Overslaan en naar de inhoud gaan
Ode aan wiskunde en kunst

Dichters, schilders en musici verspreidden de kennis van de
wiskunde tijdens de renaissance. Hun artistieke werk leidde tot grote wetenschappelijke ontdekkingen. Dat laat Mark Peterson overtuigend zien in ‘Galileo’s Muse’.

Tegenwoordig worden kunst en wiskunde door velen als twee ver van elkaar verwijderde werkvelden gezien. Natuurlijk zijn er wiskundigen die ook kunst maken, maar het is eerder uitzondering dan regel. Meestal kiezen wiskundigen en kunstenaars voor een andere aanpak. Hoe anders was het in de renaissance. Dat toont Mark Peterson in ‘Galileo’s Muse’. Peterson doceert natuurkunde en wiskunde aan het Amerikaanse Mount Holyoke College.
Peterson gaat in zijn boek nauwgezet na waar de (wiskundige) kennis van Galilei vandaan kwam. Hij komt opzienbarend genoeg onder meer uit bij renaissance-kunstenaars, die volgens hem een grote kennis hadden van de wiskunde.
Neem de befaamde schilder Albrecht Dürer (1471-1528). In 1500 hoorde hij voor het eerst over hoe je met behulp van geometrische theorieën kon schilderen. Dat onderwerp liet hem nooit meer los. Dürer schilderde de rest van zijn leven het ene meesterwerk na het andere en volgde daarbij dus mathematische modellen. Hij publiceerde er zelfs over in 1525. De grote voorbeelden van Dürer en collega-schilders waren auteurs uit de oudheid. Zij geloofden dat de oude Grieken met perfect realisme hadden geschilderd, maar dat de kunst daarvan verloren was gegaan. In werken van de Romein Vitrivius (85-20 v. Christus) en vooral Euclides van Alexandrië (300 v. Christus) zochten ze de oude, wiskundige kennis om hetzelfde realisme te bereiken.
Wiskunde was tijdens de renaissance niet alleen de grote inspiratiebron van schilders, maar ook van dichters. Peterson laat zien hoe de Italiaanse meesterdichter Dante in zijn ‘Goddelijke Komedie’ keer op keer verwijst naar wiskundige theorieën, voornamelijk van Euclides. In die besprekingen excelleert de auteur. Ik heb zelden een boek gelezen waarin de invloed van de wiskunde op Dante’s werk zo fascinerend werd uitgelegd. Dante en Dürer beïnvloedden op hun beurt weer Galilei. Biografieën van tijdgenoten, waaronder die van zijn zoon, tonen dat Galilei zich bezighield met zowel kunst als wiskunde. Ook zijn leerling Vicenzo Viviani (1622-1703) beschrijft hoe nauw verbonden wiskunde en kunst met elkaar waren. Een beeld dat destijds blijkbaar wijdverspreid was. Peterson volgt nauwgezet de invloeden van wetenschappers en kunstenaar. Hij laat zien waar ze hun wiskundige ideeën vandaan haalden, inclusief berekeningen en verhelderende tekeningen. Peterson heeft daardoor een zeer waardevol boek geschreven, dat overtuigend en informatief is en een ode aan zowel wiskunde als kunst. 

Doolhof van getallen

Ze weten alles van jouw gedrag op internet. Welke websites je kijkt en wat je favoriete pak melk is. En ze denken zo ook te ontdekken wat je seksuele en politieke voorkeur is. Ontmoet de datameesters.
“Straks zijn we alleen nog maar getallen!” Dat riepen vrienden van journalist Stephan Barker wanneer hij vertelde dat hij een boek schreef over wat gedaan wordt met de data die mensen op internet achterlaten. Maar die vraag is al niet meer relevant volgens Barker. “Dat was het verhaal van gisteren.”
De datameesters, die de hoofdrol spelen in zijn boek, gaan al veel verder. “Vergeet eencijferige getallen. Ze willen een enorm, complex doolhof van getallen en vergelijkingen uitrekenen.” In wiskundige modellen proberen deze onderzoekers alles te simuleren ‘van vloten vrachtwagens tot kernbommen’.
Barker schreef zijn boek over een nieuwe generatie wiskundigen, die voortdurend proberen gedrag te ontcijferen en daardoor onder meer de gezondheidszorg en veiligheid willen verbeteren. Zo eenvoudig is dat nog niet. Want wordt maar eens wijs uit de diarree aan data die het internet levert. ‘Datameesters’ gaat daarom vooral over de knappe koppen die goed werkende modellen en simulaties weten te maken. Een van de onderwerpen die aan bod komen, is hoe men productiviteit meetbaar kan maken. Hoe valt wat mensen doen in cijfers te vertalen en te modelleren? De eerste stap is om een samenhangende portfolio van vaardigheden te maken. Eigenlijk zouden de datameesters net zoals bij honkbal of voetbal gebruikelijk is, statistieken bij willen houden van werknemers. De volgende stap is de gegevens steeds gedetailleerder te doorgronden en te interpreteren. Maar bieden behaalde resultaten uit het verleden wel een garantie voor de toekomst? Ook in de topsport zien we vaak genoeg uitzonderingen. Feyenoordspits Graziano Pellé scoort aan de lopende band, maar de voorgaande jaren vond hij veel minder vaak het net. Is het überhaupt wel wenselijk dat zoveel gegevens gebruikt worden, ook al is het anoniem? Voorstanders benadrukken natuurlijk dat de modellen voor verbeteringen zorgen. Van de productiviteit bijvoorbeeld. Of om een terroristische aanslag te voorkomen. Barker schrijft ook over analisten die dankzij onregelmatige voetstappen en tikfouten dementie in een vroeg stadium detecteren.
Barker benadrukt dat wat de datameesters doen privacygevoelig kan zijn, zoals het ontdekken van de politieke en seksuele voorkeur van personen. Maar hij spreekt er geen duidelijk oordeel over uit. Voor de ene lezer zal het angstaanjagend zijn dat zoveel gegevens aan elkaar worden gekoppeld. Een ander watertandt van de mogelijkheden. Barker wil vooral laten zien hoe ze te werk gaan en dat doet hij voortreffelijk. Hij geeft de datameesters, die achter computerschermen zitten weggestopt, een gezicht.

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe