Moet de kwaliteit van de bouwkunde-opleiding voorrang krijgen of de maatschappelijke behoefte aan bouwkundig ingenieurs? Bouwkunde is verdeeld over de noodzaak van een numerus fixus voor de opleiding.

‘Karel Wakker versus John Westrik'. Met gevoel voor pr had studievereniging Stylos haar discussiebijeenkomst over voors en tegens van een instroombeperking aangekondigd. Tot een echte winnaar kwam het donderdagmiddag in de Achterhal van het faculteitsgebouw niet % ook al omdat rector Wakker behendig de stoten van zijn opponent ontweek. Het is nog niet zeker dat de numerus fixus er inderdaad komt, aldus de rector, maar de mogelijkheid moest op tijd (voor 1 december) bij de Informatie Beheer Groep gemeld worden. ,,We studeren erop'', liet hij weten. Als er een numerus fixus zou komen, dan zou het enige doel de kwaliteitsverbetering van het bouwkunde-onderwijs zijn. En niet het herstellen van de balans tussen de 'ontwerpende' opleidingen en de rest % zoals uit de strategienota van collegevoorzitter De Voogd gedestilleerd kan worden.Westrik, voorzitter van de facultaire onderdeelcommissie, hield een vurig pleidooi tegen de instroombeperking. Met principiële argumenten: ,,Er is een gigantische vraag naar bouwkundig ingenieurs. Bovendien mag je vwo'ers niet de toegang weigeren tot een universitaire studie.'' En pragmatische: ,,Als je minder studenten hebt, doe je minder beroep op gastdocenten. Voor de vaste staf blijft de belasting hetzelfde.''De meest originele bijdrage donderdag kwam trouwens van een student uit de zaal. ,,Kunnen we niet een jaar géén studenten toelaten? Dat geeft pas rust.''EffectenIn grote lijnen zijn de opvattingen van Wakker en Westrik ook de standpunten in de discussie die nu woedt. Westrik krijgt bijval van de studentenraad Bouwkunde. Wakkers standpunt - de numerus fixus is een potentieel instrument om bouwkunde tijdelijk wat lucht te verschaffen om intussen vernieuwingen door te voeren - wordt gedeeld door decaan Beunderman.Een besluit van het college is er nog niet, dat hoeft er pas begin april te zijn. Beunderman heeft eerst een taskforce in het leven geroepen gezamenlijk die de positieve effecten en bijwerkingen van de numerus fixus (helpt ze echt?) moet gaan onderzoeken. Toch roept dat allereerst de vraag op of de decaan de probleemanalyse van het college daarmee onderschrijft. Beunderman: ,,De visitatiecommissie heeft een aantal kritiekpunten opgeschreven, die door de inspecteur opgepikt zijn. Die punten zijn uitvergroot, maar ze waren er wel. We hadden al een totale curriculumherziening in voorbereiding. Daarnaast zijn we bezig om ons onderwijsconcept aan te passen aan het bachelor-mastermodel. Bij ons wordt de invoering daarvan geen louter administratieve kwestie. Dat trekt dus een zware wissel op de vaste staf.''RumoerBeunderman benadrukt dat nu duidelijk met het college is vastgesteld dat er geen 'oneigenlijke argumenten' meer mee spelen zoals een eventuele inkrimping van de ontwerpende disciplines. ,,We hebben de discussie nu zuiver gekregen. Het college heeft zich ook bereid getoond de negatieve financiële bijwerkingen van een terugloop van studenten te compenseren.''En Beunderman zou Beunderman niet zijn als hij geen positieve punten in het facultaire debat zag. ,,Een deel van de tegenstand is ontstaan doordat mensen overrompeld werden door het voornemen. Dit proces levert rumoer op, maar ook scherpere inzichten. Er worden nu allerlei alternatieven voor de numerus fixus aangedragen, zoals een zwaardere propedeuse en een betere organisatie van het onderwijs.,,We weten dat de numerus fixus een heftig instrument is met de nodige bijwerkingen, dat pas op het laatste moment ingezet zal worden. Ik wil de tijd tot 1 maart kunnen gebruiken om de noodzaak van de numerus fixus vast te stellen.''Uiteindelijk beslist het college echter, en kan Beunderman alleen zo goed mogelijk de stemming in de faculteit meewegen. ,,De positie van beroepsdecaan blijkt in dit soort kwesties een hele pikante. Ik sta voor de faculteit, maar tegelijkertijd is het college mijn opdrachtgever. Dat is een spanningsveld waarin ik heel voorzichtig moet opereren.'’

