Het University PhD Council heeft een nieuwe voorzitter: Berend van Veldhuizen. Wie is hij en wat zijn z’n plannen?
Berend van Veldhuizen: “Veel promovendi hebben psychische problemen. Promoveren is immers doorgaans individueel werk en de coronacrisis werkt sociaal isolement in de hand.” (Foto: Berend van Veldhuizen)

Het University PhD Council heeft een nieuwe voorzitter: Berend van Veldhuizen. Wie is hij en wat zijn z’n plannen?

Read in English 

Berend van Veldhuizen (faculteit 3mE) deed zijn bachelor en master aan de TU Delft en is sinds december promovendus bij het Nautilus Project, waar hij zich richt op het duurzamer maken van cruiseschepen. Van Veldhuizen neemt het stokje over van Vittorio Nespeca (faculteit TBM), die zich tijdens zijn voorzitterschap onder meer bezig hield met de vertegenwoordiging van het University PhD Council (UPC) in de OR en met de loonruimte-regeling. UPC gaat over onderwerpen die centraal in plaats van facultair aan de TU Delft spelen en heeft leden bij alle acht faculteiten.

Je bent sinds december promovendus en nu al voorzitter. Vertel.
“Ik zocht al een tijdje iets om naast mijn promotie-onderzoek te doen, want door de coronacrisis zit je als promovendus veel thuis en spreek je weinig mensen. Via mijn facultaire PhD-council hoorde ik dat ze iemand zochten bij het centrale University PhD Council. Het werk dat UPC doet leek me enorm nuttig en leerzaam: problemen van promovendi identificeren aan de hand van bijvoorbeeld gesprekken en enquêtes en kijken wat je daar aan kunt doen. De chairpositie was nog open dus ik dacht: ik ga meteen voor de grootste challenge.”

Er speelt veel op dit moment en je stipte zelf al even de coronacrisis aan. Welke weerslag heeft de crisis op het leven van promovendi? 
“Veel promovendi hebben psychische problemen, volgens onderzoek van Promovendi Netwerk Nederland zelfs bijna de helft van alle promovendi. Die klachten hebben allerlei oorzaken, zoals een hoge werkdruk. Door de coronacrisis zijn die problemen erger geworden, denk ik. Promoveren is immers doorgaans individueel werk en de coronacrisis werkt sociaal isolement in de hand. Vooral voor internationale promovendi – zo’n 70 procent van alle PhD’ers komt uit het buitenland - is de coronacrisis zwaar. Je start in Delft, maar bent er nog nooit geweest en je hebt niet echt een sociaal netwerk. Vooral als je vrij individueel promotie-onderzoek doet, is het lastig om dat sociale netwerk op te bouwen. We zien dat sommige promovendi door de verminderde communicatie met collega’s en begeleiders heel basale dingen niet weten, zoals hoe je declaraties indient en andere praktische zaken. Daarom hebben we op onze nieuwe website een PhD-survivalgids en informatie over praktische zaken. Niet iedere promovendus hoeft het wiel opnieuw uit te vinden.”

Promovendi vormen zo’n diffuse groep, het is lastig om ze te bereiken

Het is bij de afgelopen verkiezingen UPC niet gelukt om een promovendus in de OR te krijgen. Wordt er voldoende naar promovendi geluisterd?
“Het is jammer dat er geen promovendus in de ondernemingsraad (OR) zit, maar ik heb wel het idee dat er binnen de TU steeds meer naar ons wordt geluisterd. Het contact met de OR, bijvoorbeeld, is dankzij mijn voorganger Vittorio Nespeca sterk aangehaald, zodat we daar goed vertegenwoordigd worden. We overleggen met regelmaat met de OR. Als er grootschalige problemen zijn, kunnen we die altijd voorleggen. Dat deden we bijvoorbeeld met de financiële ruimte voor contractverlengingen bij promovendi die door de coronacrisis vertraging opliepen. Zowel over de communicatie rondom als over de uitvoering van deze regeling kregen we klachten. Dit heeft de OR – en ook de centrale vakbonden trouwens – voor ons aangekaart bij het college van bestuur.”

Heeft dat geholpen? Human Resources gebruikte in april artikelen van Delta als één van de argumenten dat de regeling goed was gecommuniceerd, terwijl het een onafhankelijk journalistiek platform is en dus niet valt onder de communicatiekanalen.
“De communicatie naar studenten is vaak direct, zo stuurde het cvb eerder dit jaar een mail naar alle studenten. De communicatie naar medewerkers verloopt ook direct. Maar naar promovendi? Dat is een ander verhaal. Bij de covid-regeling is gekozen voor communicatie via onder meer decanen en promotiebegeleiders, in plaats van bijvoorbeeld een centrale aankondiging of een mail naar alle promovendi. Dat had beter gekund.
Tegelijk vormen promovendi zo’n diffuse groep, dat het lastig ís om iedere promovendus te bereiken. We
doen via allerlei soorten contracten en constructies onderzoek voor de TU. De één is in direct dienstverband bij de universiteit, de ander staat er nauwelijks geregistreerd en wordt betaald door bedrijven of uit grants. De één werkt nauw samen met een onderzoeksgroep, de ander heeft alleen sporadisch contact met zijn of haar begeleider en komt nauwelijks op de campus.
Daarnaast heeft de TU – en dat geldt voor alle Nederlandse universiteiten – geen compleet overzicht van hoeveel promovendi er direct of indirect aan de universiteit verbonden zijn. Daardoor vallen promovendi op allerlei vlakken en bij allerlei soorten regelingen tussen wal en schip. We lopen daar zelf ook tegenaan. Voorheen communiceerden via de nieuwsbrieven van facultaire PhD-councils. Dat werkte niet altijd goed. We zijn nu begonnen met een community op MS Teams, maar daar zit nog niet eens een derde van alle promovendi in op dit moment.”

De voorbereiding op de tijd na het promotietraject moeten beter aansluiten op de realiteit

Waarvoor willen jullie je nog meer inzetten?
“De vergoedingen voor coronavertraging blijven we scherp in de gaten houden. Daarnaast willen we dat de voorbereiding van promovendi op de tijd na hun promotietraject beter aansluit op de realiteit. Tweederde van de promovendi vindt uiteindelijk werk buiten de academische wereld, terwijl trainingen van de Graduate School vooral gericht zijn op werk vinden binnen de academische wereld.
We willen in kaart brengen waarom promovendi bijna standaard langer bezig zijn dan de tijd die ze krijgen. Voor promoveren staat vier jaar, maar de meeste TU-promovendi zijn langer bezig dan op andere universiteiten. In het meest recente jaarverslag ligt het promotierendement – het percentage dat binnen vijf  jaar klaar is – op 49 procent. Dat betekent voor ruim de helft: je onderzoek afronden terwijl je druk met bent solliciteren voor een nieuwe baan of al elders aan het werk bent. Daar is niemand mee geholpen. De promovendus die het nóg drukker krijgt niet, maar ook de universiteit niet omdat de promovendus zich minder goed op het onderzoek kan richten. Dat doet af aan de kwaliteit van het eindresultaat.”

Hoe komt het volgens jou dat promovendi doorgaans langer bezig zijn?
“Lastig te zeggen, zo zonder onze inventarisatie. Wat ik zelf zie, is dat veel promovendi denken dat onderwijs geven een verplicht deel is van hun promotietraject. Dat is niet zo, althans niet op mijn faculteit. Je moet hier op 3mE tijdens je PhD 45 punten halen, waarvan 15 punten vallen onder transferable skills. Die hoef je in te vullen met onderwijs – wat relatief veel tijd, aandacht en energie slurpt. Je kunt ook bepaalde trainingen volgen. Als promovendus is daarbij het lastig om te bepalen waar je de lat legt. Je bent ambitieus en wilt goed onderzoek doen, dus je bent al gauw geneigd te veel te willen doen. Zeker wanneer je in de academische wereld wilt blijven, waar zo veel concurrentie is dat je voor je gevoel nooit genoeg doet.”

Hoe probeer jij zelf die ‘grens’ te bewaken?
“Ik zit in een groot Europees consortium met tien bedrijven en vier andere universiteiten. We doen gezamenlijk onderzoek én we maken een scheepsontwerp. Dat laatste is praktisch werk met vraagstukken als: waar moet je op letten qua veiligheid, wat gaat het kosten, enzovoorts. Bij mij zit de valkuil vooral in: hoeveel tijd besteed ik aan het project en hoeveel tijd aan mijn eigen onderzoek? Vooral omdat ik het leuk vind om zo veel mogelijk mee te krijgen van het project, is dit een lastige opgave. Ik probeer zo veel mogelijk taken op te pakken die voor zowel mijn onderzoek als het project relevant zijn.
Ik kom misschien ook makkelijker voor mijn eigen belangen op dan anderen. Als mijn promotiebegeleider iets over mijn onderzoek voorstelt dat ik geen goed idee vind, dan zeg ik dat gewoon en discussiëren we erover.”

Hoe lang wil je als voorzitter blijven opkomen voor promovendi?
“Oef, lastig te zeggen. Zo lang het interessant en naast mijn promotietraject behapbaar blijft, denk ik. Ik mik op minstens een jaar tot anderhalf jaar.”

  • Loop jij tegen problemen aan tijdens de promotietraject? Of wil je meedenken met UPC? Stuur een mailtje naar upc-org@tudelft.nl.