Rubiconbeurs voor klimaatplanning

Bouwkundepromovendus ir. Rob Roggema heeft van NWO een Rubiconbeurs gekregen. Hiermee kan hij de komende twee jaar zijn ideeën over klimaatbestendige planologie gaan testen. Zijn onderzoek vindt plaats aan de RMIT universiteit in Melbourne, Australië.

Lachende kinderen, vallend glaswerk. Het is een vrolijke boel aan de andere kant van de Skype-lijn. Planoloog Rob Roggema zoekt met de laptop onder z’n arm naar een rustig plekje. Hij legt de laatste hand aan zijn proefschrift waarmee hij in oktober hoopt te promoveren aan de TU Delft bij prof.dr.ir. Andy van den Dobbelsteen (klimaatontwerp en duurzaamheid).

Daarna kan hij dankzij de Rubiconbeurs die hij afgelopen week kreeg toegekend twee jaar lang verder werken aan de theorie van klimaatbestendige ruimtelijke ordening. Zelf heeft Roggema het over swarm planning: “Afhankelijk van de omstandigheden verandert de ruimtelijke ordening van vorm, zoals ook een school vissen doet, een vlucht vogels of een zwerm bijen.”

Tijdens zijn promotie heeft hij de theorie ontwikkeld. Hij schreef er ook twee boeken over: ‘Adaptation to Climate Change: A Spatial Challenge' (Springer Verlag, 2009) en 'Swarming Landscapes’ (Springer Verlag, 2012). En voor die tijd heeft hij er praktijkervaring mee opgedaan in zijn rol als planoloog, project manager en strategie manager bij klimaatbestendige ruimtelijke ordeningsprojecten in ondermeer Breda, Rotterdam, Almere en Groningen.

De komende twee jaar wil hij zijn ideeën wetenschappelijk testen in twee regio’s:  in Nederland (waar klimaatverandering meestal de vorm van wateroverlast aanneemt) en de ander in Australië (waar men behalve met overstromingen ook met droogten en bosbranden te kampen heeft). Met als centrale vraag: helpt zwermplanning een gebied zich beter aan te passen aan klimaatverandering dan de gebruikelijke ruimtelijke ordening?

Een voorbeeld: de provincie Groningen vreest de zeespiegelstijging als gevolg van klimaatverandering. De klassieke respons is verhoging van de dijken. Maar zwermplanning doet het tegenovergestelde: die laat de zee alvast toe . “Dat schept een nieuwe situatie in het landschap waar mensen zich aan aanpassen”, legt Roggema uit. “Bijvoorbeeld door drijvend te gaan bouwen of op terpen. Als het water dan omhoog komt zijn bewoners erop voorbereid.”

“De klimaatverandering is de aanjager van het ontwerp”, zegt Roggema over zijn benadering die veel meer weg heeft van het ‘bouwen met de natuur’ dan het twintigste-eeuwse beheersingsdenken.

Voorwaarden voor zwermplanning zijn ondermeer veel individuele elementen (gebouwen en mensen), veel verbindingen (virtueel, weg, rail en water), onderlinge relaties en een flexibel netwerk, diversiteit (maar niet te divers) en verschillende kernen. Zo’n structuur biedt volgens de complexiteitstheorie mogelijkheden tot veelvormige en flexibele responsen op veranderende omstandigheden.

In de komende twee jaar gaat Roggema twee verschillende regio’s modelleren en de flexibiliteit (‘adaptieve capaciteit’) ervan in kaart brengen. Dan volgen veranderingen conform de zwermplanning waarna hij opnieuw het aanpassend vermogen bepaalt. Daaruit zal moeten blijken of zwermplanning een gebied daadwerkelijk beter klimaatbestendig kan maken en wat de voor- en nadelen van de methode zijn.

NWO heeft dit jaar negentien onderzoekers financiering uit het programma Rubicon toegekend. Met Rubicon krijgen pas gepromoveerde Nederlandse wetenschappers de kans om onderzoekservaring op te doen aan internationaal vooraanstaande instituten in het buitenland.

swarmplanning.com