Overslaan en naar de inhoud gaan

Op sterven na dood zijn de deeltijdopleidingen. Bijna niemand wil meer in de avonduren naast zijn baan een opleiding volgen. Maar we kunnen het tij keren, zegt een commissie onder leiding van Alexander Rinnooy Kan.

Het is treurig nieuws voor onze kenniseconomie: al jaren kiezen steeds minder mensen voor een deeltijdopleiding naast hun baan. Een goede opleiding wordt alsmaar belangrijker en toch willen maar weinig Nederlanders op hun vrije dagen in de studieboeken duiken.

Het kabinet riep Alexander Rinnooy Kan te hulp. De hoogleraar en oud-voorzitter van de SER moest met zijn commissieleden een frisse blik werpen op het deeltijdonderwijs. Hoe kan dat aantrekkelijker worden gemaakt?

Marktwerking

Door de tucht van de markt, is kort gezegd zijn antwoord. De commissie haalt een oud idee van stal: ga experimenteren met tegoedbonnen (‘vouchers’) voor deeltijdstudenten, die ze kunnen inruilen voor hoger onderwijs bij allerlei onderwijsaanbieders. En laat daarbij ook commerciële onderwijsaanbieders toe. Moet je eens kijken hoe flexibel en klantgericht het onderwijs dan wordt.

Een radicale oplossing misschien, want ‘vraagfinanciering’ en marktwerking liggen gevoelig in het hoger onderwijs. Maar er moet linksom of rechtsom iets gebeuren, vertelt Rinnooy Kan in zijn werkkamer aan het Amsterdamse Spui. “Het is erger dan ik dacht. Ik ben echt geschrokken van de cijfers.”

Rond de eeuwwisseling begonnen zo’n twintigduizend mensen aan een hbo-deeltijdopleiding en dat aantal is vrijwel gehalveerd. Aan de universiteiten waren er altijd al minder, maar de afgelopen jaren ging het hard. Dit studiejaar startten nog maar 2.200 mensen een universitaire studie in deeltijd.

Ligt die afname misschien aan het hoge collegegeld voor ‘tweede studies’, waardoor het nogal duur wordt om een deeltijdstudie op te pikken? Daar wil Rinnooy Kan niets van horen. “De hogere kosten kunnen een rol hebben gespeeld, maar daar moeten we ons niet achter verschuilen. Het deeltijdonderwijs is gewoon niet aantrekkelijk genoeg. Het is een zwak punt in Nederland.”

Rinnooy Kan denkt persoonlijk dat vouchers de oplossing kunnen zijn, maar beseft dat het idee gevoelig ligt. Daarom wil hij er eerst mee experimenteren. Daar kan toch niemand bezwaar tegen maken? “Sommige partijen zullen vast zeggen: het is zo’n verderfelijk idee, wat de uitkomst van het experiment ook is, we zijn er toch tegen. Maar je moet er meer van willen weten.”

Dat experiment wil hij uitvoeren in het hbo. De universiteiten mogen voorlopig aan de zijlijn toekijken. Dat heeft niets te maken met hun weerstand tegen een vouchersysteem, bezweert hij. “Er zijn gewoon weinig universitaire deeltijdopleidingen. Er moet wel enige omvang zijn om een experiment te kunnen uitvoeren.”

Tegoedbonnen
In het verleden hebben de universiteiten zich sterk verzet tegen een voorloper van deze vouchers: de zogeheten leerrechten, die premier Mark Rutte in het hoger onderwijs wilde invoeren toen hij nog staatssecretaris van Hoger Onderwijs was. Dat leerrechtensysteem verdween op het laatste moment in de prullenmand, omdat er een nieuwe regering kwam met PvdA-minister Ronald Plasterk op OCW.

Tegoedbonnen zijn een manier om private onderwijsinstellingen evenveel kans te geven als de publieke instellingen, of zoals dat in het jargon heet: een gelijk speelveld te creëren. Want studenten kunnen hun bonnen ook inleveren bij goedgekeurde opleidingen van particuliere hogescholen en universiteiten. Dat bevordert de onderlinge wedijver en dat zou uiteindelijk de onderwijskwaliteit ten goede komen.

Zelf bepleitte Rinnooy Kan zo’n soort systeem al in 1987. Hij schreef toen samen met anderen het boekje ‘Naar een ondernemende universiteit’. Maken de leerrechten een comeback in het voltijdonderwijs als ze er eenmaal in het deeltijdonderwijs zijn? “Ik kan nauwelijks ontkennen dat ik het zelf een interessant idee vind”, geeft hij toe, “maar ons advies gaat daar niet over. Er steekt geen ideologie achter ons rapport. Het is alleen ingegeven door de zorg om de deeltijdopleidingen. Als de rest van het onderwijs plezier heeft van dit rapport, is daar niets op tegen. Maar daar hebben we het niet voor geschreven.”

