Overslaan en naar de inhoud gaan
Rocket science the student way

Back in September 2001, six enthusiastic aerospace students decided to apply their knowledge of rocket science in practice, by launching the amateur rocket society Dare (Delft Aerospace Rocket Engineering).

Now, just eight years later, Dare has grown into a 100+ member society with around twenty launches per year, including that of the record-breaking Stratos rocket, which set the European altitude record.

Dare began with a dream that students could build and fly rockets. As the history goes, a small, cardboard rocket built by students swiveled out of control and crashed far from its intended landing site. It was decided then that if TU Delft aerospace engineers could design aircraft and project satellites, they should definitely be able to design and build rockets that fly and land instead of swivel and crash. A few months later, the Dare committee was officially founded.

Dare’s first big project was the Delft eXperimental-1 (DX-1) rocket. Launched in 2002, DX-1 reached an altitude of one kilometer and was successfully recovered.

Even though, at this point, the Dare committee had achieved its original goal, the rocketeers, encouraged by their success, decided to proceed to more advanced projects. Steven Engelen, who worked on the DX-1’s design and electronics: “Since DX-1 was a complete success, with all systems working well, we wanted to go to the next level.” Thus, the Advanced Propulsion group was born, with its goal to design and build a liquid propulsion system. At the same time, each new academic year saw an influx of new Dare members, to whom it was crucial to pass on the basic rocket-building knowledge. “The idea was to first create a base of competent people who could then go on to more advanced projects”, says Mark Uitendaal, who designed the DX-1’s motor. “The perfect way to achieve this was with an SRP, or ‘Small Rocket Project’.” The SRP requires new members to design and build a rocket around a ready-made motor, which teaches them the basic principles of rocketry. This initiative eventually evolved into the ‘Scrambled Egg’ competition, in which rockets had to carry a payload — a raw egg — safely to apogee and back. In SRP’s first year, only one rocket was launched, but by spring 2009, there were nine SRP teams participating in the competition. 

Big dreamsIn the CanSat competition, high school students build soda can-sized ‘satellites’ that a Dare-built rocket then deploys to an altitude of one kilometer. The idea originally came from Japan, where, in 2005, Engelen was presenting the Dare Deimos liquid propellant project at the International Astronautical Congress. During the congress, he attended a CanSat presentation being given to Japanese teams, and he immediately thought the project seemed like a perfect new endeavor for TU Delft’s rocketeers.

“I spoke with the ESA Education Board representatives, and they agreed it would be a great idea if Europe finally joined the competition - back then only US and Japanese teams competed”, Engelen recalls. “So the Netherlands became the first country in Europe to do CanSat.” Engelen then spoke with associate professor, Chris Verhoeven, about starting up the project with TU Delft’s support. Within a year, the first CanSat prototype was launched. Today, the CanSat competition is hugely successful, with dozens of Dutch high school teams participating each year.

The 2010 version of the CanSat launcher, the V6, is capable of deploying six CanSats simultaneously. This year 18 lucky winners (out of 40 participating teams) will get to launch their soda-pop satellites on the V6.

BigboyThe Stratos rocket, which in March 2009 set a new European altitude record in amateur rocketry, began with an unrealized rocket motor. “The Bigboy motor was designed in 2006 for an earlier Dare project that was subsequently scrapped”, says Uitendaal, the Stratos project leader and Bigboy’s creator. “It was a shame to abandon such a nice motor, so I began fantasizing about what could be done with it: the Bigboy alone could take us up to 5 km, while adding an extra stage would take us to 8 km. But the ultimate goal was to go higher than 10.7 km, the European altitude record at that time.” To achieve this goal, however, radical measures were required. A new, lighter and more powerful motor was designed based on the Bigboy, and combined with a monocoque fuselage structure and cluster of four powerful boosters: the Stratos was born.

Following the success of the Stratos rocket, Delft’s rocketeers have now set their sites on a bigger prize. The new ambitious Stratos II project, due to be launched in 2012, will literally take Dare to the next frontier: with a scientific payload, the Stratos II is set to go to 50 kilometers, but with a slightly modified design, the rocket could easily reach space at an altitude of 100+ kilometers.

This project however requires revolutionary design and new Dare technology, and currently there are five rocket projects within Dare focused on developing Stratos II - one small step at a time. The students behind Stratos II are extremely motivated but they cannot do it alone: “A project of this proportion needs the university’s involvement”, Uitendaal says, “because the amount of time it consumes is mind-boggling; it should be segmented and incorporated into the curriculum in various projects and minors, so that students actually have time to work on it. Otherwise the project runs the risk of losing momentum and running off-course.”

dare.lr.tudelft.nlprojectstratos.nl

 Hoogleraar reformatorische wijsbegeerte Marc de Vries reageert in de Delta Online van 8 april op twee opinieartikelen van Dap Hartmann en mij waarin we betogen dat geloof en wetenschap niet alleen verschillende zaken zijn, maar ook onverenigbaar. Daaruit concludeer ik dat de leerstoel reformatorische wijsbegeerte een contradictio in terminis is en daarom geen plaats verdient aan onze universiteit.

 De Vries stelt dat Hartmann en ik slechte argumenten gebruiken. Maar vindt De Vries dan stiekem dat er wel goede argumenten zijn om reformatorische wijsbegeerte als onzinnig te bestempelen maar wil hij die vooralsnog niet aan ons openbaren? Dat student Leenman zijn colleges leuk vindt, overtuigt mij niet. Ik vermoed dat De Vries aan student Leenman doceert voor eigen parochie.

De Vries vindt dat Hartmann’s gelijkstelling van de bijbel met smurfen een drogreden is omdat de tweede een karikatuur van het eerste is. Het is inderdaad logisch dat er (ook) geen leerstoel smurfisme bestaat. Maar het punt is nu juist dat er geen karikatuur wordt gemaakt omdat de bijbel en de smurfen in essentie gelijk zijn: verhalenboeken met mythische figuren die bedacht, geschreven en getekend zijn door mensen. Goed, in het ene sprookjesboek heeft de hoofdfiguur een witte baard en in het andere zijn de wezentjes blauw (al heeft Grote Smurf ook een witte baard), maar het gaat er om dat het menselijke gedachtenspinsels zijn. Geloven in smurfen staat dus gelijk aan geloven in god(-en). Voor het bestaan van beide is geen enkel bewijs. De verzonnen spookjesboeken als bewijs opvoeren is gewoon jezelf voor de gek houden.

Vervolgens stelt collega De Vries dat ook ik een onjuiste vergelijking maak (tussen wetenschap en geloof) en probeert dat te illustreren aan de hand van een voorbeeld over cake en suiker. Ik vermoed dat in het stuk van De Vries een fout is gemaakt (oude versie ingestuurd of zo) want zijn redenering ontgaat me volledig. Ik heb het voorbeeld aan een aantal mensen (zelfs filosofisch geschoolde) voorgelegd en ook zij konden er geen chocola (zit ook suiker in) van maken. Mijn kardinale punt is dat de christelijk geïnspireerde stelling dat wetenschap zich bedient van onbewijsbare aannames en daarmee ‘verlaagt’ tot geloof onzin is. Dat heb ik afdoende in mijn vorige stuk uitgelegd en De Vries brengt geen argumenten aan die dat ontkrachten.

Ten derde beweert De Vries dat Leenman zijn colleges wel begrepen heeft omdat hij wetenschap en geloof ziet als twee verschillende vormen van kennen. Leenman maakt nu juist een onderscheid tussen wetenschap en geloof. Ze hebben volgens hem andere ‘gebieden van de werkelijkheid’ waarin wetenschappers zich geen raad weten met het begrip ‘goed’ en waarmee christenen, goedhartig als ze zijn, wel overweg kunnen. Als mijn stellingname hierover ruzie oplevert met ethici, so be it. Mij lijkt een ruzie met wetenschappers die zich bezig houden met goed en kwaad tamelijk ongevaarlijk, hetgeen niet altijd gezegd kan worden van onenigheid met religieuze fundamentalisten.

Tot slot bestrijd ik dat geloof een vorm van kennen is. Geloofs-’kennis’ is per definitie normatief (‘gij zult….’) en welke empirische (en gevalideerde) kennis het geloof heeft opgeleverd is mij onbekend. Maar goed, ik ben ook maar een eenvoudige econoom (‘worldly philosopher’) en geen verheven wetenschapsfilosoof. Het kan mij dus best ontgaan zijn dat de techniek in mijn mobieltje, stofzuiger of auto gestoeld is op kennis die de bijbel heeft voortgebracht. Verras me, zou ik zeggen. Al zijn mijn verwachtingen gezien de ‘bewijsvoering’ van Andries Knevel in de Volkskrant van 11 april jl. van de wederopstanding van Jezus Christus niet erg hoog gespannen.

Hoewel de laatste drie alinea’s van De Vries’ betoog weer raadselachtig zijn, meen ik toch daaruit op te maken dat De Vries (en ook Leenman) wetenschap verengen tot logisch positivisme. Voor de natuurwetenschap lijkt mij dat een prima filosofisch uitgangspunt dat, in tegenstelling tot wat De Vries beweert, nog steeds een grote aanhang heeft. In de sociale wetenschappen zien we een grote steun voor het sociaal constructivisme waarin zowel een hoog empirisch gehalte van het onderzoek (instrumentalisme) als het uitgangspunt dat mensen relaties tussen hun eigen waarnemingen leggen (en dus als uitgangspunt van analyse moet worden genomen) centraal staan: If men define situations as real, they are real in their consequences. Als mensen denken dat de aarde plat is, dan gaan ze niet te ver de zee op. Als mensen geloven dat er een god (cq. oppersmurf) is, dan zullen ze daarmee in hun leven rekening houden. Ook de mens kan dus uit het niets iets scheppen. Is dan het beeld dat De Vries van de wetenschap schetst niet karikaturaal?

Kortom, wetenschap en geloof zijn niet hetzelfde omdat ze in essentie anders zijn (een gevalideerd kennissysteem versus een lijst met normen en waarden geillustreerd door een fictief verhaal), zich op andere zaken richten en daardoor een andere maatschappelijke doel dienen. Daarom moet de scheiding tussen wetenschap en geloof institutioneel gewaarborgd worden, net als de scheiding tussen staat en kerk.

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe