De vierduizend extra docenten die de minister beloofde toen ze de basisbeurs wegbezuinigde, zijn er gekomen. Maar wat is dat waard als studentenaantallen exploderen?
Pre-corona drukte bij Industrieel Ontwerpen. (Foto: Thomas Zwart)

De vierduizend extra docenten die de minister beloofde toen ze de basisbeurs wegbezuinigde, zijn er gekomen. Maar wat is dat waard als studentenaantallen exploderen?

Read in English

Door: Yvonne van de Meent

In dit deel van een serie onderzoeksverhalen zoeken we uit waarom studenten zo weinig merken van de extra docenten die er door het leenstelsel kwamen.

  • De vierduizend docenten die minister Bussemaker studenten beloofde toen ze de basisbeurs in 2015 wegbezuinigde, zijn er gekomen.
  • Het hoger onderwijs groeit explosief: sinds de basisbeurs is afgeschaft zijn er ruim 67 duizend studenten bij gekomen.
  • Die groeispurt komt grotendeels voor rekening van de universiteiten, daar is het aantal studenten met 22 procent toegenomen.
  • Aan de studentengroei zitten geen grenzen meer nu de concurrentiestrijd is verplaatst naar de internationale markt.
  • Daardoor wordt het onderwijsbudget steeds verder uitgehold.

Minister van Onderwijs Jet Bussemaker (PvdA) beloofde in 2015 alle studenten die hun basisbeurs kwijtraakten kleinschaliger en intensiever onderwijs. Het hoger onderwijs was in haar ogen door de spectaculaire groei in het eerste decennium van deze eeuw steeds massaler en onpersoonlijker geworden. Tussen 2000 en 2010 kwamen er – tegen alle verwachtingen in – 180 duizend studenten bij waardoor het totaal aantal uitkwam op 657 duizend, een groei van bijna veertig procent. 

Omdat de budgetten van universiteiten en hogescholen niet even hard meegroeiden, kwam de kwaliteit van het onderwijs in de verdrukking, analyseerde de commissie Toekomstbestendig Hoger Onderwijs in 2010. De denktank onder leiding van oud-landbouwminister Cees Veerman adviseerde eindelijk eens serieus werk te maken van de ambitie om van Nederland een van de sterkste kenniseconomieën van de wereld te maken. Flink investeren in het hoger onderwijs was volgens de commissie dé remedie tegen de economische crisis en ‘een bittere noodzaak gegeven de jarenlange onderinvesteringen.’

Intensiever onderwijs
Het kabinet Rutte II dat eind 2012 aantrad, was het roerend met die analyse eens maar had zichzelf ook de opdracht gegeven zestien miljard euro te bezuinigen op de overheidsuitgaven om uit de crisis te komen. Het geld voor de broodnodige kwaliteitsimpuls moest daarom uit de onderwijsbegroting van minister Bussemaker komen. En zo sneuvelde de basisbeurs.

De belofte was meer persoonlijke aandacht

Maar studenten zouden er beter onderwijs voor terug krijgen. Minder hoorcolleges, meer werkgroepen, meer individuele feedback, vaker mondelinge tentamens, intensievere begeleiding. Daar zouden de extra docenten die betaald konden worden met de honderden miljoenen van de wegbezuinigde basisbeurs voor gaan zorgen. “Een belangrijk resultaat van het hervormingsbeleid is dat het hoger onderwijs er ongeveer vierduizend docenten bij krijgt en nog enkele honderden onderzoekers met een onderwijstaak,” beloofde koning Willem Alexander op 15 september 2015 in de troonrede. “Voor studenten betekent dit meer persoonlijke aandacht, intensievere begeleiding en een betere entree op de arbeidsmarkt.”

Die vierduizend docenten, tutoren en studiebegeleiders zijn er gekomen, blijkt uit ons onderzoek.

Bij de twaalf grote hogescholen die wij onder de loep namen zijn er sinds de invoering van het leenstelsel 2.055 voltijd docentbanen bij gekomen, een groei van dertien procent. De dertien universiteiten stelden samen zelfs 2.258 nieuwe docenten aan, een toename van twintig procent. Maar is het onderwijs daardoor kleinschaliger en persoonlijker geworden? Daar lijkt het niet op.

Nieuwe records
Studentenbonden en oppositiepartijen waarschuwden bij de introductie van het leenstelsel dat leenangst veel jongeren uit de lagere inkomensgroepen ervan zou weerhouden te gaan studeren. De Vereniging Hogescholen becijferde met een model van het Centraal Planbureau in de hand dat leenaversie het hbo vijftienduizend studenten zou gaan kosten.

Maar in weerwil van die voorspellingen is het aantal studenten sinds de introductie van het leenstelsel stevig doorgegroeid. Na een dipje in 2015 zwol de instroom weer aan. In het studiejaar 2019/20 stonden er bijna 770 duizend Fstudenten ingeschreven bij een universiteit of hogeschool, ruim 67 duizend meer dan in 2014. En afgelopen september vestigde de instroom, mede dankzij de coronacrisis, weer nieuwe records. Dit studiejaar staan er in totaal meer dan achthonderdduizend studenten ingeschreven.

Bij meerderheid universiteiten wordt onderwijs massaler

De groei komt grotendeels voor rekening van de dertien universiteiten die in 2019 samen bijna vijftigduizend studenten meer hadden dan in 2014, een groei van 22 procent. Het aantal wo-studenten neemt net iets harder toe dan het aantal docenten, waardoor het aantal studenten per docent min of meer gelijk blijft. Van meer persoonlijke aandacht voor alle universitaire studenten is dus zeker geen sprake. Bij de meerderheid van de universiteiten wordt het onderwijs juist massaler.

Zeven van de dertien universiteiten, waaronder de TU Delft, kunnen de onstuimige studentengroei niet bijbenen. Ze nemen wel extra docenten aan, maar desondanks stijgt het aantal studenten per docent. Uitschieter is Tilburg University waar het aantal docenten met 25 procent toenam, maar het aantal studenten met 44 procent groeide. Daardoor is het aantal studenten per docent met ruim vijftien procent gestegen.

Bij slechts vier van de dertien universiteiten lijkt er iets terecht te komen van de beloofde intensivering van het onderwijs. De Universiteit Utrecht springt er in positieve zin uit: daar daalt het aantal studenten per docent met ruim achttien procent. Dat is niet omdat UU veel meer nieuwe docenten aanstelde dan de andere universiteiten, maar doordat de studentengroei er beperkt bleef tot zeven procent.

Afbouwen studentgebonden financiering
Dat het onderwijs massaler en onpersoonlijker werd hadden de politici die de basisbeurs opofferden kunnen zien aankomen. De commissie-Veerman die in 2010 aandrong op extra investeringen in het hoger onderwijs, adviseerde namelijk ook de studentgebonden financiering af te bouwen. Dat systeem ‘zet aan tot het binnenhalen van zoveel mogelijk studenten en brengt instellingen ertoe studenten te verleiden met modieuze studierichtingen en voorrang te geven aan kwantiteit boven kwaliteit,’ betoogde de denktank.

“Het financieringssysteem zit heel geniepig in elkaar”, vindt de Leidse historicus Pieter Slaman, auteur van In de regel vrij, 100 jaar politiek rond onderwijs, cultuur en wetenschap dat bij het honderdjarig bestaan van het ministerie van Onderwijs in 2018 verscheen. “Sinds de jaren tachtig wordt het geld in het hoger onderwijs verdeeld op basis van het aantal studenten en het aantal diploma’s. Maar het budget ligt van tevoren vast, dus als je concurrent groeit moet je mee groeien. Als je dat niet doet dalen je inkomsten. Stilstand is achteruitgang in een groeiende markt waarin je om een gelijkblijvende pot met geld concurreert.”

Moordende concurrentie
De moordende concurrentie die daardoor is ontstaan zorgt ervoor dat het aantal studenten jaar op jaar groeit. Het onderwijsbudget groeit ook, maar onvoldoende om het bedrag dat universiteiten en hogescholen per student ontvangen op peil te houden. Om te voorkomen dat hun inkomsten dalen, moeten instellingen nog meer studenten werven en wordt het budget over nog meer studenten uitgesmeerd. 

Om deze neerwaartse spiraal te doorbreken adviseerde de commissie-Veerman de studentgebonden financiering geleidelijk te vervangen door bekostiging van onderwijsprestaties. In 2012 werd daar met de invoering van prestatieafspraken een begin mee gemaakt. Maar universiteiten en hogescholen vonden het experiment waarbij ze na vier jaar werden afgerekend op zaken als verbetering van het studierendement of het aantal contacturen, absoluut niet voor herhaling vatbaar.

‘Groeispurt komt vooral door de internationalisering’

“Ze vonden dat ze veel te veel verantwoording moesten afleggen. De discussies gingen altijd over te veel overheidscontrole”, weet Stefan Wirken uit de tijd dat hij LSVb-voorzitter was. “De instellingen wilden meer vertrouwen van de overheid. Daarom is ook niet van tevoren vastgelegd waaraan het basisbeursgeld moet worden besteed.”