‘Karel Wakker versus John Westrik'. Met gevoel voor pr had studievereniging Stylos haar discussiebijeenkomst over voors en tegens van een instroombeperking aangekondigd. Tot een echte winnaar kwam het donderdagmiddag in de Achterhal van het faculteitsgebouw niet % ook al omdat rector Wakker behendig de stoten van zijn opponent ontweek. Het is nog niet zeker dat de numerus fixus er inderdaad komt, aldus de rector, maar de mogelijkheid moest op tijd (voor 1 december) bij de Informatie Beheer Groep gemeld worden. ,,We studeren erop'', liet hij weten. Als er een numerus fixus zou komen, dan zou het enige doel de kwaliteitsverbetering van het bouwkunde-onderwijs zijn. En niet het herstellen van de balans tussen de 'ontwerpende' opleidingen en de rest % zoals uit de strategienota van collegevoorzitter De Voogd gedestilleerd kan worden.Westrik, voorzitter van de facultaire onderdeelcommissie, hield een vurig pleidooi tegen de instroombeperking. Met principiële argumenten: ,,Er is een gigantische vraag naar bouwkundig ingenieurs. Bovendien mag je vwo'ers niet de toegang weigeren tot een universitaire studie.'' En pragmatische: ,,Als je minder studenten hebt, doe je minder beroep op gastdocenten. Voor de vaste staf blijft de belasting hetzelfde.''De meest originele bijdrage donderdag kwam trouwens van een student uit de zaal. ,,Kunnen we niet een jaar géén studenten toelaten? Dat geeft pas rust.''EffectenIn grote lijnen zijn de opvattingen van Wakker en Westrik ook de standpunten in de discussie die nu woedt. Westrik krijgt bijval van de studentenraad Bouwkunde. Wakkers standpunt - de numerus fixus is een potentieel instrument om bouwkunde tijdelijk wat lucht te verschaffen om intussen vernieuwingen door te voeren - wordt gedeeld door decaan Beunderman.Een besluit van het college is er nog niet, dat hoeft er pas begin april te zijn. Beunderman heeft eerst een taskforce in het leven geroepen gezamenlijk die de positieve effecten en bijwerkingen van de numerus fixus (helpt ze echt?) moet gaan onderzoeken. Toch roept dat allereerst de vraag op of de decaan de probleemanalyse van het college daarmee onderschrijft. Beunderman: ,,De visitatiecommissie heeft een aantal kritiekpunten opgeschreven, die door de inspecteur opgepikt zijn. Die punten zijn uitvergroot, maar ze waren er wel. We hadden al een totale curriculumherziening in voorbereiding. Daarnaast zijn we bezig om ons onderwijsconcept aan te passen aan het bachelor-mastermodel. Bij ons wordt de invoering daarvan geen louter administratieve kwestie. Dat trekt dus een zware wissel op de vaste staf.''RumoerBeunderman benadrukt dat nu duidelijk met het college is vastgesteld dat er geen 'oneigenlijke argumenten' meer mee spelen zoals een eventuele inkrimping van de ontwerpende disciplines. ,,We hebben de discussie nu zuiver gekregen. Het college heeft zich ook bereid getoond de negatieve financiële bijwerkingen van een terugloop van studenten te compenseren.''En Beunderman zou Beunderman niet zijn als hij geen positieve punten in het facultaire debat zag. ,,Een deel van de tegenstand is ontstaan doordat mensen overrompeld werden door het voornemen. Dit proces levert rumoer op, maar ook scherpere inzichten. Er worden nu allerlei alternatieven voor de numerus fixus aangedragen, zoals een zwaardere propedeuse en een betere organisatie van het onderwijs.,,We weten dat de numerus fixus een heftig instrument is met de nodige bijwerkingen, dat pas op het laatste moment ingezet zal worden. Ik wil de tijd tot 1 maart kunnen gebruiken om de noodzaak van de numerus fixus vast te stellen.''Uiteindelijk beslist het college echter, en kan Beunderman alleen zo goed mogelijk de stemming in de faculteit meewegen. ,,De positie van beroepsdecaan blijkt in dit soort kwesties een hele pikante. Ik sta voor de faculteit, maar tegelijkertijd is het college mijn opdrachtgever. Dat is een spanningsveld waarin ik heel voorzichtig moet opereren.'’