Opinie

Ritzen moet op zijn tellen passen

Minister Ritzen lijkt eindelijk in veilige haven met zijn wet voor de modernisering van het universitair bestuur (MUB). Maar desondanks heeft hij er een zorg bij.

Want in het Kamerdebat bleek dat hij niet langer kan rekenen op de vanzelfsprekende steun van de coalitiepartijen. Dat kan de minister de komende twee jaar nog opbreken.


Figuur 1 -ana.gif

,,Het toppunt van paars onvermogen”, noemde Kamerlid Schutte van het GPV het Kamerdebat over de MUB. Dat lijkt niet te veel gezegd. Want hoewel het wetsvoorstel aan de vooravond van het debat op solide steun leek te kunnen rekenen (van in ieder geval de regeringspartijen), ontaardde het debat in ‘chaos’, aldus alweer Schutte.

Dat het wetsvoorstel het waarschijnlijk toch gaat halen, zal Ritzen tevreden stemmen. Maar het moet hem zorgen baren dat hij niet bleek te kunnen rekenen op de regeringspartijen. De vanzelfsprekende steun die de minister de afgelopen twee jaar genoot, krijgt hij waarschijnlijk niet meer terug.

Het was nota bene Ritzens eigen PvdA-fractie die hem in het nauw bracht. PvdA-woordvoerder Van Gelder kwam op de tweede dag van het debat (nu alweer drie weken geleden) met een voorstel waarin uitdrukkelijk vastgelegd werd dat een student lid kan worden van het faculteitsbestuur. De PvdA’er deed dat onder druk van zijn eigen fractie. Die vond dat Van Gelder tot op dat ogenblik een te weinig student-vriendelijke toon had aangeslagen.

Minister Ritzen verzette zich krachtig. Maar Van Gelder hield voet bij stuk. En omdat het voorstel een meerderheid in de Kamer zou halen, werd Ritzen gedwongen tot wat Groen Links- Kamerlid Rabbae kenschetste als ‘acrobatische toeren’. Het voorstel waartegen hij eerst ‘zwaarwegende bezwaren’ had, deed hij een dag later af als ‘overbodig’ (en dus onschadelijk). Vriend en vijand waren het erover eens dat deze wending zijn geloofwaardigheid geen goed deed.
Geen loopplank

Ritzen redde zich er desondanks niet mee. De VVD had gedreigd het hele wetsvoorstel weg te stemmen als het PvdA-voorstel zou worden aangenomen. De MUB en daarmee ook de politieke toekomst van minister Ritzen stonden op het spel. En die kon slechts hopen dat ofwel de VVD haar dreigement ofwel de PvdA haar voorstel zou intrekken.

De liberalen weigerden echter ,,de politieke loopplank uit te leggen” voor Ritzen, liet woordvoerster De Vries weten; de PvdA moest haar interne problemen zelf maar oplossen. En dus zat er voor Van Gelder niets anders op dan het voorstel in te trekken. Dat het nog een week duurde voordat de PvdA dat inderdaad deed, zegt iets over de verhoudingen tussen minister en fractie: die zijn niet warm.

Minister Ritzen staat er de komende tijd alleen voor. En dat is een nieuwe ervaring, want de afgelopen jaren kon hij steeds vanzelfsprekend rekenen op steun van de coalitie. In de debatten over bijvoorbeeld de prestatiebeurs en het HogerOnderwijs en Onderzoekplan (HOOP) liepen de scheidslijnen tussen voor- en tegenstanders steeds keurig tussen regerings- en oppositiepartijen in. Ritzen kon daardoor elk nieuw debat met vertrouwen tegemoet zien.

Dat is voorbij, en waarschijnlijk voorgoed. Deels heeft dat te maken met het regeerakkoord. Zolang Ritzen zich hield aan wat daarin was vastgelegd – en waaraan de coalitiepartijen zich gebonden hadden – was er niets aan de hand. Maar nu bijna alles wat dat akkoord bevatte inderdaad is uitgevoerd, voelen de partijen zich minder gebonden ‘hun’ minister te steunen. In het debat over de MUB – waarover niets in het regeerakkoord stond – is gebleken hoe riskant dat is.
Niet lekker

Daar komt nog bij dat de verhoudingen tussen VVD en PvdA er niet beter op worden. Voor de zomer moest VVD-staatssecretaris Linschoten vertrekken, en dat zit de liberalen nog steeds niet lekker. Het mededogen met elkaars voormannen is er nadien niet groter op geworden. Dat bleek ook uit de botsing tussen VVD en PvdA in de algemene beschouwingen. ,,De verkiezingstijd is begonnen”, aldus de commentaren vorige week. En de affaire-Bolkestein van deze week maakt het er niet beter op.

De tijd van harmonie in de coalitie is voorbij. Ritzen zal voortaan op eigen kracht voor steun voor zijn beleid moeten zorgen en elke partij afzonderlijk moeten overtuigen. Dat hij daarbij zelfs niet op zijn eigen partij kan rekenen, maakt hem extra kwetsbaar. De minister moet dus op zijn tellen passen.

De eerstvolgende testcase wordt de bezuiniging op studiefinanciering voor mbo’ers, opnieuw iets waaraan de coalitie niet via het regeerakkoord gebonden is. En als de studentenbonden goed kunnen onderbouwen dat wat er tot nu toe aan onderwijskwaliteit is gedaan niet veel voorstelt, kan Ritzen ook aan de verhoging van het collegegeld nog een zware dobber krijgen. Al te heikele kwesties kan de minister van Onderwijs misschien maar beter overlaten aan een volgend kabinet.

Hanne Obbink De auteur is redacteur van het Hoger Onderwijs Persbureau te Leiden

Minister Ritzen lijkt eindelijk in veilige haven met zijn wet voor de modernisering van het universitair bestuur (MUB). Maar desondanks heeft hij er een zorg bij. Want in het Kamerdebat bleek dat hij niet langer kan rekenen op de vanzelfsprekende steun van de coalitiepartijen. Dat kan de minister de komende twee jaar nog opbreken.


Figuur 1 -ana.gif

,,Het toppunt van paars onvermogen”, noemde Kamerlid Schutte van het GPV het Kamerdebat over de MUB. Dat lijkt niet te veel gezegd. Want hoewel het wetsvoorstel aan de vooravond van het debat op solide steun leek te kunnen rekenen (van in ieder geval de regeringspartijen), ontaardde het debat in ‘chaos’, aldus alweer Schutte.

Dat het wetsvoorstel het waarschijnlijk toch gaat halen, zal Ritzen tevreden stemmen. Maar het moet hem zorgen baren dat hij niet bleek te kunnen rekenen op de regeringspartijen. De vanzelfsprekende steun die de minister de afgelopen twee jaar genoot, krijgt hij waarschijnlijk niet meer terug.

Het was nota bene Ritzens eigen PvdA-fractie die hem in het nauw bracht. PvdA-woordvoerder Van Gelder kwam op de tweede dag van het debat (nu alweer drie weken geleden) met een voorstel waarin uitdrukkelijk vastgelegd werd dat een student lid kan worden van het faculteitsbestuur. De PvdA’er deed dat onder druk van zijn eigen fractie. Die vond dat Van Gelder tot op dat ogenblik een te weinig student-vriendelijke toon had aangeslagen.

Minister Ritzen verzette zich krachtig. Maar Van Gelder hield voet bij stuk. En omdat het voorstel een meerderheid in de Kamer zou halen, werd Ritzen gedwongen tot wat Groen Links- Kamerlid Rabbae kenschetste als ‘acrobatische toeren’. Het voorstel waartegen hij eerst ‘zwaarwegende bezwaren’ had, deed hij een dag later af als ‘overbodig’ (en dus onschadelijk). Vriend en vijand waren het erover eens dat deze wending zijn geloofwaardigheid geen goed deed.
Geen loopplank

Ritzen redde zich er desondanks niet mee. De VVD had gedreigd het hele wetsvoorstel weg te stemmen als het PvdA-voorstel zou worden aangenomen. De MUB en daarmee ook de politieke toekomst van minister Ritzen stonden op het spel. En die kon slechts hopen dat ofwel de VVD haar dreigement ofwel de PvdA haar voorstel zou intrekken.

De liberalen weigerden echter ,,de politieke loopplank uit te leggen” voor Ritzen, liet woordvoerster De Vries weten; de PvdA moest haar interne problemen zelf maar oplossen. En dus zat er voor Van Gelder niets anders op dan het voorstel in te trekken. Dat het nog een week duurde voordat de PvdA dat inderdaad deed, zegt iets over de verhoudingen tussen minister en fractie: die zijn niet warm.

Minister Ritzen staat er de komende tijd alleen voor. En dat is een nieuwe ervaring, want de afgelopen jaren kon hij steeds vanzelfsprekend rekenen op steun van de coalitie. In de debatten over bijvoorbeeld de prestatiebeurs en het HogerOnderwijs en Onderzoekplan (HOOP) liepen de scheidslijnen tussen voor- en tegenstanders steeds keurig tussen regerings- en oppositiepartijen in. Ritzen kon daardoor elk nieuw debat met vertrouwen tegemoet zien.

Dat is voorbij, en waarschijnlijk voorgoed. Deels heeft dat te maken met het regeerakkoord. Zolang Ritzen zich hield aan wat daarin was vastgelegd – en waaraan de coalitiepartijen zich gebonden hadden – was er niets aan de hand. Maar nu bijna alles wat dat akkoord bevatte inderdaad is uitgevoerd, voelen de partijen zich minder gebonden ‘hun’ minister te steunen. In het debat over de MUB – waarover niets in het regeerakkoord stond – is gebleken hoe riskant dat is.
Niet lekker

Daar komt nog bij dat de verhoudingen tussen VVD en PvdA er niet beter op worden. Voor de zomer moest VVD-staatssecretaris Linschoten vertrekken, en dat zit de liberalen nog steeds niet lekker. Het mededogen met elkaars voormannen is er nadien niet groter op geworden. Dat bleek ook uit de botsing tussen VVD en PvdA in de algemene beschouwingen. ,,De verkiezingstijd is begonnen”, aldus de commentaren vorige week. En de affaire-Bolkestein van deze week maakt het er niet beter op.

De tijd van harmonie in de coalitie is voorbij. Ritzen zal voortaan op eigen kracht voor steun voor zijn beleid moeten zorgen en elke partij afzonderlijk moeten overtuigen. Dat hij daarbij zelfs niet op zijn eigen partij kan rekenen, maakt hem extra kwetsbaar. De minister moet dus op zijn tellen passen.

De eerstvolgende testcase wordt de bezuiniging op studiefinanciering voor mbo’ers, opnieuw iets waaraan de coalitie niet via het regeerakkoord gebonden is. En als de studentenbonden goed kunnen onderbouwen dat wat er tot nu toe aan onderwijskwaliteit is gedaan niet veel voorstelt, kan Ritzen ook aan de verhoging van het collegegeld nog een zware dobber krijgen. Al te heikele kwesties kan de minister van Onderwijs misschien maar beter overlaten aan een volgend kabinet.

Hanne Obbink De auteur is redacteur van het Hoger Onderwijs Persbureau te Leiden

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.