Exit prestatieafspraken, de basisbeursmiljoenen worden net als de rest van het onderwijsbudget verdeeld op basis van de studentenaantallen. De moordende concurrentiestrijd waar de commissie-Veerman een eind aan wilde maken, gaat dus gewoon door. In die strijd winnen de universiteiten terrein op de hogescholen. Ze weten zo langzamerhand bijna alle vwo’ers naar zich toe te halen.

In de jaren negentig was het hbo voor praktisch ingestelde vwo’ers nog een aantrekkelijk alternatief voor een universitaire studie. Halverwege de jaren negentig bestond de hbo-instroom nog voor twintig procent uit vwo’ers, in 2010 was dat gedaald naar tien procent en vorig jaar had nog maar 6,9 procent van de hbo-eerstejaars een vwo-diploma. Dankzij de associate degrees, de nieuwe tweejarige opleidingen voor mbo’ers, weten hogescholen dat verlies enigszins te compenseren.

Internationals
De studentengroei bij de universiteiten is maar voor een klein deel te danken aan het binnenhalen van meer vwo’ers. “De groeispurt van de laatste jaren komt vooral door de vlucht die de internationalisering heeft genomen,” stelt Slaman. De cijfers geven hem gelijk. De strijd om de student heeft zich naar het buitenland verplaatst. Sinds 2002 is het aantal internationale studenten bijna vertienvoudigd en elk jaar neemt de internationale instroom weer met zo’n vijftien procent toe. Rond 2010 leek de groeicurve af te vlakken, maar sinds 2014 is het aantal buitenlandse studenten aan een nieuwe spurt begonnen die ondanks de corona-epidemie dit studiejaar doorgaat.

In 2019 stonden er bij de universiteiten ruim 62 duizend internationale studenten ingeschreven, een verdubbeling ten op zichten van 2014, het jaar voordat de basisbeurs werd afgeschaft. Eén op de vijf universitaire studenten komt nu uit het buitenland en zeventig procent van de internationals komt uit een EU-land. Die studenten tellen gewoon mee bij het verdelen van het onderwijsbudget en de basisbeursmiljoenen.

Dankzij hun steeds uitgebreidere Engelstalige opleidingsaanbod en met hulp van commerciële recruiters blazen Nederlandse universiteiten inmiddels een aardig toontje mee op de internationale markt, waar Angelsaksische landen als de Verenigde Staten, Australië en het Verenigd Koninkrijk tot nu toe de dienst uitmaken. Dat presenteren de universiteiten graag als bewijs van de kwaliteit van hun onderwijs, maar in werkelijkheid maakt de toestroom uit het buitenland de spoeling alleen maar dunner. “We smeren de pot met geld over steeds meer studenten uit, daarmee zijn we het onderwijs juist aan het uithollen”, stelt Slaman.

Het is extra wrang dat de basisbeursmiljoenen die bedoeld waren om die uitholling tot staan te brengen, worden ingezet voor het ontwikkelen van dure Engelstalige programma’s waarmee nog meer buitenlandse studenten geworven konden worden. De Universiteit van Amsterdam deed dat bijvoorbeeld met Politics, Psychology, Law & Economics. De VU kwam met de kleinschalige en intensieve opleiding Philosophy, Politics & Economics (PPE).

De Universiteit Twente pompte een deel van de voorinvesteringen in het University College voor Technology, Liberal Arts & Sciences, afgekort Atlas. De Rijksuniversiteit Groningen reserveerde vijf miljoen euro van de voorinvesteringen voor het ontwikkelen van nieuwe Engelstalige masterprogramma’s en de Radboud Universiteit stak een paar miljoen van de voorinvesteringen in ‘internationalisering, masterinstroom en beurzen’.

En het blijft niet bij de aanloopkosten. Om de binnengehaalde buitenlandse studenten van onderwijs te voorzien, zijn niet alleen extra docenten nodig, maar ook nieuwe, grotere collegezalen, massa’s studiewerkplekken en niet te vergeten, studentenkamers. Daarbij komen de basisbeursmiljoenen natuurlijk goed van pas.

Stimuleringsfonds voor de Journalistiek

Met medewerking van Altan Erdogan, Laura ter Steege en Henk Strikkers.

 

Dit verhaal is het vijfde deel van een serie die mede mogelijk is gemaakt door het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek en verschillende redacties bij hogescholen en universiteiten in Nederland.

 

Lees ook:

Voorinvesteringen, een recept voor mislukking

Zo sneuvelde jouw basisbeurs

Op zoek naar miljoenen, verstopt tussen belofte en praktijk

Hoe de honderden miljoenen van de basisbeurs verdampten