Overslaan en naar de inhoud gaan
voorzittershamer

Magnetiseur Bruno Santanera daagde op 8 januari 2019 de TU voor de Raad van State. De TU zou onderzoeksgegevens en correspondentie hebben achterhouden.

‘Het betoog faalt’, concludeert de Raad van State in haar uitspraak van 30 januari vorig jaar. ‘Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.’ Met andere woorden: het hoger beroep van team Santanera tegen de TU Delft dat op 8 januari dit jaar diende, is ongegrond.

Het is de zoveelste stap in een slepende procesgang die Bruno Santanera van het bedrijf Biostabil in gang heeft gezet tegen de omroep AvroTros en de TU Delft. In een uitzending van het programma Radar uit 2004 werd TU-onderzoek aangedragen dat een einde maakte aan de geloofwaardigheid van de geneeskrachtige sieraden van Biostabil. Het bedrijf zag zijn omzet kelderen.

In januari draaide de zaak voor de Raad van State om de vraag of de TU Delft voldoende documentatie had geleverd in antwoord op een WOB-verzoek van team Santanera uit 2017. De TU had het onderzoeksrapport gestuurd, maar de tegenpartij eiste ook inzage in correspondentie tussen TU en (toenmalig) TROS. De TU, vertegenwoordigd door mr. J. van Leeuwen, voerde aan dat die gegevens niet meer te traceren zijn, omdat het onderzoek 15 jaar geleden plaatsvond. Team Santanera verweet de TU vervolgens nalatig archiefbeheer.

In deze zaak tussen team Santanera (‘appellant’) en TU (‘college’) schrijft de Raad van State nu: ‘Uit de door [appellant] aangehaalde selectielijst kan niet worden afgeleid dat onderzoeksgegevens, zoals de door hem bedoelde spectroanalyse-gegevens, als archiefbescheiden moesten worden gearchiveerd. Van het ten onrechte niet opmaken van een vernietigingsverklaring is daarom geen sprake. Gelet hierop heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de mededeling van het college dat er verder geen documenten aanwezig zijn niet ongeloofwaardig voorkomt en dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat er toch meer documenten zijn. Omdat geen aanleiding bestond om te twijfelen aan de deugdelijkheid van het door het college verrichte onderzoek, hoefde de rechtbank het verzoek om getuigen te horen niet in te willigen.’

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe