Het onderzoek en de onderzoeksomgeving van de onderzoeksschool Centre for technical geosciences (CTG) voldoen aan de hoogste standaard.

Dit concludeerde de zogenaamde peer review committee na zijn bezoek aan de onderzoeksschool op 1 november jongstleden. Het comité inspecteerde het promovendiprogramma van de school. Daaruit bleek dat promovendi tevreden zijn met hun onderzoek en de omgeving waarin zij dat onderzoek uitvoeren. Daarom kreeg CTG een vijf, het maximale cijfer, wat excellent inhoudt.Volgens wetenschappelijk directeur prof.ir. Cor van Kruijsdijk verdient zijn onderzoeksschool het predikaat excellent doordat het internationaal goed op de kaart staat en zijn onderzoek goed in de wetenschappelijke literatuur is vertegenwoordigd. Verder zou het volgens de hoogleraar succesvol de geologische vakgebieden combineren met geofysica (waar seismiek onder valt) en geo-engineering (onderzoek naar olie, gas en grondwater).Het enige minpuntje aan de onderzoeksschool is de duur van promoties. Die duren daar gemiddeld 63 maanden, terwijl er officieel vier jaar (48 maanden) voor staat, waarbij een uitloop van zes maanden is geoorloofd. Vijf jaar geleden was de gemiddelde promotieduur nog 62 maanden.Om deze kwestie aan te pakken, wordt een commissie opgezet. De leden daarvan zullen elk jaar de progressie van de promoties beoordelen aan de hand van jaarlijkse voortgangsrapportages. Zo willen ze consequent de promovendi in de gaten houden en bijsturen als die promovendi in de problemen komen. Bij de afdeling geotechnologie van Van Kruijsdijk bestaat al zo'n commissie met zeven personen. Die zal worden uitgebreid.Verder zal een hulpmiddel worden gemaakt, dat promovendi helpt hun proefschrift sneller te schrijven. Volgens Van Kruijsdijk beginnen promovendi vaak pas aan het eind van hun promotietraject met schrijven. "Door meer aandacht te geven aan het schrijfwerk, hopen we dat promovendi dat niet laten liggen tot het laatste moment. We willen een norm aannemen waarin komt te staan dat van promovendi wordt verwacht dat ze vroeg in het tweede en derde jaar met publicaties komen. Dat kan zijn in een wetenschappelijk tijdschrift, of een publicatie voor een conferentie." (IL)

Dit concludeerde de zogenaamde peer review committee na zijn bezoek aan de onderzoeksschool op 1 november jongstleden. Het comité inspecteerde het promovendiprogramma van de school. Daaruit bleek dat promovendi tevreden zijn met hun onderzoek en de omgeving waarin zij dat onderzoek uitvoeren. Daarom kreeg CTG een vijf, het maximale cijfer, wat excellent inhoudt.Volgens wetenschappelijk directeur prof.ir. Cor van Kruijsdijk verdient zijn onderzoeksschool het predikaat excellent doordat het internationaal goed op de kaart staat en zijn onderzoek goed in de wetenschappelijke literatuur is vertegenwoordigd. Verder zou het volgens de hoogleraar succesvol de geologische vakgebieden combineren met geofysica (waar seismiek onder valt) en geo-engineering (onderzoek naar olie, gas en grondwater).Het enige minpuntje aan de onderzoeksschool is de duur van promoties. Die duren daar gemiddeld 63 maanden, terwijl er officieel vier jaar (48 maanden) voor staat, waarbij een uitloop van zes maanden is geoorloofd. Vijf jaar geleden was de gemiddelde promotieduur nog 62 maanden.Om deze kwestie aan te pakken, wordt een commissie opgezet. De leden daarvan zullen elk jaar de progressie van de promoties beoordelen aan de hand van jaarlijkse voortgangsrapportages. Zo willen ze consequent de promovendi in de gaten houden en bijsturen als die promovendi in de problemen komen. Bij de afdeling geotechnologie van Van Kruijsdijk bestaat al zo'n commissie met zeven personen. Die zal worden uitgebreid.Verder zal een hulpmiddel worden gemaakt, dat promovendi helpt hun proefschrift sneller te schrijven. Volgens Van Kruijsdijk beginnen promovendi vaak pas aan het eind van hun promotietraject met schrijven. "Door meer aandacht te geven aan het schrijfwerk, hopen we dat promovendi dat niet laten liggen tot het laatste moment. We willen een norm aannemen waarin komt te staan dat van promovendi wordt verwacht dat ze vroeg in het tweede en derde jaar met publicaties komen. Dat kan zijn in een wetenschappelijk tijdschrift, of een publicatie voor een conferentie." (IL)