Herfstige foto van de campus van de TU Delft, met een persoon die wegloopt.
Wetenschappers zijn steeds vaker het doelwit van bedreigingen. (Foto: Justyna Botor)

In het bijzijn van enkele bedreigde wetenschappers en minister Dijkgraaf van OCW is het platform WetenschapVeilig gelanceerd. Op een onbekende plek met bewakers aan de deur.

De Leidse hoogleraar rechtsgeleerdheid Afshin Ellian raakt zichtbaar geëmotioneerd dat hij aan tafel zit met de Nederlandse minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Robbert Dijkgraaf. Want deze minister staat volgens hem pal voor de vrijheid van wetenschappers. Hoe anders gaat dat in Iran, het land waar Ellian geboren is.

“Mijn collega’s in Teheran krijgen geen beveiliging”, zegt hij. Sterker nog, de minister van Onderwijs heeft daar aan een universiteit de hoogleraren uitgescholden en de studenten bedreigd vanwege hun protesten, vertelt hij. Veel jonge demonstranten moeten hun leuze ‘Vrouw, leven, vrijheid’ met de dood bekopen.

Bewakers
Ellian
wordt al jaren zwaar beveiligd vanwege zijn kritiek op de politieke islam. Ook bij deze bijeenkomst, de lancering van het platform WetenschapVeilig, lopen er bewakers rond. De locatie is zo lang mogelijk geheim gehouden en bij binnenkomst moet iedereen zich identificeren.

Tot voor kort was Ellian een van de weinigen die bedreigd werden, maar het gebeurt steeds vaker. Zo kreeg hoogleraar rechtsfilosofie Roland Pierik (Universiteit Maastricht) in coronatijd allerlei bedreigingen over zich heen vanwege zijn opvattingen over verplichte kindervaccinaties. Hij verschijnt nog steeds weleens op televisie, maar kent collega’s “die slimmer zijn dan ik en het beter zouden kunnen uitleggen” die ervoor bedanken.

Voor bedreigde wetenschappers is er nu een speciale website met een alarmnummer dat ze 24 uur per dag kunnen bellen. Ook kunnen onderzoekers, als ze willen, een bericht achterlaten. Ze krijgen dan binnen een dag een reactie van hun werkgever en komen in contact met mensen die hen kunnen helpen, zoals juristen en veiligheidsexperts.

Schade
Het ministerie van Onderwijs steunt het platform. Dijkgraaf vindt de bedreigingen vreselijk. De grootste schade bestaat volgens hem uit de ideeën die mensen niet krijgen, omdat ze toch maar voor een ander onderwerp kiezen.

Dat zeggen anderen ook. In een filmpje over bedreigingen onderstreept oud-president Ineke Sluiter van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen dat bepaalde groepen meer worden weggedrukt dan anderen, bijvoorbeeld vrouwen. Dat verarmt het debat.

De nieuwe website is mede bedoeld om wetenschappers te laten weten dat ze er niet alleen voor staan. Dat is heel belangrijk, kan de Leidse onderzoeker Nadia Bouras uit eigen ervaring vertellen. Zij kreeg vorig jaar een bedreigende sticker op haar deur geplakt van een groepering die zich Vizier op Links noemt. Ze twitterde erover, ze vond het niet normaal dat die mensen aan haar deur kwamen.

‘Hoe krijgen we temperatuur in debat paar graden omlaag?’

Dijkgraaf woonde destijds buiten Nederland, maar hij kan zich het voorval nog goed herinneren – en hij weet ook nog dat allerlei mensen meteen hun steun uitspraken toen Bouras erover twitterde. “Absoluut”, bevestigt Bouras. “De reacties waren hartverwarmend en overweldigend.” Een uur na haar tweet belde toenmalig rector Hester Bijl om te vragen hoe het met haar ging.

Maar impact had die sticker wel. Ze keek de eerste week achter elke boom of er iemand stond. Een fietslampje van de overburen leek precies op haar raam gericht, wat haar onrustig maakte. Ze moest de school van haar kinderen inlichten over de bedreigingen. Televisieoptredens doet ze niet meer.

Harnas
Er kwamen tijdens de bijeenkomst meer verhalen voorbij, bijvoorbeeld over diploma-uitreikingen en colleges met beveiliging. Het is zonde dat zulke maatregelen nodig zijn, vindt minister Dijkgraaf, want ook die perken je vrijheid in. “Als je in een groot harnas moet rondlopen, beweeg je toch wat minder vrij.”

De ene universiteit was verder dan de andere met de steun aan bedreigde collega’s. De Universiteit van Amsterdam had bijvoorbeeld al een alarmnummer. Maar iedereen stond achter de komst van een landelijk platform, vertellen betrokkenen na afloop van de bijeenkomst. Bij de ontwikkeling ging het alleen maar om praktische zaken: hoe worden de berichten beveiligd, wie gaat de alarmlijn bemensen, welke informatie komt er op de website?

Dijkgraaf hoefde zich er nauwelijks mee te bemoeien. Hij hoefde alleen zijn handtekening te zetten. “Dat was misschien wel de makkelijkste beslissing die ik als minister heb genomen”, zegt hij desgevraagd. Volgens de minister komen bedreigingen van wetenschappers ook in het buitenland steeds vaker voor. Hij vreest dat de ruimte voor toekomstige wetenschappers krimpt en dat jonge onderzoekers bepaalde onderwerpen gaan mijden.

Dijkgraaf wil het grotere probleem niet uit het oog verliezen. Hij waarschuwt dat WetenschapVeilig, hoe belangrijk ook, een vorm van symptoombestrijding is. “Het mag ons niet ontslaan van de grotere opdracht: hoe krijgen we de temperatuur in het debat een paar graden omlaag?”

HOP, Bas Belleman