Wat betekent de oorlog voor de samenwerking met onderzoekers in Rusland en Oekraïne? De TU wacht op EU-beleid. Maar voor sommige TU’ers is het al helder wat er moet gebeuren.
“Alle Russische wetenschappers die ik ken zijn tegen de oorlog.” (Foto: Dalia Madi)

Wat betekent de oorlog voor de samenwerking met onderzoekers in Rusland en Oekraïne? De TU wacht op EU-beleid. Maar voor sommige TU’ers is het al helder wat er moet gebeuren.

Read in English

Terwijl tal van instellingen en bedrijven wereldwijd hun banden met Russische partners verbreken en media over bijna niets anders berichten dan de oorlog in Oekraïne, houdt de TU Delft zich op de vlakte over wat de situatie voor haar onderzoekers, studenten en samenwerkingen betekent. De TU wacht net als veel andere universiteiten en de koepelorganisatie Universiteiten van Nederland (UvN) op Europees beleid.

Een voorlichter van het TU Delft Innovation & Impact Centre laat weten dat op dit moment wordt geïnventariseerd welke samenwerkingen er precies lopen. Ze kan alvast zeggen dat de TU meedoet aan vijf EU-projecten met Russische partners. Bij drie daarvan is de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek betrokken. Staan die samenwerkingen op de tocht? “We volgen de lijn van de Nederlandse overheid en de EU. Vanuit Universiteiten van Nederland trekken we daarin een lijn.”

Delta vroeg deze week per mail aan Delftse wetenschappers die met Russische collega’s samenwerken, of die dat tot voor kort deden, of samenwerkingen wat hen betreft gestopt moeten worden. We mailden vijftien ingenieurs die het afgelopen jaar artikelen publiceerden met onderzoekers uit Rusland en spraken met hoogleraar quantumwetenschappen Simon Groeblacher die zijn lab heeft opengesteld voor Oekraïense onderzoekers.

Veel onderzoekers laten weten dat ze niet willen reageren op ons verzoek. Een onderzoeker schrijft: ‘Gezien de sterk geladen politieke sfeer ben ik niet bereid mijn werk verder te bespreken in de context die u wenst te onderzoeken. Mijn verontschuldigingen, maar ik acht het ongepast om dat op dit moment te doen.’

‘Ik wilde kennis en waarden delen met de studenten in Rusland’

Hoogleraar anorganische chemie,  Evgeny Pidko, van de faculteit Technische Natuurwetenschappen (TNW) ziet niet in hoe samenwerkingen met Russische universiteiten gezien de huidige situatie kunnen doorgaan.

“Ik gaf regelmatig lezingen en had een wetenschappelijke interactie met onderzoekers van de ITMO-universiteit en andere onderzoeksinstellingen in Moskou en Siberië”, vertelt Pidko. “Vanwege mijn Russische afkomst voelde het voor mij als mijn verantwoordelijk om mijn expertise, kennis en waarden te delen met de studenten in Rusland en hen te helpen integreren in de wereldwijde wetenschappelijke gemeenschap op basis van de open dialoog en kritisch denken. Iedereen met wie ik werk is ontzet door wat er gebeurt. Iedereen die ik ken is tegen de oorlog. Maar ik zie niet in hoe deze interacties kunnen worden voortgezet.”

Pidko is bezorgd over de toekomst van de wetenschap. En over die van jonge onderzoekers in Rusland. “Ze zullen worden afgesneden van de wereldgemeenschap. Tegelijkertijd maak ik me zorgen om Russische studenten en collega's hier in Nederland. Ik vrees dat ook zij verantwoordelijk zullen worden gehouden voor de daden van Poetin.”

Maar de situatie voor hen is niet te vergelijken met wat Oekraïners overkomt, wil hij benadrukken. “Oekraïne wordt aangevallen en het Russische leger bombardeert steden en burgers. Vergeleken daarmee zijn de problemen van de Russische wetenschappers van ondergeschikt belang.”

‘Samen zorgen we dat je verder kunt met je onderzoek’

Ook hoogleraar quantumwetenschappen Simon Groeblacher (TNW) maakt zich zorgen. Hij blijft niet op zijn handen zitten. Hij laat via een post op Linkedin weten Oekraïense quantumwetenschappers met open armen te zullen ontvangen in zijn Delftse lab. ‘Mijn groep dekt je kosten voor levensonderhoud en indien mogelijk ook je reiskosten, en samen zorgen we ervoor dat je verder kunt werken aan een relevant onderwerp voor je eigen onderzoek’, schrijft hij.

“Er hebben zich nog geen Oekraïense wetenschappers gemeld”, zegt Groeblacher desgevraagd. “Op zulke korte termijn was dat ook niet te verwachten. Mogelijk komen die reacties als de situatie zich iets meer heeft gestabiliseerd.”

Groeblacher sluit niet uit ook onderzoekers uit Rusland te verwelkomen bij zijn groep. “Ik snap dat het gevoelig kan liggen om met bepaalde instituten en universiteiten in Rusland samen te werken. Maar we moeten alle wetenschappers die tegen de oorlog zijn en er door geraakt worden zoveel mogelijk helpen.”