Overslaan en naar de inhoud gaan

Iraanse studenten en wetenschappers mogen niet worden uitgesloten van opleidingen waarbij ze in aanraking komen met kennis over nucleaire techniek. Dat heeft de rechtbank in Den Haag woensdag 3 februari bepaald.

 Met de invoering van de Sanctieregeling Iran in 2008 werd Iraanse wetenschappers de toegang ontzegd tot nucleaire installaties, zoals de proefreactor van de TU. Ook mochten ze bepaalde masteropleidingen waar kerntechnologie wordt onderwezen niet meer volgen. Het verbod gold ook voor Nederlanders met Iraanse ouders. De maatregel was een uitwerking van een VN-resolutie die oproept om Iran uit te sluiten van verspreiding van nucleaire kennis.

Iraanse studenten en wetenschappers spanden daarop een rechtszaak aan tegen de Staat. Ze vinden de manier waarop Nederland de resolutie uitwerkt in strijd met het gelijkheidsbeginsel. De rechter heeft hen vandaag in het gelijk gesteld en oordeelt dat de sanctieregeling moet worden ingetrokken.

De rechtbank in Den Haag stelt dat de overheid er ten onrechte vanuit gaat dat alleen Iraanse mensen een risico vormen voor de overdracht van nucleaire kennis. Een zo algemeen onderscheid enkel op basis van nationaliteit is volgens de rechter niet toegestaan. In plaats daarvan zou ieder individu die in aanraking komt met gevoelige nucleaire informatie gescreend moeten worden.

Hoewel het slechts om een klein aantal studenten door het toegangsverbod werd getroffen, deed de sanctieregeling veel stof opwaaien. GroenLinks vroeg het kabinet eerder al om van de maatregel af te zien. De KNAW vreesde dat de reputatie van het Nederlandse onderzoek schade zou oplopen. 

Woordvoerder van de eisers is de Delftse promovendus ir. Behnam Taebi (sectie filosofie bij TBM). "De Rechtbank heeft feitelijk bevestigd wat wij vanaf het begin af aan hebben gezegd”, aldus Taebi. “Namelijk dat het beveiligen van gevoelige informatie anders moet, bijvoorbeeld door middel van een individuele screening. Deze uitspraak is ook een overwinning voor de wetenschap, want de academische vrijheid is hiermee weer gewaarborgd."

Lees ook: Reactor verboden gebied voor

Iraniërs

De ondernemingsraad vindt dit te vrijblijvend en vindt dat decanen dit altijd moeten aanvullen. “Anders krijg je grote verschillen tussen faculteiten”, zei Erik Louw (Democratisch Beleid) tijdens een overleg met het college.Collegevoorzitter Dirk Jan van den Berg noemde het ‘een zaak van beschaving’ dat de tweehonderd bursalen bij de TU in ieder geval op het sociaal minimum kunnen werken aan hun proefschrift. “Er hoeft geen mens bij de gemeente te staan voor een maaltijd, wat wel gebeurd is. Wij vinden het ook niet fijn als mensen leven op een manier die zo ver onder de maat is dat het aanstootgevend is.” Van den Berg rekende voor dat met dit voorstel wel veel kosten gemoeid zijn. “Als je tweehonderd promovendi twaalf maanden lang 450 tot 500 euro betaalt, zit je op een dikke miljoen euro. We gaan kijken hoe we het zo kunnen inrichten dat dit betaalbaar is.”Als de universiteit meer aan beurspromovendi zou geven, zou zij deze mensen belastingtechnisch in dienst nemen terwijl dat niet de bedoeling is. De TU wil de rechtspositie van de verschillende categorieën promovendi nu juist opnieuw vastleggen.In principe krijgt iedere promovendus een aanstelling bij de TU en daarmee dus een arbeidsrechtelijke relatie. Promovendi met een dienstverband buiten de TU en beurspromovendi hebben alleen een onderwijsrechtelijke relatie. Met deze groepen heeft de universiteit een ‘leerovereenkomst’, waarbij de TU fungeert als gastheer. Dit betekent voor deze groepen promovendi dat aanwijzingen van hun promotor zijn te beschouwen als aanwijzingen in het kader van zijn opleiding. Zij mogen geen onderwijstaken uitvoeren of onderzoekswerkzaamheden doen bij derde geldstroomonderzoek.Het college wil met deze nieuwe regeling de vorige intrekken. Het uitgangspunt dat een promovendus (die in dienst is) minimaal 75 procent aan onderzoek en promoveren moet besteden en maximaal 25 procent aan onderwijs of beheer komt in een afzonderlijk document.

 Met de invoering van de Sanctieregeling Iran in 2008 werd Iraanse wetenschappers de toegang ontzegd tot nucleaire installaties, zoals de proefreactor van de TU. Ook mochten ze bepaalde masteropleidingen waar kerntechnologie wordt onderwezen niet meer volgen. Het verbod gold ook voor Nederlanders met Iraanse ouders. De maatregel was een uitwerking van een VN-resolutie die oproept om Iran uit te sluiten van verspreiding van nucleaire kennis.

Iraanse studenten en wetenschappers spanden daarop een rechtszaak aan tegen de Staat. Ze vinden de manier waarop Nederland de resolutie uitwerkt in strijd met het gelijkheidsbeginsel. De rechter heeft hen vandaag in het gelijk gesteld en oordeelt dat de sanctieregeling moet worden ingetrokken.

De rechtbank in Den Haag stelt dat de overheid er ten onrechte vanuit gaat dat alleen Iraanse mensen een risico vormen voor de overdracht van nucleaire kennis. Een zo algemeen onderscheid enkel op basis van nationaliteit is volgens de rechter niet toegestaan. In plaats daarvan zou ieder individu die in aanraking komt met gevoelige nucleaire informatie gescreend moeten worden.

Hoewel het slechts om een klein aantal studenten door het toegangsverbod werd getroffen, deed de sanctieregeling veel stof opwaaien. GroenLinks vroeg het kabinet eerder al om van de maatregel af te zien. De KNAW vreesde dat de reputatie van het Nederlandse onderzoek schade zou oplopen. 

Woordvoerder van de eisers is de Delftse promovendus ir. Behnam Taebi (sectie filosofie bij TBM). "De Rechtbank heeft feitelijk bevestigd wat wij vanaf het begin af aan hebben gezegd”, aldus Taebi. “Namelijk dat het beveiligen van gevoelige informatie anders moet, bijvoorbeeld door middel van een individuele screening. Deze uitspraak is ook een overwinning voor de wetenschap, want de academische vrijheid is hiermee weer gewaarborgd."

Lees ook: Reactor verboden gebied voor Iraniërs

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe