het resultaat. De programmatuur zorgde ervoor dat de soms tegenstrijdige keuzes van de deelnemers eerlijk en uitlegbaar tegen elkaar afgewogen werden. De 3D-kaart die na iedere ronde berekend werd, diende als startpunt voor de volgende ronde.

Tijdens elke ronde kreeg telkens één van de deelnemers de leiding in de onderhandelingen. Zo kon een toekomstige bewoner aan de architect en de ontwikkelaar vragen om de appartementen langs het water te plaatsen. In een andere ronde kon de ontwikkelaar de burgemeester verzoeken om meer ruimte voor horeca toe te laten om het geheel betaalbaar te houden. De opzet was dat alle deelnemers evenveel gelegenheid kregen om hun voorkeuren naar voren te brengen.

De verdeling van functies over het gebied in overeenstemming met de keuzen van de deelnemers. Blauw staat voor woningen, paars zijn winkels en restaurants, roze staat voor culturele bestemming en oranje is publieke ruimte. (Beeld: Shervin Azadi)

TerugblikBruno de Andrade was de spelleider tijdens de Zoomsessie. De interactie van de deelnemers overtrof zijn verwachtingen, zegt hij. Vooral omdat ze speelden op een platform dat was ontwikkeld voor één persoon met een kaart en legoblokjes. “Dat was best lastig voor hen. Mede daardoor hebben we het aantal ronden moeten halveren. Maar zodra de deelnemers gewend waren aan het platform kwamen er verhitte discussies los waardoor de omgang met elkaar natuurlijker werd.”

Doel van dit NWO-project was een interactieve benadering te ontwikkelen om gemeenschappelijk oplossingen te vinden voor complexe problemen in historische binnensteden. De Andrade: “Het spel is bedoeld als alternatief voor het inspraakproces dat bijvoorbeeld door de gemeente wordt geleid en waarin belanghebbenden vaak tegenover elkaar komen te staan. Het project heeft een basis gelegd voor meerdere interessante richtingen zoals geïntegreerde simulaties voor betere projecties; een speelsere omgeving voor interactieve deelname; en een directe terugkoppeling van beslissingen voor een beter inzicht. Dit hoorden we ook van de deelnemers terug.”