Staatssecretaris Nuis wil de landelijke organisatie NWO een actieve rol geven bij selectie van de top van het universitaire onderzoek. Aan de andere kant moet NWO een stukje territorium prijsgeven aan de universiteiten.

Bij de gewone, periodieke beoordeling van alle onderzoek wil Nuis dat de evaluatie van ‘para-universitaire' instituten nauw gaat aansluiten bij de onderzoekvisitaties.Nuis zei dit afgelopen dinsdag bij de uitreiking van de NWO- Spinozapremies aan vier toponderzoekers. De bewindsman deed aan de ene kant een duit in het zakje in de discussie over de 'para-universitaire' instituten, die wel deel uitmaken van het academische circuit maar formeel onderdeel zijn van NWO of van de akademie van wetenschappen (KNAW). Het gaat aan de ene kant om kleine instituutjes zoals het centraal bureau voor de schimmelcultures, en aan de andere kant om gigantische instituten in de fundamentele natuurkunde.In een advies over deze instituten zei de adviesraad voor wetenschaps- en technologiebeleid (AWT) in maart dat deze instituten een te 'beschermd' bestaan leiden en dat ze meer met het overige academisch onderzoek moeten concurreren. Vooral de KNAW reageerde hier furieus op.Nuis liet merken dat hij een eind meegaat met het omstreden advies. Hij vindt dat de universitaire onderzoekvisitaties en de beoordeling van de para-universitaire instituten op elkaar afgestemd moeten worden. Daarbij hoort ook de vraag aan de orde te komen of deze instituten wel bestaansrecht buiten de universiteiten hebben.Houden de universiteiten wat Nuis betreft de regie over de 'gewone' onderzoekbeoordeling, NWO mag zijn ambities gaan waarmaken om daarna de absolute top van het onderzoek te selecteren. Ook het maatschappelijk belang van onderzoek moet een belangrijke rol spelen in de afweging. Uiteindelijk moet dit ertoe leiden dat NWO landelijke prioriteiten stelt en bij de uitwerking daarvan als 'coach' van de universiteiten opereert, aldus de bewindsman.Verder hield de bewindsman een pleidooi voor flexibiliteit. Hij benadrukte nog eens dat een universitaire onderzoekschool geen eeuwig leven heeft. Wat Nuis betreft mag zo'n school na enige tijd best ,,uiteenvallen om de onderzoekscapaciteit in een nieuwe configuratie in te passen''. NWO moet bij dit alles, door stimulering van nieuwe onderzoeksthema’s, bijdragen aan geregelde accentverschuivingen binnen de universiteiten. (HOP)Pieter Evelein

Staatssecretaris Nuis wil de landelijke organisatie NWO een actieve rol geven bij selectie van de top van het universitaire onderzoek. Aan de andere kant moet NWO een stukje territorium prijsgeven aan de universiteiten. Bij de gewone, periodieke beoordeling van alle onderzoek wil Nuis dat de evaluatie van ‘para-universitaire' instituten nauw gaat aansluiten bij de onderzoekvisitaties.Nuis zei dit afgelopen dinsdag bij de uitreiking van de NWO- Spinozapremies aan vier toponderzoekers. De bewindsman deed aan de ene kant een duit in het zakje in de discussie over de 'para-universitaire' instituten, die wel deel uitmaken van het academische circuit maar formeel onderdeel zijn van NWO of van de akademie van wetenschappen (KNAW). Het gaat aan de ene kant om kleine instituutjes zoals het centraal bureau voor de schimmelcultures, en aan de andere kant om gigantische instituten in de fundamentele natuurkunde.In een advies over deze instituten zei de adviesraad voor wetenschaps- en technologiebeleid (AWT) in maart dat deze instituten een te 'beschermd' bestaan leiden en dat ze meer met het overige academisch onderzoek moeten concurreren. Vooral de KNAW reageerde hier furieus op.Nuis liet merken dat hij een eind meegaat met het omstreden advies. Hij vindt dat de universitaire onderzoekvisitaties en de beoordeling van de para-universitaire instituten op elkaar afgestemd moeten worden. Daarbij hoort ook de vraag aan de orde te komen of deze instituten wel bestaansrecht buiten de universiteiten hebben.Houden de universiteiten wat Nuis betreft de regie over de 'gewone' onderzoekbeoordeling, NWO mag zijn ambities gaan waarmaken om daarna de absolute top van het onderzoek te selecteren. Ook het maatschappelijk belang van onderzoek moet een belangrijke rol spelen in de afweging. Uiteindelijk moet dit ertoe leiden dat NWO landelijke prioriteiten stelt en bij de uitwerking daarvan als 'coach' van de universiteiten opereert, aldus de bewindsman.Verder hield de bewindsman een pleidooi voor flexibiliteit. Hij benadrukte nog eens dat een universitaire onderzoekschool geen eeuwig leven heeft. Wat Nuis betreft mag zo'n school na enige tijd best ,,uiteenvallen om de onderzoekscapaciteit in een nieuwe configuratie in te passen''. NWO moet bij dit alles, door stimulering van nieuwe onderzoeksthema’s, bijdragen aan geregelde accentverschuivingen binnen de universiteiten. (HOP)Pieter Evelein