Bestuurders van grote complexe onderwijsinstellingen mogen in 2016 hooguit 179 duizend euro verdienen. Collega’s van kleinere instellingen moeten het met minder doen.

Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken laat de Tweede Kamer weten dat de zogeheten WNT-norm vanaf 2016 ook voor het wetenschappelijk onderwijs geldt. Hij hoopt dan bovendien een regeling voor salarisklassen te kunnen invoeren die hij na overleg met de hogescholen en universiteiten heeft opgesteld.

Bij instellingen met een groot budget, veel studenten en allerlei soorten opleidingen scoren bestuurders meer ‘complexiteitspunten' dan collega’s van kleine en relatief simpele instellingen. Ze mogen dan een hoger salaris krijgen, maar nooit meer dan 179 duizend euro.

Ook heeft Plasterk nieuwe regels bedacht voor het inhuren van interimbestuurders. Vanaf 2016 mogen die het eerste half jaar hooguit 24 duizend euro per maand verdienen en het volgende half jaar hooguit achttienduizend euro per maand. Na een jaar vallen ze onder de norm van 179 duizend euro. Hun uurtarief mag bovendien niet uitstijgen boven de 175 euro.

Op deze regels kunnen uitzonderingen worden gemaakt. In zijn brief schrijft Plasterk dat dit gebeurd is met bestuursvoorzitter Schneider van het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Zij mag in 2016 hetzelfde blijven verdienen als in 2015. Het kabinet vindt dit noodzakelijk omdat er "op dit moment geen voldoende gekwalificeerde medisch specialist beschikbaar is" om haar op te volgen. Aan de hoge salarissen van medisch specialisten wordt voorlopig niet getornd.