Toch zal de rest van het hoger onderwijs met gespitste oren luisteren. Neem de omgang met studiepunten. Normaal gesproken hebben opleidingen een opbouw met een begin, midden en eind. Rinnooy Kan en zijn commissieleden denken dat je daar niet zo strikt mee om hoeft te gaan. Je zou een diploma bijeen kunnen sprokkelen bij verschillende onderwijsinstellingen. “Je ziet internationaal veel ‘gemoduleerde’ opleidingen. In de praktijk is dat ook prettig als je naast je werk een studie volgt: ineens krijg je een grote klus van je directeur, waar je een jaar mee bezig bent, daarna moet je de draad weer oppakken. Het gaat om klantvriendelijkheid: waarom zouden mensen dan hun oude studiepunten niet mogen meenemen, eventueel naar een andere hogeschool?”

In zijn experiment met het deeltijdonderwijs wil Rinnooy Kan ook andere regels aanpassen. Neem zijn advies over de kwaliteitszorg in het hoger onderwijs. Je zou opleidingen niet op de vingers moeten kijken bij hun onderwijsmethoden, vindt de commissie. Het maakt niet uit of ze online onderwijs geven, veel contacturen hebben of vrijstellingen geven voor eerder verworven vaardigheden. Het gaat om de uitkomst. Rinnooy Kan pleit voor ‘leerwegonafhankelijke leerdoelen’. Laat accreditatieorganisatie NVAO alleen het eindniveau bewaken. Dat is genoeg.

Ommezwaai
Het zou een flinke ommezwaai betekenen, die een vervelende vraag oproept: is het niet een beetje fraudegevoelig om alleen naar de uitkomsten van onderwijs te kijken? Er is altijd wel ergens een goede scriptie vandaan te toveren.

Rinnooy Kan blijft onverstoorbaar. “Fraude kun je nooit uitsluiten. Ik heb daar geen gedetailleerde ideeën over. Het begint met steun voor de draai zelf en daarna ga je het idee uitwerken. Het zal heus niet gebeuren dat iemand anders straks namens jou het diploma kan behalen.”

Waarom hij die draai dan steunt? “Het is bijzonder plezierig voor de mensen waar we hier over praten: werkende mensen die een diplomagerichte opleiding willen volgen. Het wordt voor hen aanzienlijk eenvoudiger om duidelijk te maken wat ze dankzij hun werk of bijscholing al weten. Je moet niet kijken hoe ze het hebben geleerd, maar of ze de materie beheersen.”

Basisbeurs
Als het kabinet zijn zin krijgt, gaat de basisbeurs verdwijnen. Daarmee verdwijnt voor studenten ook het grootste verschil tussen deeltijdonderwijs en gewoon onderwijs. Als de basisbeurs verdwijnt, zullen meer studenten naast hun studie willen werken. Dan krijgen zij ook te maken met het onderwijs zoals Rinnooy Kan het schetst.

“Dan krijg je een ander stelsel”, merkt Rinooy Kan op, al wil hij niet te ver in de toekomst kijken. “Ons advies is alleen ingegeven door de ‘werkende participant’. Wij willen werkende volwassenen aantrekkelijker, diplomagericht onderwijs bieden.”

Wanneer is hij tevreden? Hij hoopt dat het aantal deeltijdstudenten gaat verdubbelen. “Dat zou al heel mooi zijn, gezien de achteruitgang in de laatste jaren.”

Wat adviseert de commissie?

1. Ga experimenteren met een soort tegoedbonnen (vouchers) voor deeltijdonderwijs, die studenten kunnen inleveren bij publieke en private hogescholen. Laat studenten hun collegegeld eventueel lenen.
2. Maak meer reclame voor de associate degrees, de nieuwe tweejarige hbo-opleidingen. Zorg ook voor meer aanbod.
3. Kijk alleen naar het eindniveau, niet naar docenten, lesuren en onderwijsmethoden. Leeruitkomsten zijn belangrijker dan de weg ernaartoe.
4. Als het kan, laat werkervaring en losse cursussen dan meetellen voor het einddiploma.
5. Maak het makkelijker om studiepunten te sprokkelen. Zorg dat studenten hun studiepunten van de ene hogeschool naar de andere kunnen meenemen.
6. Moedig online onderwijs en blended learning aan.
7. Laat mensen op hun werk nuttig onderwijs volgen. Maak daarvoor afspraken met werkgevers.
8. Zorg dat wet- en regelgeving de boel niet belemmeren. Schep een ‘proeftuin’ om met onderwijsregels te experimenteren.
9. Maak samenwerking tussen publieke en private aanbieders makkelijker. Nu zijn publieke onderwijsinstellingen huiverig dat ze op de vingers zullen worden getikt.
10. Laat zien dat het menens is. Zet de diploma’s van private onderwijsinstellingen bijvoorbeeld in het landelijke register. Ga voortvarend met de experimenten aan de slag.

Wie is Alexander Rinnooy Kan?

Alexander Rinnooy Kan (1949) is een bestuurlijk en wetenschappelijk zwaargewicht. Hij promoveerde in de wiskunde en werd onder meer rector magnificus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en gasthoogleraar aan Berkeley en MIT. Hij is nu hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Hij was onder meer voorzitter van werkgeversvereniging VNO-NCW en zat tien jaar lang in de raad van bestuur van ING Groep. Later werd hij voorzitter van de Sociaal-Economische Raad, waarin werknemers en werkgevers zijn vertegenwoordigd. Hij geldt als een van de meest invloedrijke mensen in bestuurlijk Nederland. Rinnooy Kan is prominent lid van D66.
 

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe