Overslaan en naar de inhoud gaan
Ondernemen voor een betere wereld

“Het was heel spannend welk project zou winnen”, zegt William Walhout, lid van het studententeam dat duizend euro won op de einddag van de minor international entrepreneurship & development. Negen teams presenteerden vorige week hun internationale projecten op het gebied van ondernemerschap.

Na de laatste presentatie worden de studenten de zaal uit gestuurd. De jury, bestaande uit drie ondernemers en een docent, krijgt een half uur de tijd om te besluiten aan welk project ze de cheque van duizend euro wil schenken. Met een drankje evalueren de studenten alle presentaties en speculeren over welk project zal winnen.

De minor international entrepreneurship & development is vorig jaar voor het eerst van start gegaan en is een initiatief van het Delft Centre for Entrepreneurship (DCE). Het interfacultaire onderwijsprogramma trekt studenten van alle faculteiten. Er is onder studenten veel animo om projecten te doen op het gebied van duurzaam ondernemen en ontwikkelingssamenwerking vanuit technologisch perspectief. Het maximum van vijfenveertig studenten was dan ook al na twee dagen bereikt. Esther Blom van het DCE snapt waarom de minor zo populair is: “De studenten krijgen de kans om echte projecten voor echte opdrachtgevers met echte resultaten te doen, waar ook echt iets mee gebeurt. Daarnaast gaat het om actuele onderwerpen.”

Na een half uurtje nemen de vijfenveertig gespannen studenten weer plaats in de zaal en wachten hoopvol op de uitslag van de jury. De jury heeft gelet op veel aspecten. Hoe is technologie gebruikt? Hoe innovatief is het plan? Zit het ondernemersplan goed in elkaar? Hoe wordt met andere culturen rekening gehouden? Wat is het toekomstperspectief? “Het was moeilijk kiezen”, zegt juryvoorzitter Han Wijns van Yes!Delft, “maar uiteindelijk hebben we een top drie samengesteld van de projecten die volgens ons de meeste potentie hebben.”

Focus onVision“De derde plaats is voor een project met een sterke presentatie en een goed ondernemersplan: Focus onVision”, zo maakt juryvoorzitter Wijns vervolgens bekend.Studententeam Students 4 Vision, bestaande uit Rianne Houba, Anne Graas, Dorine Poelhekke en Mark Schipper, hield zich het afgelopen half jaar bezig met dit project. De opdracht was om het distributievraagstuk op te lossen zodat de bril ‘focusspec’ succesvol kon worden geïntroduceerd in Ghana.“Een miljard mensen op de wereld hebben een oogcorrectie nodig, maar kunnen een simpele oplossing als een bril niet betalen of hebben geen toegang tot een specialist of opticien”, vertelt Houba. “De focusspec kost vijf Ghana Cedi, dat is ongeveer tweeënhalve euro.” De sterkte van de brillenglazen is gemakkelijk zelf aan te passen door twee lenzen ten opzichte van elkaar te verschuiven en kan variëren tussen +0,5 en +4,5 en -1 en -5.Het team schreef een businessplan voor stichting ‘Focus onVision’ om de focusspec, ontworpen aan de TU Delft door Frederik van Asbeck, te verspreiden binnen Ghana. Dit deden ze vanuit Nederland. Ze analyseerden de slechtziendheid in Ghana, legden contacten en wierven fondsen. Komende zomer vertrekken ze zelf naar Ghana om een pilot te starten en scholen te bezoeken om docenten en kinderen bekend te maken met de focusspec.Het team eindigde niet alleen als derde, maar sleepte ook een extra prijs in de wacht. Eén van de aanwezigen, Arnold Verschuyl, deed op persoonlijke titel een schenking van duizend euro. “Daar zijn we natuurlijk ontzettend blij mee”, zegt Houba. “We willen een educatieve film maken om de Ghanese bevolking te informeren. Daar kunnen we deze bijdrage heel goed voor gebruiken.” Verschuyl had maar één eis: “Laat me over een jaar even weten hoe het met het project gaat.”

Solarbear“De tweede plaats is voor een project waar over tien jaar veel over wordt gesproken, maar vandaag nog niet. Het heeft misschien wel de meeste potentie van alle projecten, maar het concept moet nog bekend worden op de markt.” Juryvoorzitter Wijns heeft het over de Solarbear.De Solarbear is een koelkast die werkt op zonne-energie, ontworpen voor ontwikkelingslanden waar elektriciteit schaars is en zon meestal in overvloed beschikbaar. “Wereldwijd leven zo’n 1,6 miljard mensen zonder toegang tot elektriciteit, laat staan betrouwbare koeling. Dit betekent een vergrote kans op gezondheidsproblemen door het eten van bedorven voedsel”, meldt Bharti Girjasing, één van de studenten uit het Solarbear team.

Terwijl Solarbear studenten Job Veltman en Ismail Osman in Nederland werkten aan een marketingplan voor de Solarbear, vertrok Girjasing met teamgenoot Sandeep Mahabir naar Suriname. Ze verbleven daar ruim drie maanden om een haalbaarheidsonderzoek te doen en uit te vinden op welke manieren de Solarbear op de markt gebracht zou kunnen worden. ‘We werden gebeld door een geïnteresseerde die meteen tien Solarbears wilde kopen. Jammer dat we nog niet zo ver zijn’, meldde Girjasing half november op de Solarbear weblog.

De koelkast, ontworpen door TU-masterstudenten Leonard Schurg en Jonas Martens, bestaat uit een koelelement in een isolerende box. “Als de box in de zon staat, warmt hij heel snel op tot ongeveer honderd graden Celcius. Haal je hem uit de zon, dan begint het snelle afkoelingsproces, tot net onder het vriespunt”, legt Girjasing uit. Dat het afkoelen zo snel gaat en dat de temperatuur in de box lager wordt dan de omgevingstemperatuur komt door de koelvloeistof, waarvan het recept nu nog geheim is. De koelkast blijft minimaal twaalf uur koud. Elke dag moet de box opnieuw in de zon worden gezet om het proces op gang te houden. Het is de bedoeling dat ijs, dat in de koelkast is gevormd, de producten koud houdt terwijl de box tijdelijk in de zon staat. Het prototype is intussen gemaakt en door tests zal de komende tijd duidelijk worden of het ontwerp naar tevredenheid werkt.

Fresh water“De eerste plaats en de cheque van duizend euro is voor een project waarvan we denken dat een hele grote impact zal hebben”, licht juryvoorzitter Wijns de keus voor het winnende project toe. “De waterwindmolen van ‘Fresh water from the sea’.”

Het afgelopen half jaar heeft het vierkoppige team, bestaande uit Hilke Frankemolle, Liselotte den Ouden, Floor Govers en William Walhout, een businessplan geschreven om de waterwindmolen op de markt te brengen in Somaliland. De windmolen, ontworpen door TU-studenten van de faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen, ontzout zeewater door een proces van omgekeerde osmose. “Schoon drinkwater kan hiermee goedkoop worden geproduceerd, een stuk goedkoper zelfs dan het water dat nu wordt gebruikt”, legt Frankemolle uit.

Het studententeam heeft een plan bedacht waardoor ondernemers in ontwikkelingslanden een waterwindmolen aan kunnen schaffen en exploiteren. “Zogenaamde ‘directing units’ stellen sets samen, waar alles in zit wat de ondernemers nodig hebben, zoals een stuk land, educatie en de windmolen. De ondernemer kan de set in vijf jaar afbetalen met het geld dat hij verdient door het drinkwater dat hij met de molen produceert aan consumenten te verkopen”, legt Govers uit.

De studenten hadden wel gedacht dat ze kans zouden maken op de eerste plaats. “Het was heel spannend”, vertelt Walhout achteraf. “Toen we niet de derde en tweede plaats hadden, hoopten we natuurlijk dat onze naam zou worden genoemd voor de eerste plaats.” Komende zomer gaat het team naar Somaliland om een uitgebreid marketingonderzoek te doen en voorbereidingen te treffen voor de eerste onderneming. “De duizend euro komt dus goed terecht”, voegt Walhout toe. 

www.focus-on-vision.orgwww.solarbearproject.nldce.youngzaphod.org

In de muur van de eetzaal van Virgiel is een aantal nisjes aangebracht. Toen het eeuwenoude verenigingsgebouw nog een klooster was, fungeerde de zaal als gebedsruimte. De nissen waren gevuld met beelden, maar sinds de Beeldenstorm in 1566 staan ze leeg. Elk verenigingslid dat helemaal in een nisje past, met armen, benen en hoofd, inclusief dienblad, en erin slaagt om een volledige maaltijd - soep, hoofdmaaltijd én toetje - met gebruik van bestek naar binnen te werken, mag een jaar lang gratis eten op de sociëteit. Velen deden een vruchteloze poging, maar Pauline Hogenkamp was vorig jaar naar eigen zeggen pas de derde die erin slaagde om zich met eetgerei en al in een nis te wurmen: “Ik ben met mijn 1.55 meter de kleinste van Virgiel, dus als mij het niet zou lukken, zou het niemand lukken. Of ik ook slank ben? Dat wil ik niet zeggen.” De nisjes hebben niet allemaal dezelfde maat. “Ik wist precies welke ik moest hebben om te slagen: de grootste.” De vrij zeldzame gebeurtenis oogstte veel bewondering. “Alle ogen waren op mij gericht. Het bestuur was erbij om te controleren en er zijn foto’s van gemaakt. Ik zat zo opgesloten, dat ik daar weinig van merkte. Ik hoorde alleen geluiden. Echt comfortabel zat het niet.” Ze zal er hoogstens vijf minuten in gezeten hebben. “Ik heb heel snel gegeten om er weer gauw uit te kunnen. Nee, kramp of spierpijn had ik niet.” Nu maakt ze dankbaar gebruik van haar privilege. “Ik eet minstens tweemaal per week op de soos, met mijn jaarclubje. Gratis.” 

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe