De medezeggenschap mag toch níet meepraten over de invoering van de coronapas in het hoger onderwijs, blijkt uit het ontwerpbesluit. Gemorrel aan het instemmingsrecht, of…?
Dat de medezeggenschap is nu niet aan de bal is, komt vooral door strak afgebakende spelregels. (Foto: Pascal Zwier via Unsplash)

De medezeggenschap mag toch níet meepraten over de invoering van de coronapas in het hoger onderwijs, als het aan het kabinet ligt. Gemorrel aan het instemmingsrecht, of…?

Read in English

Medio mei bepaalde de Tweede Kamer nog met een amendement dat de medezeggenschap ‘testen voor toegang’ zou moeten kunnen tegenhouden in het hoger onderwijs. Nu, een half jaar later, blijkt uit het ontwerpbesluit over de invoering van de coronapas in datzelfde hoger onderwijs dat het demissionaire kabinet de medezeggenschap daar níet bij wil betrekken.

Dat lijkt krom. Het Landelijk Overleg Universitaire Medezeggenschap (LOVUM) heeft dan ook een brief gestuurd aan de Tweede Kamer om daartegen te ageren. “Wij zijn verbaasd dat het kabinet ingaat tegen de wens van de Kamer om instemming van de medezeggenschap vast onderdeel te laten zijn van besluitvorming over het verplichten van bewijzen voor toegang tot fysiek onderwijs”, aldus die brief.

Bij nader inzien
Hoewel de Delftse medezeggenschap die LOVUM-brief van vorige week steunde, ligt de situatie volgens ondernemingsraadvoorzitter Menno Blaauw bij nader inzien toch genuanceerder. “Bij het jongste wetsvoorstel rond het coronatoegangsbewijs gaat het om landelijk beleid. Het college van bestuur van een individuele universiteit heeft daar geen zeggenschap over. Dan ligt het niet voor de hand om de medezeggenschap er wél een stem in te geven”, legt hij uit.

‘Het college van bestuur heeft geen zeggenschap’

“Hoewel het nooit leuk is om instemmingsrecht kwijt te raken, lijkt er in dit geval eerder sprake van een reparatie van een kronkel in de wetgeving dan van een wezenlijke aantasting van onze rechten. Wij hebben medezeggenschap zodra het Delftse college van bestuur zeggenschap heeft. En dat is in dit geval niet zo.”

Verdeeld
Medezeggenschap volgt zeggenschap, dat klinkt logisch. Maar is het misschien ergens ook een opluchting dat de or (waarschijnlijk) geen oordeel hoeft te vormen over een zo complex en controversieel onderwerp als het coronatoegangsbewijs? Blaauw wuift die suggestie weg. “Natuurlijk is het niet eenvoudig om daar een standpunt over in te nemen – in de or wordt er net zo verdeeld over gedacht als in de samenleving. Maar dat is geen reden om de discussie erover dan maar uit de weg te gaan. En je kunt het ook anders bekijken: juist omdát de or-leden er niet allemaal precies hetzelfde over denken, zouden we wel een goede partij zijn om te raadplegen. Maar goed, dat lijkt voorlopig niet aan de orde.”